Mediagolf: Verkiezingen Iran

25 06 2009

Na de crisis, Obama en de mexicaanse griep surfen we nu op de volgende mediagolf. De verkiezingen in Iran, en met name de nasleep daarvan, houdt de wereldpers, de politiek en de burgers aardig bezig. Hoe komt dit eigenlijk?

Een aantal weken voorafgaand aan de verkiezingen stuitte ik (toevallig?) in één week tijd op twee documentaires over Iran en haar bevolking. Ik was verrast door de openheid waarmee Iraanse mensen voor de camera hun hart luchtten over de leefsituatie in Iran, en met name over hun dromen over vrijheid. Ook viel me op hoe modern, zelfbewust en bij de tijd ze waren. En dat ik dat niet had verwacht (over vooroordelen gesproken…). In de aanloop tot de verkiezingen hield hierdoor de berichtgeving over de ontwikkelingen in Iran mij meer bezig dan anders het geval geweest zou zijn. En ik merkte dat ik door de blik in de leefwereld van de Iraanse bevolking ik hun hoop op meer vrijheid was gaan delen. Mijn verwachting was dat er ‘iets mogelijk zou zijn’. Als Iran – toch volgens Bush onderdeel van de ‘as van het kwaad’ – een democratische wending zou meemaken, dan zou de wereld er beter uit komen te zien… Dat is wat ook ik dacht.image

De uitslag. Niet waar op gehoopt werd door een aanzienlijk deel van de Iraanse bevolking, en blijkbaar ook de rest van de wereld. Naast fysieke demonstraties tegen de verkiezingsuitslag en binnenlandse aantijgingen tegen de zittende macht dat er verkiezingsfraude zou zijn gepleegd, werden er vanuit het buitenland ook protestgeluiden hoorbaar. Toen een studente, Neda Soltan, door een sluipschutter tijdens het bijwonen van een demonstratie werd neergeschoten, ging er via de burgerpers (mobiel en internet) en vervolgens de reguliere pers een ‘mediagolf’ over de wereld. Eens kijken hoe deze uitrolt.

Technorati Tags: ,




FTC wil adverteerders op sociale media en blogs screenen op onwaarheden

4 05 2009

De Amerikaanse Federal Trade Commission (FTC) heeft plannen om virale marketing en blogs te controleren op onwaarheden die er gedebiteerd worden. Als onderdeel van een review van de regelgeving rond reclame en marketing wil de FTC bloggers en marketeers die aanwezig zijn op sociale media als Facebook aansprakelijk stellen voor leugens over het product dat zij promoten.

Voor adverteerders, inclusief grote als Microsoft, Ford en Pepsi die miljarden uitgeven aan mond-tot-mondreclame en sociale media, wordt het oppassen met het inhuren van bloggers die positieve reviews geven of het `omkopen` van influentials met cadeautjes. PQ Media schat dat de investeringen aan mond-tot-mondreclame tegen 2011 rond de 3,7 miljard dollar bedragen.

De FTC zegt zijn regelgeving, die 30 jaar oud is, te willen aanpassen aan bestaande en toekomstige ontwikkelingen in marketingtechnieken. De nieuwe regels zullen alleen van toepassing zijn op bloggers en anderen die betaald worden voor het promoten of recenseren van een product. Voor virale marketing moeten dezelfde regels gaan gelden als voor bijvoorbeeld infomercials: altijd moet duidelijk zijn wie er achter de campagne zit. Voor sites als die van Amazon, waar consumenten productbesprekingen zetten, zullen de nieuwe regels niet gelden.

Bron(nen):
Advertising Age (13-4-2009; p. 3; 1 1/2 p.)





Extra Nieuwsuitzending!

13 03 2009

Spannend he? Zitten jullie er ook al helemaal klaar voor? Een extra nieuwsuitzending om 22.25…

Gisteravond op RTL aangekondigd via een balkje bovenin beeld tijdens de reguliere programmering. Mogelijke terreuraanslag voorkomen in Amsterdam.  Natuurlijk is dit nieuws. En ik ga kijken.

