Mediapsychologie: Slecht nieuws is lekker

Waarom vinden we slecht nieuws interessanter om te horen dan goed nieuws?

Mensen klagen wel dat de nieuwsvoorziening alleen slechte berichten bevat. Zeker de laatste tijd met de turbulentie in het Midden-Oosten en de recente ramp in Japan .
Maar als we eerlijk zijn: wat willen we dan horen? Nu en dan zijn er initiatieven voor ‘goed-nieuws’-media, maar deze zijn vaak geen lang leven beschoren. Ook staan er wel eens mensen op, die een poging wagen deze neiging van de media tot brengen van slecht nieuws aan de kaak te stellen. Een mooi voorbeeld hiervan was in 1993, toen BBC nieuwslezer Martyn Lewis tijdens een conferentie zei dat 95 procent van de BBC nieuwsberichten negatief van aard was. Hij zei:

“The media report the war but lose interest in the peace, report the problem but not the attempts to find solutions, pander to that base human instinct which gives some people a vicarious pleasure in being voyeurs of disaster. News values are driven by the principle that the only news, the only manly news, is bad news”

Hij is overigens niet echt succesvol geweest in zijn campagne.

Zijn de media inderdaad zo negatief, en dan met opzet zo? Media-onderzoek wijst uit dat negatief nieuws in berichtgeving zo’n 17 keer vaker voorkomt dan een positief nieuwsbericht (Williams, 2009). Meerdere onderzoeken Negatieve berichten krijgen in media inderdaad prioriteit.

Een verklaring hiervoor is te vinden in de surveillance functie van nieuws (Shoemaker 1996). Mensen gebruiken media als een manier om bedreigingen in onze directe omgeving te monitoren. Iets wat hier op inspeelt is het noemen van het aantal Nederlanders dat bij een buitenlandse ramp vermist is. Dat brengt een bericht over nieuws op afstand dichter bij huis.

Aan de andere kant is er een theorie van Winnicot over de geruststellende kracht van media. De ‘comfort blanket’ waaraan we onszelf vastklampen om te bevestigen dat de wereld gewoon door draait. Dit toont aan hoezeer media een referentiekader voor ons dagelijks leven is geworden. Ook al stort de wereld in elkaar, zoals nu bijvoorbeeld in Japan echt het geval lijkt te zijn, wanneer in het bericht erna wordt gemeld dat de IPad 3 morgen gepresenteerd wordt, is de kijker gerustgesteld. Als er ruimte is voor dat soort berichten, kan het tenslotte allemaal niet zo erg zijn.

Zoals Sacha de Boer vanavond in het acht uur journaal zei: “Hoe wild de wereld ook is, vanavond is gewoon de aftrap van de Boekenweek in Amsterdam”.

Voor mij is het duidelijk: Mensen vinden slecht nieuws gewoon interessanter om te horen.
En in de strijd om oplage- en kijkcijfers spelen media hier graag op in.

“Social Media” piekt in 2011 en is over in 2013

De social media hype is momenteel op zijn hoogtepunt. Steeds meer bedrijven en mensen houden zich ermee bezig, bijvoorbeeld als ‘social media consultant’ of door ‘social media marketing’. Een andere indicatie is dat traditionele media ook steeds meer gebruik van maken van social media, zowel als kanaal als ook als populair onderwerp om te belichten in een uitzending of artikel. Voor mij tekenen dat ‘de massa’ is aangehaakt. In innovatietermen zal vervolgens de ‘late majority’ gaan aanhaken (zie Rogers), en zal de interesse vanaf dat punt gaan afnemen. In andere woorden: de hype-curve zal afzwakken.

Sinds enige tijd ben ik me gaan afvragen waar de social media hype nu staat, en wanneer deze ongeveer afgelopen zal zijn. Om mijn ideeën hierover te toetsen heb ik weer een van mijn favoriete tooltjes erbij gepakt:Google Insights for Search, en een vergelijk gemaakt met de internet hype voorafgaand aan de huidige rond social media: Web 2.0.