Tijdens de ‘extra nieuwsuitzending’ begint de ergernis al snel op te komen; er is weinig feitelijk nieuws te melden. Wel is een familie-band ontdekt tussen een van de aangehouden personen en een betrokkene bij de aanslagen in Madrid.  Dat is op zich een interessant feit, ook omdat de aanslag in Madrid op de dag van de melding 5 jaar geleden is.

Vervolgens treedt het RTL nieuws op als ‘versterker’ van terreurdreiging. Hoe? Door minutenlang heftige beelden te tonen van de aanslag in Madrid 5 jaar terug. De argeloze kijker zal denken: “Goh, toch wel heftig wat er aan de hand is.” De kijker die net inschakelt zal denken: “Wat is er in godsnaam gebeurt in Amsterdam?”.

Het doel van terreur is om breed angst te zaaien. RTL heeft hier gisteravond een goede bijdrage aan geleverd.





Obama kan het

5 11 2008

Yes we can, de campagneleus wordt waar. Barack Obama is de nieuwe president van de VS.
Een golf van hoop en optimisme trekt over de wereld.

Een zeer indrukwekkende campagne, vooral vanuit media oogpunt, en vooral ook de wijze waarop nieuwe media werd ingezet. Hopelijk zet dat zich voort in de komende jaren, en zal het medialandschap in Amerika eindelijk open en eerlijk worden. In lijn met wat Obama predikt.

Een van de mooiste quotes hoorde ik een dame in haar overwinningsroes uitkraaien:
“America has finally grown up! We are real people now!”

Toonbeeld van enthousiasme en tegelijkertijd besef van een nieuwe rol voor Amerika in de wereldorde. Hopelijk is de mening van Henk Westbroek door deze “change” achterhaald (“…en wat Amerika betreft, dat land bestaat niet echt” – uit het lied België).





Aanmeldingen LinkedIn nemen toe door crisis

30 10 2008


Sinds in september de kredietcrisis in volle hevigheid is losgebarsten is het aantal aanmeldingen voor LinkedIn met 25% toegenomen. Directeur Kevin Ayres van de zakelijke netwerksite vindt dat niet verwonderlijk. In gesprek The Gaurdian zegt hij dat het belang van netwerken in economisch onzekere tijden groter is dan in voorspoedige tijden.

Elke veertien dagen worden 1 miljoen nieuwe gebruikers geregistreerd. In het voorjaar en de zomer werd zulke groei in een maand tijd gerealiseerd. De netwerksite heeft volgens eigen zeggen wereldwijd 30 miljoen leden. Daaronder zijn 7 miljoen Europeanen. Behalve een toename van het aantal aanmeldingen constateert Ayres ook dat bestaande leden actiever zijn geworden. In de afgelopen twee maanden werden onderling 15% meer uitnodigingen verstuurd.

Bron(nen): De Telegraaf (29-10-2008; p. 25; Full Text)





Australië heeft de primeur…

22 10 2008

De primeur om als eerste Westerse land een internetfilter in te stellen om de inwoners (officiële lezing: kinderen) te Photo of Senator Stephen Conroybeschermen tegen internet content dat niet geschikt wordt bevonden voor hen. Australië heeft tenslotte een ‘internet-minister’, Senator Stephen Conroy, Minister for Broadband, Communications and the Digital Economy. En zoals dat dan gaat, moet een minister natuurlijk wel verschil maken (lees: macht hebben). Welke websites en trefwoorden geblokkeerd moeten worden, bepaalt de Australian Communications and Media Authority (ACMA).
Bron: NRC Handelsblad

Een wereldwijde tendens is merkbaar van toenemende overheidsinvloed in het bedrijfsleven en dagelijks leven van de burger. Het begon me al op te vallen tijdens de ver-Balkenendisering van Nederland, ook wel vertrutting of betutteling genoemd, en is natuurlijk de laatste tijd uitermate goed zichtbaar door de overheidsinmenging in de vrije marktwerking die als gevolg van de financiële crisis stukloopt.

Natuurlijk is het een taak van de overheid om burgers te beschermen, en dan met name kinderen, maar laat mensen hier vooral eigen verantwoordelijkheid in nemen. Voor kinderen zullen ouders en andere volwassenen hier een belangrijke taak in hebben. Internet is ondertussen deel van het dagelijks leven, en maakt deel uit van de wereld. Zeker voor onze kinderen. Leren hoe internet te gebruiken, wat de gevaren zijn en hoe hiermee om te gaan is een taak voor de opvoeders. Dom houden door de overheid is niet de oplossing. Een groot haaiennet spannen om je land om ‘gevaarlijke invloeden’ buiten te houden werkt gewoon niet wat het internet betreft. Ik merk het al te vaak op mijn werk, waar een filtersysteem de simpelste en ongevaarlijkste sites weet te blokkeren. Als ik bijvoorbeeld op een site van een Nederlandse omroep contactgegevens op wil zoeken, wordt ik al tegengehouden. Een grote persoonlijke frustratie, die ik niet graag op nationale schaal zou willen zien ontstaan. Daarnaast zijn er altijd manieren om dergelijke systemen te omzeilen (zie ook: http://mediapsychologie.nl/2007/10/17/internet-censuur/), en het wordt juist een uitdaging om dat dan ook te gaan doen.

Een taak voor de overheid kan zeker wel liggen in onderwijzen en ondersteunen van goed internet gebruik. In Nederland hebben we hier een goed initiatief voor, “Mediawijsheid“. Zo maken we de verboden vruchten minder aantrekkelijk – door ze niet te verbieden…





Beurzen omlaag, kijkcijfers omhoog?

13 10 2008

Gisteravond weer een ‘extra nieuwsuitzending’ over de financiële crisis, aangekondigd tijdens het kijken naar de reguliere tv programmering. Een opmerking van mijn vrouw zette me aan het denken: “Alweer? Wat is er nu weer aan de hand? Het lijkt wel of ze dit doen om extra kijkers te trekken…” Tsja, het zou zo maar kunnen…

De media spint garen bij de situatie die zich momenteel ontvouwt op de financiële markten. Op de radio hoorde ik presentatoren zich al uitspreken over wat de dag van morgen nu weer zou brengen… Het lijkt een soort ramptoerisme, waarbij mensen reikhalzend uitkijken naar de volgende schokgolf die de financiële crisis met zich mee brengt.

Het woord ‘crisis’ heeft in de dagelijkse spraak een negatieve lading. Van oorsprong is de term echter neutraal. Etymologisch komt het voort uit het (oud)Griekse werkwoord κρινομαι (‘krinomai’) met de betekenissen (1) scheiden; schiften (2) onderscheiden (3) beslissen; beslechten (4) richten; oordelen. Zo bezien, is een crisis een ‘moment van de waarheid‘, waarop een beslissing moet worden genomen die van grote invloed is op de toekomst. (bron: Wikipedia)

Het is een spannende en interessante tijd waarin we leven, zeker de laatste maanden. Waar we voor moeten waken is dat onze behoefte aan sensatie, gevoed door de media, niet uitmondt in massahysterie. Hopelijk kan de wereld de huidige crisis accepteren als een wellicht onprettige, maar wel noodzakelijke reality check. En geeft dit ons de nodige drijfveren geeft om nieuwe, inventieve manieren te vinden om optimaal te leven, werken en te ondernemen!

Pessisme is niet nodig, realisme wel.





Google als ‘Global Brain’

22 09 2008

Tien jaar. Zolang bestaat Google nu. In deze tien jaar is de zoekmachine uitgegroeid tot één van de grootste bedrijven ter wereld. En voor velen ook één van de grootste bedreigingen.

Alle bedrijven zien ondertussen Google als één van de grootste concurrenten, nu al of in de nabije toekomst. Google (‘Gobble’) pakt gewoon van alles op, kijkt hoe iets zich ontwikkelt en ze zien wel hoe ze in de toekomst er geld aan zullen verdienen. Het bijzondere aan deze methode is dat het vaak nog lukt ook.