Social Media versus Web 2.0

Wanneer ik vandaag zoek op “social media” komen er op Google ongeveer 188.000.000 resultaten terug. Wanneer ik zoek op Web 2.0 komen er 39.500.000 terug. Hmmm… dat is onverwacht.
Ik had toch zeker gedacht dat Web 2.0, met een leven van ruim 5 webjaren, aanzienlijk meer hits zou hebben. Zeker als we de longtail meerekenen. Als ik me waag aan een interpretatie hier, is dit voor mij een indicatie dat de social media hype sneller tot een hogere piek is gekomen dan Web 2.0. Naast het gegeven dat het absolute zoekvolume hoger ligt dan vijf jaar geleden, heeft dit waarschijnlijk te maken met drie factoren:

  • Meer mensen zijn online,
  • Mensen zijn meer bezig met ‘online zijn’,
  • Web 2.0 was toch nog grotendeels technisch, terwijl social media echt voor Jan en alleman is. Toch?

Via Google Insights kun je goed verschillende zoektermen vergelijken, uiteenzetten in tijd, en zo trends afleiden. Gemeten wordt het relatieve zoekvolume, dus dit is een goede graadmeter van de populariteit van een onderwerp doior de tijd heen.  De twee zoektermen “Web 2.0” en “social media” heb ik naast elkaar in de tijd gezet, vanaf het begin gemeten. De term Web 2.0 raakte vanaf 2005 in zwang, dus vanaf dat punt is goed een trend te plotten. In onderstaande grafiek zien we de twee trendlijnen voor Web 2.0 en Social Media.

image

    Wat in deze grafiek opvalt is: 

  • de curve van Web 2.0 start begin 2005, was in 2007 op z’n hoogtepunt, en houdt in afnemende mate aan tot heden. Ik kom inderdaad nog steeds ‘laggards’ tegen die over Web 2.0 beginnen…,
  • begin 2010 is er een ‘cross-over’ geweest in populariteit, waarbij de social media als relatieve zoekterm – een indicator voor populariteit – Web 2.0 oversteeg, en dat in toenemende mate is gebleven
  • er is een trendbreuk geweest begin dit jaar met betrekking tot social media. We zien een kleine afname eind vorig jaar (de donkere dagen voor kerst) en vervolgens een steilere curve omhoog ten opzichte van de eerdere trendlijn. Dit is een indicatie dat mijn vermoeden juist is, en de social media hype sinds dit jaar is ‘overgeslagen’ naar de massa.
  • Wat betekent dit voor de social media trend? Mijn ideeën hierover zijn:

  • De social media trend piekt eerder en steiler dan de Web 2.0 trend deed. De time-to-mass is dus korter voor social media, en de adoptie zal uiteindelijker nog omvangrijker zijn,
  • de echte massa is nog niet bereikt, maar dat zal snel gaan komen,
  • de social media curve die nu steil oploopt, zal waarschijnlijk ook in tegenstelling tot de Web 2.0 curve steiler aflopen.

Conclusie:

Mijn verwachting is dat de social media trend in 2011 zal pieken, op de top komen en in 2012 de curve naar beneden zal inzetten.
Rekening houdend met een na-ijl-effect en de ‘laggards’ zal de trend in 2013 uitvlakken.

    En wat betekent dit voor alle ‘social media consultants’ (op Google 1.220.000 resultaten, op Linkedin een kleine 40.000)? In eerste instantie dus goed nieuws: het echte werk gaat nu beginnen, de vraag vanuit ‘de massa’ gaat nu loskomen. Maar, houd Google Trends in de gaten zodat je op tijd bent met je rebranding naar de volgende hype cyclus. Mijn advies: begin nu vast vooruit te kijken, en niet later dan 2012 switchen, he!

image

Overige bevindingen

Er vielen nog wat andere dingetjes op, waarvan ik in ieder geval de onderstaande even moet noemen vanuit een stukje trots op Nederland. Als klein kikkerlandje roeren we ons ook weer goed in de trend die social media heet. In de top tien belangrijkste regio’s staat Nederland nu op plaats 9, en in de top tien belangrijkste plaatsen staat Amsterdam op een eervolle tiende plaats (Londen staat op 11).

Dus, Nederland zoekt veel op social media. Hopelijk betekent dit niet dat we er weinig vanaf weten…

Iedereen wil beroemd zijn – heb jij de X-Factor?

 

Morgenavond start het Nederlandse publiek na de enorme #TVOH rit gelijk door in een nieuwe serie van X-Factor. Is dat niet teveel van het goede? Of is er echt behoefte aan?

We leven in een tijdperk van celebrity culture, waar echt iedereen zijn 15 minutes of fame lijkt te krijgen. En waar mensen zelf niet de ster worden, lijkt het aanbidden van de ‘Idols’ de nieuwe religie.

Dus enerzijds streven mensen de beroemdheid na, anderzijds worden gewone mensen (‘someone like me’) binnen hele korte tijd gekatapulteerd tot grote sterren. En maar al te vaak doven die sterren met eenzelfde tempo. Omdat er weer een volgende zich heeft aangediend. Het huidige tijdperk van celebrity culture wordt gekenmerkt door ‘wegwerpsterren’.

Dat The Voice of Holland en X-Factor direct aansluiten in de programmering lijkt niemand heel raar te vinden. Maar aan de andere kant wordt het wel bemerkt, en worden de mensen die erbij betrokken zijn er wel over bevraagd. Zelfs RTL zelf vind het blijkbaar nodig, en acceptabel om het volgende op hun website te zetten:

Vergeet Ben Saunders en The Voice of Holland, vanaf vrijdag begint X Factor en wordt er gezocht naar nieuw zangtalent.

Maar is dit echt zo, zoeken naar nieuw zangtalent? Een redelijk bekende blogger/schrijver die ik volg op Twitter, Mitch Joel, tweette onlangs:

“I don’t think American Idol is about singing. It is about stories of hopes and dreams… and it’s nice.”

Volgens mij de spijker op zijn kop. Het gaat bij het programma Idols of X-Factor niet om zingen. Dat is in ieder geval niet het belangrijkste. Het gebrek aan zelfkennis en zelfbescherming zorgt in de eerste uitzendingen van de reeks voor amuserende televisie. De discrepantie tussen de mening van degene die auditie doet en de jury is soms schrijnend. En de persoon die wordt afgewezen moet af en toe afgeserveerd worden voordat hij of zij bereid is de auditieruimte te verlaten. Met publieke vernedering als onverwachte uitkomst van hun auditie.

Wat beweegt deze, voornamelijk jonge mensen om zich zo op nationale televisie bloot te geven? Maakt het ze niets uit? Nee, het lijkt erop dat ze vaak een beeld van eigen kunnen hebben ontwikkeld dat niet helemaal strookt met de gangbare normen van wat goed gevonden wordt. Een onderzoek van Pew Research Center (2007), toonde aan dat 81 procent van de 18-tot-25-jarigen (‘Generation Next’) aangaven dat hun top-doel is om ‘beroemd te worden’. Pew refereert aan deze leeftijdsgroep ook wel als de  “Look at Me” generatie.