In die tien jaar heeft Google zich ook ontwikkeld als centraal referentiepunt in ons leven. Wanneer we iets willen weten, is de eerste stap tegenwoordig meestal de internetbrowser opstarten, waar vaak Google als startpagina is ingesteld. Het werkwoord ‘googlen’ is dan ook opgenomen in het woordenboek.

Een recent artikel in het NRC beschreef hoe de middelbare schooljeugd normale woorden (zoals ‘immers’, ‘onlangs’, etc.) niet meer kent. De jeugd leest dan ook geen boeken meer, waarin dit soort woorden over het algemeen wel voorkomen.

De schrijver Nicolas Carr heeft onlangs een artikel geschreven met de titel: “Is Google making us stupid?” Hierin stapt hij even op de rem, om te reflecteren op de invloed van Google op zijn denkproces. Iedereen kan tegenwoordig een veelheid aan informatie vinden met enige zoekmachine-vaardigheden. En deze informatie vervolgens weer toepassen. Maar juist om het toepassen gaat het. Slechts reproduceren van de google-hits gaat je niet ver brengen. Menselijke intelligentie zal een rol moeten blijven spelen, en als we niet af en toe op de rem trappen, zoals Nicolas Carr, vergeten we dit misschien wel eens.

Volgens mij is het tijd voor de volgende fase in onze evolutie; hoe kunnen we internet, met Google als exponent daarvan, effectief inzetten. En effectief is dan niet ‘zoeken en overladen’, maar het proces moet zijn: vinden, combineren, selecteren en interpreteren.

De entree van een volgende fase, wordt vaak vooraf gegaan door een economische recessie. Dit aangezien de oude technologie en gevestigde orde moet wijken voor de nieuwe. Dit wordt beschreven in het volgende artikel op Frankwatching: http://www.frankwatching.com/archive/2008/09/17/de-googlisering-van-business-intelligence/.

De voortekenen van een recessie zijn aanwezig. Dit zien we dan maar als een noodzakelijke overgangsfase, die hopelijk zo kort mogelijk duurt. Laten we hopen dat het ‘human brain’ zich blijft ontwikkelen ten opzichte van het ‘Global Brain’. En ik hoop vooral ook dat ik mijn hogere hypotheekrente in de volgende economische golf ruimschoots goedgemaakt zie…





Blogalisering… de wereld wordt kleiner

5 02 2008

“Wie heeft er hier een weblog?” Deze vraag werd drie edities geleden op eday tijdens een keynote presentatie van Mark Fletcher van bloglines aan het publiek gesteld. Verrassend weinig mensen staken hun hand op.

Vandaag de dag is dat een ander verhaal. Niet iedereen heeft een eigen weblog natuurlijk, maar in tegenstelling tot 2005 zullen de meeste mensen van het fenomeen hebben gehoord. En in ieder geval staat buiten kijf dat er ook in Nederland momenteel wanneer in een willekeurige zaal waar de vraag “Wie heeft er hier een weblog?” wordt gesteld, het aantal handen dat de lucht in zal gaan aanzienlijk groter zal zijn dan in 2005.

Op Marketingfacts! wordt de vraag gesteld hoeveel weblogs er wereldwijd eigenlijk zijn. 70 miljoen? 200 miljoen? Met China meegerekend misschien 300 miljoen?

In ieder geval kunnen we stellen dat de blogosphere – de totale verzameling van weblogs – enorm is. Het is een netwerk dat is opgebouwd uit hyperlinks en trackbacks tussen blogs. Er wordt gekopieerd, verwezen, samengevoegd en ge-remixed.

In eerste instantie werden weblogs beschouwd als een revolutie. Iedereen had nu zijn eigen publishing-kanaal. Iedereen zou een journalist kunnen worden. Als we nu kijken wat blogs werkelijk zijn zien we diverse functies. Verreweg de meest gebruikte is die van persoonlijk dagboek, hoewel mijn idee is dat dit minder wordt. Er bestaan dus wel heel veel blogs, maar merendeel in de marge – of de ‘long tail’ zo je wilt. Deze, vaak persoons- of groepsgebonden blogs, blijven aanwezig maar voor een specifiek doel en een specifieke groep.