Waar TVOH een kwalitatieve voorselectie deed, en vooral (semi-) professionele muzikanten en conservatorium studenten verder kwamen, en daarnaast een blinde auditie voor de jury had (de gimmick met de omdraaiende stoelen), laat X-Factor vooral iedereen toe die een shot to fame wil doen. Hoe afwijkend hun realiteitszin ook, misschien in de auditierondes zelfs wel: hoe afwijkender, hoe beter. Een van de meest in het oog springende voorbeelden van ”Look at Me” is wel de auditie van “Bikini Girl” bij American Idol. Inderdaad, ze heeft de bijnaam voor een reden gekregen. Wil je het zien, dan is hier een link naar het filmpje. Ze zegt zelfs: ”Look at Me”…

Later, wanneer de spoeling dunner wordt, wordt het talent (wat dat dan ook is) steeds belangrijker. Het allerbelangrijkste is echter, zoals we ook zagen bij The Voice of Holland, de populariteit van een kandidaat. Uiteindelijk komt het neer op de meeste stemmen, en is het meer een popularity-contest dan een talent show. Deze populariteit heeft vooral te maken met de gezochte ‘X-Factor’.

Wat is nu de X-Factor waarnaar vanaf morgen gezocht gaat worden? Is dit echt een ‘X’, of toch enigzins  te definiëren? De onderzoekers Rena Subotnik en Linda Jarvin hebben in hun onderzoek “Beyond Expertise – Conceptions of Giftedness as Great Performance” 80 respondenten ondervraagt over hun muzikale carrière. Drie belangrijke persoonskenmerken komen naar voren als voorwaardelijk voor het bereiken van de top: intrinsieke motivatie, charisma en muzikaliteit. De X-Factor bestaat uit deze drie basiskenmerken, aangevuld met andere factoren. Een logische complementaire kwaliteit is bijvoorbeeld fysieke aantrekkelijkheid. Wat ik hierin interessant vind, is het punt van intrinsieke motivatie. De mensen met authenticiteit en een oprechte wil muzikant te worden, zijn in tegenstelling tot de ‘look at me’s’ de kanshebbers voor de eindzege.

Het zou in ieder geval een mooi psychologisch veldonderzoek zijn om tijdens de auditierondes de deelnemers te ondervragen, te ‘profilen’ en degenen die doorgaan verder te volgen.

Misschien kunnen we niet allemaal beroemd worden, maar we kunnen er vast veel van leren.

Voorspellen van de winnaar: #TVOH

Vandaag heeft Hyves een persbericht naar buiten gebracht, waarin ze op basis van een enquete onder 40.000 mensen én op basis van het aantal social media connecties voorspellen wie vanavond de winnaar van het populaire programma The Voice of Holland zal zijn (#TVOH). Volgens Hyves, en trouwens vele anderen, zal vanavond Ben Saunders als winnaar uit de bus komen.

hyves-voice-4

Nu denk ik niet dat het aantal volgers de doorslaggevende factor voor de uitkomst is, al is het natuurlijk wel een goede indicator voor de populariteit van de deelnemer.

Er zijn onderzoeken gedaan naar de voorspellende kracht van social media, waarbij wetenschappelijk wordt aangetoond dat social media bronnen inderdaad kunnen worden geanalyseerd om voorspellingen te doen. Een onderzoek van Asur en Huberman, Predicting the Future With Social Media, toont aan hoe social media content (niet zozeer connecties) kan worden gebruikt om voorspellingen te doen over gebeurtenissen in de ‘echte’ wereld. Ze gebruikten hiervoor Twitter om box-office revenue voorspellingen te doen voor films die in premiere gingen. Ze ontdekten dat bijvoorbeeld de snelheid waarmee tweets over bepaalde onderwerpen werden geplaatst een betere indicator is dan reguliere indicatoren.

Als we hiermee rekening houden, dan is de voorspelling van Hyves misschien wat voorbarig. De echte ‘chatter’ op Twitter barst pas vanavond los, tijdens de uitzending. Vanavond zal Nederland wel weer op de kaart staan als #TVOH worlwide trending is…

Om een beetje een beeld te geven van de uitkomsten van sentiment analyse, heb ik even snel de vier kandidaten ingevoerd in de gratis online tool social mention. Hoewel ook dit *disclaimer* niet wetenschappelijk is, is het een leuke illustratie om op een andere manier te kijken naar hoe er over de kandidaten wordt gesproken. In plaats van hoeveel mensen een follower & friend relatie met een (of meerdere) kandidaten hebben.

Hier zijn de printscreens van de resultaten op basis van Twitter (timestamp: 10:20)

image

En wat zegt dit dan? Ja, als we kijken naar Passie, Sentiment en Reach is Ben Saunders inderdaad de gedoodverfde winnaar.

Maar als ik eerlijk ben bewijst dit natuurlijk weinig. Het echte werk moet vanavond gebeuren, zowel op het podium als op twitter, als uiteindelijk via de SMS.

Blogalisering (2)

Naast de eerdere concentratie van content rondom zogenaamde A-list Blogs, eerder beschreven in deze post , blijkt uit onderzoek van PostRank dat de traffic naar websites en blogs door een beperkt aantal social media hubs wordt gegenereerd .

Sinds 2007 heeft PostRank een groei in een bepaalde vorm van participatie geconstateerd, namelijk ‘off-site engagement’. De ‘sharing’ en rating functies van sites zoals Facebook, Twitter, Digg worden steeds vaker gebruikt.

Belangrijke gevolgen hiervan voor blogs zijn dat artikelen een groter bereik en langere levensduur hebben gekregen.

Blogs zijn dus verworden tot “content management interfaces”  met het social web.  Hier kan de blogger (als je die term nog wilt gebruiken) zijn artikelen schrijven, publiceren. De syndicatie en distributie loopt vervolgens via het social web door rating, votings, bookmarks etc.

Hier is dus je succes (bekendheid) te halen.

Blogalisering… de wereld wordt kleiner

“Wie heeft er hier een weblog?” Deze vraag werd drie edities geleden op eday tijdens een keynote presentatie van Mark Fletcher van bloglines aan het publiek gesteld. Verrassend weinig mensen staken hun hand op.

Vandaag de dag is dat een ander verhaal. Niet iedereen heeft een eigen weblog natuurlijk, maar in tegenstelling tot 2005 zullen de meeste mensen van het fenomeen hebben gehoord. En in ieder geval staat buiten kijf dat er ook in Nederland momenteel wanneer in een willekeurige zaal waar de vraag “Wie heeft er hier een weblog?” wordt gesteld, het aantal handen dat de lucht in zal gaan aanzienlijk groter zal zijn dan in 2005.

Op Marketingfacts! wordt de vraag gesteld hoeveel weblogs er wereldwijd eigenlijk zijn. 70 miljoen? 200 miljoen? Met China meegerekend misschien 300 miljoen?

In ieder geval kunnen we stellen dat de blogosphere – de totale verzameling van weblogs – enorm is. Het is een netwerk dat is opgebouwd uit hyperlinks en trackbacks tussen blogs. Er wordt gekopieerd, verwezen, samengevoegd en ge-remixed.

In eerste instantie werden weblogs beschouwd als een revolutie. Iedereen had nu zijn eigen publishing-kanaal. Iedereen zou een journalist kunnen worden. Als we nu kijken wat blogs werkelijk zijn zien we diverse functies. Verreweg de meest gebruikte is die van persoonlijk dagboek, hoewel mijn idee is dat dit minder wordt. Er bestaan dus wel heel veel blogs, maar merendeel in de marge – of de ‘long tail’ zo je wilt. Deze, vaak persoons- of groepsgebonden blogs, blijven aanwezig maar voor een specifiek doel en een specifieke groep.

Maar weinigen onder de bloggers zijn echter “auteur” te noemen – in de zin van maker van oorspronkelijke content, die van goede kwaliteit is (voor online toepassing) en ook nog interessant genoeg is voor een redelijk groot publiek. En groot publiek is uiteindelijk waar het de commercie om gaat.