Maar weinigen onder de bloggers zijn echter “auteur” te noemen – in de zin van maker van oorspronkelijke content, die van goede kwaliteit is (voor online toepassing) en ook nog interessant genoeg is voor een redelijk groot publiek. En groot publiek is uiteindelijk waar het de commercie om gaat.

Indivueel bezien bevatten blogs over het algemeen niet altijd even waardevolle of oorspronkelijke informatie. Maar de blogosfeer in zijn totaliteit is een ander verhaal. Elke post, hoe klein ook, kan in potentie tot inspiratie dienen voor een ander, en zo de kiem vormen voor een hele ‘train of thought’. Dit gebeurt door, zoals boven al gezegd, met name door links en reacties. Blogs interacteren met elkaar, leggen verbindingen in een immens neuraal netwerk. Dit virale effect binnen de blogosfeer is onlangs nog gezien toon een journalist vroeg aan een amerikaanse collega of Hilary Clinton ooit wel de videoclip van “When the lady smiles” zou hebben gezien.

Zogenaamde ‘A-list’ blogs, zoals BoingBoing in het bovenstaande voorbeeld,  zijn centrale knooppunten punten in het netwerk. Waar we eerst dachten te maken hebben met micromedia (‘iedereen kan zijn eigen online krant uitgeven’) is de blogosfeer misschien wel het grootste massamedium ooit. Waar vroeger traditionele media als radio, tv en kranten voornamelijk bijdroegen aan het scheppen van onze gedeelde referentiekaders ontstaat er een nu nieuw gedeeld bewustzijn als gevolg van de aanhang en invloed van de grootste blogs.  Misschien een beetje hoogdravend verwoord, maar laten we het toch maar eens in dat licht bezien… Feit is namelijk wel dat een aantal van de A-list blogs (zo’n 4000 wereldwijd) al volledige professionele ondernemingen zijn geworden. Het zijn bronnen van informatie geworden -’zenders’- met een hoge output frequentie en groot bereik. En zelfs door de traditionele media wordt de blogosfeer als bron nauwlettend in de gaten gehouden, zoals te zien was toen die het bovenstaande voorbeeld van een smiling Hilary Clinton massaal oppikten. Het is overal merkbaar dat de invloed van bloggers – met name de grote – aanzienlijk is. De Italiaanse regering zag dit ook, en probeerde hier zelfs maatregelen tegen te nemen (zie een eerdere post op deze site).

De rest van de blog volgen, verwijzen en becommentariëren hooguit. Uit onderzoek (Herring et al., 2005) blijkt ook dat een-derde van de blogs überhaupt geen hyperlinks heeft. Het onderzoek is al wat ouder, maar dit zal niet veel veranderd zijn.

Omdat A-list blogs de blogs zijn waarnaar de meeste links terugleiden, krijgen deze de meeste traffic, en hierdoor ook weer meer links die naar deze blogs verwijzen enzovoorts… Een stukje verwijzing naar deze netwerk-theorie is hier te lezen.

Blogosphere - Matthew Hurst

Bovenstaande plaatje is een erg mooie visualisatie van de blogosphere – gemaakt door Matthew Hurst en interactief te zien op zijn website

Een ander, meer grafisch plaatje, beeldt goed uit hoezeer een concentratie van links eruit ziet in de blogosfeer.

De echte grote blogs worden groter, worden online uitgeverijen en daarmee de nieuwe massamedia. Ik zie ook een beweging dat steeds meer mensen stoppen met hun eigen blog(je) en gaan voor een groter bereik door zich aan te sluiten bij een ‘blogging network’.  Zodoende worden ze auteurs die zich hebben aangesloten bij een uitgeverij.  

Wat we dachten dat een revolutie bleek te zijn, is dus een ’shift’ geweest. We hebben te maken gehad met een technologische revolutie, waarvan andere personen dan de gevestigde orde gebruik hebben gemaakt. Nu het organisme dat de blogosfeer is volwassen begint te worden, zijn er dus weer patronen te ontdekken die wijzen op het onstaan van nieuwe massamedia.