Indivueel bezien bevatten blogs over het algemeen niet altijd even waardevolle of oorspronkelijke informatie. Maar de blogosfeer in zijn totaliteit is een ander verhaal. Elke post, hoe klein ook, kan in potentie tot inspiratie dienen voor een ander, en zo de kiem vormen voor een hele ‘train of thought’. Dit gebeurt door, zoals boven al gezegd, met name door links en reacties. Blogs interacteren met elkaar, leggen verbindingen in een immens neuraal netwerk. Dit virale effect binnen de blogosfeer is onlangs nog gezien toon een journalist vroeg aan een amerikaanse collega of Hilary Clinton ooit wel de videoclip van “When the lady smiles” zou hebben gezien.

Zogenaamde ‘A-list’ blogs, zoals BoingBoing in het bovenstaande voorbeeld,  zijn centrale knooppunten punten in het netwerk. Waar we eerst dachten te maken hebben met micromedia (‘iedereen kan zijn eigen online krant uitgeven’) is de blogosfeer misschien wel het grootste massamedium ooit. Waar vroeger traditionele media als radio, tv en kranten voornamelijk bijdroegen aan het scheppen van onze gedeelde referentiekaders ontstaat er een nu nieuw gedeeld bewustzijn als gevolg van de aanhang en invloed van de grootste blogs.  Misschien een beetje hoogdravend verwoord, maar laten we het toch maar eens in dat licht bezien… Feit is namelijk wel dat een aantal van de A-list blogs (zo’n 4000 wereldwijd) al volledige professionele ondernemingen zijn geworden. Het zijn bronnen van informatie geworden -’zenders’- met een hoge output frequentie en groot bereik. En zelfs door de traditionele media wordt de blogosfeer als bron nauwlettend in de gaten gehouden, zoals te zien was toen die het bovenstaande voorbeeld van een smiling Hilary Clinton massaal oppikten. Het is overal merkbaar dat de invloed van bloggers – met name de grote – aanzienlijk is. De Italiaanse regering zag dit ook, en probeerde hier zelfs maatregelen tegen te nemen (zie een eerdere post op deze site).

De rest van de blog volgen, verwijzen en becommentariëren hooguit. Uit onderzoek (Herring et al., 2005) blijkt ook dat een-derde van de blogs überhaupt geen hyperlinks heeft. Het onderzoek is al wat ouder, maar dit zal niet veel veranderd zijn.

Omdat A-list blogs de blogs zijn waarnaar de meeste links terugleiden, krijgen deze de meeste traffic, en hierdoor ook weer meer links die naar deze blogs verwijzen enzovoorts… Een stukje verwijzing naar deze netwerk-theorie is hier te lezen.

Blogosphere - Matthew Hurst

Bovenstaande plaatje is een erg mooie visualisatie van de blogosphere – gemaakt door Matthew Hurst en interactief te zien op zijn website

Een ander, meer grafisch plaatje, beeldt goed uit hoezeer een concentratie van links eruit ziet in de blogosfeer.

De echte grote blogs worden groter, worden online uitgeverijen en daarmee de nieuwe massamedia. Ik zie ook een beweging dat steeds meer mensen stoppen met hun eigen blog(je) en gaan voor een groter bereik door zich aan te sluiten bij een ‘blogging network’.  Zodoende worden ze auteurs die zich hebben aangesloten bij een uitgeverij.  

Wat we dachten dat een revolutie bleek te zijn, is dus een ‘shift’ geweest. We hebben te maken gehad met een technologische revolutie, waarvan andere personen dan de gevestigde orde gebruik hebben gemaakt. Nu het organisme dat de blogosfeer is volwassen begint te worden, zijn er dus weer patronen te ontdekken die wijzen op het onstaan van nieuwe massamedia.

Er is dus geen sprake van globalisering van meningen, maar van blogalisering. Het eerste geval is bottom-up, de utopische gedachte dat elke blogger zijn stem een wereldwijd podium kon geven. Blogalisering is dus de ontluistering van de blogging-ideologie door de constatering dat de mening van de mensheid toch weer afhankelijk is geworden van een klein aantal massamedia.