Er is dus geen sprake van globalisering van meningen, maar van blogalisering. Het eerste geval is bottom-up, de utopische gedachte dat elke blogger zijn stem een wereldwijd podium kon geven. Blogalisering is dus de ontluistering van de blogging-ideologie door de constatering dat de mening van de mensheid toch weer afhankelijk is geworden van een klein aantal massamedia.





Krantenlezers ’snorkelen’

7 11 2007

Op de site van het NRC wordt een recent onderzoek aangehaald van het amerikaanse Poynter Instituut. Het onderzoek richt zich op de wijze waarop lezers omgaan met het tot zich nemen van informatie, en de verschillen hierin tussen print en online informatie.

De meest verrassende uitkomst: mensen lezen online meer ’story text’ dan in print.

Een andere leuke vondst is dat ‘krantenlezers snorkelen’ (- vondst NRC).

Het onderzoek beantwoordt in acht hoofdstukken acht vragen over leesgedrag.

  1. Zijn mensen verleerd om ‘in de diepte’ te lezen?
    Nee, zeggen de onderzoekers van Poynter. De spanningsboog van lezers is niet dramatisch korter geworden. Ze kiezen wel zeer selectief wat ze willen lezen. Zeer verrassend vonden de onderzoekers dat mensen verder lezen in online stukken dan in de papieren krant.
  2. Zijn we een samenleving van louter ‘scanners’?
    Ja, uit Eyetrack 07 blijkt dat er in iedereen een scanner zit, die informatie vluchtig en oppervlakkig bekijkt. In iedereen schuilt echter ook een toegewijde en methodische lezer, die leest van kop tot staart, zodra hij een verhaal ziet dat hij wil lezen. Kranten lezen is als snorkelen.
  3. Snelt elke lezer eerst de koppen? Het oog van broadsheet lezers valt het eerst op koppen. Daarna kijken ze naar foto’s. Voor lezers van tabloids geldt het omgekeerde: zij zien eerst de foto’s. Sitebezoekers zien volgens Poynter eerst navigatie (menu’s) en dan koppen.
  4. Hoe belangrijk is de presentatie? Het Eyetrack-onderzoek bevestigt gangbare ideeën: de opening van een pagina krijgt veel aandacht. Hetzelfde geldt voor story packages, goed gepresenteerde verhalen in een mooie ‘verpakking’ (foto’s, graphics).
  5. Beeld overheerst in de huidige cultuur. Ook in de krant? Absoluut. Voor ‘papier’ liggen de resultaten voor de hand: grote foto’s worden meer gezien dan kleine, foto’s in kleur meer dan zwart/wit en actiefoto’s meer dan 1-koloms portretten. Online zijn foto’s lang niet zo dominant; dat ligt aan het ontwerp van veel nieuwssites.
  6. Zien lezers advertenties als een noodzakelijk kwaad? Integendeel, zij besteden volop aandacht aan advertenties. Lezers zagen advertenties in broadsheets beter dan in tabloids. Een broadsheet advertentie van een halve pagina of bijna een volledige pagina kregen even veel aandacht als een volledige pagina. Online advertenties met bewegend beeld trokken veel aandacht.
  7. Smachten lezers naar webspecifieke onderdelen als video, blogs en discussies? Dat valt wel mee. Lezers zagen deze elementen wel, maar klikten er slechts weinig op. Ze klikten het meest op advertenties, lijstjes met koppen en teasers van verhalen.
  8. Wat blijft er hangen van een verhaal? Alternatieve manieren om een verhaal te presenteren helpen lezers om de feiten die zij gepresenteerd krijgen te onthouden. ‘Papierlezers’ onthielden meer feiten dan online lezers als een verhaal werd gepresenteerd in een niet-verhalende vorm.

Zie voor het originele artikel de NRC site:  http://www.nrc.nl/media/article811194.ece/empty.html