Krantenlezers ‘snorkelen’

Op de site van het NRC wordt een recent onderzoek aangehaald van het amerikaanse Poynter Instituut. Het onderzoek richt zich op de wijze waarop lezers omgaan met het tot zich nemen van informatie, en de verschillen hierin tussen print en online informatie.

De meest verrassende uitkomst: mensen lezen online meer ‘story text’ dan in print.

Een andere leuke vondst is dat ‘krantenlezers snorkelen’ (- vondst NRC).

Het onderzoek beantwoordt in acht hoofdstukken acht vragen over leesgedrag.

  1. Zijn mensen verleerd om ‘in de diepte’ te lezen?
    Nee, zeggen de onderzoekers van Poynter. De spanningsboog van lezers is niet dramatisch korter geworden. Ze kiezen wel zeer selectief wat ze willen lezen. Zeer verrassend vonden de onderzoekers dat mensen verder lezen in online stukken dan in de papieren krant.
  2. Zijn we een samenleving van louter ‘scanners’?
    Ja, uit Eyetrack 07 blijkt dat er in iedereen een scanner zit, die informatie vluchtig en oppervlakkig bekijkt. In iedereen schuilt echter ook een toegewijde en methodische lezer, die leest van kop tot staart, zodra hij een verhaal ziet dat hij wil lezen. Kranten lezen is als snorkelen.
  3. Snelt elke lezer eerst de koppen? Het oog van broadsheet lezers valt het eerst op koppen. Daarna kijken ze naar foto’s. Voor lezers van tabloids geldt het omgekeerde: zij zien eerst de foto’s. Sitebezoekers zien volgens Poynter eerst navigatie (menu’s) en dan koppen.
  4. Hoe belangrijk is de presentatie? Het Eyetrack-onderzoek bevestigt gangbare ideeën: de opening van een pagina krijgt veel aandacht. Hetzelfde geldt voor story packages, goed gepresenteerde verhalen in een mooie ‘verpakking’ (foto’s, graphics).
  5. Beeld overheerst in de huidige cultuur. Ook in de krant? Absoluut. Voor ‘papier’ liggen de resultaten voor de hand: grote foto’s worden meer gezien dan kleine, foto’s in kleur meer dan zwart/wit en actiefoto’s meer dan 1-koloms portretten. Online zijn foto’s lang niet zo dominant; dat ligt aan het ontwerp van veel nieuwssites.
  6. Zien lezers advertenties als een noodzakelijk kwaad? Integendeel, zij besteden volop aandacht aan advertenties. Lezers zagen advertenties in broadsheets beter dan in tabloids. Een broadsheet advertentie van een halve pagina of bijna een volledige pagina kregen even veel aandacht als een volledige pagina. Online advertenties met bewegend beeld trokken veel aandacht.
  7. Smachten lezers naar webspecifieke onderdelen als video, blogs en discussies? Dat valt wel mee. Lezers zagen deze elementen wel, maar klikten er slechts weinig op. Ze klikten het meest op advertenties, lijstjes met koppen en teasers van verhalen.
  8. Wat blijft er hangen van een verhaal? Alternatieve manieren om een verhaal te presenteren helpen lezers om de feiten die zij gepresenteerd krijgen te onthouden. ‘Papierlezers’ onthielden meer feiten dan online lezers als een verhaal werd gepresenteerd in een niet-verhalende vorm.

Zie voor het originele artikel de NRC site:  http://www.nrc.nl/media/article811194.ece/empty.html

Mensen besteden minder tijd aan media

Een onderzoek van Veronis Suhler Stevenson presenteert als verrassend resultaat dat mensen voor het eerst sinds 1997 minder tijd doorbrengen met het ‘consumeren’ van media. Verrassend, omdat dit tegen mijn gevoel van de werkelijkheid ingaat. Ik denk niet dat ik de enige ben die van mening is dat media steeds meer alomaanwezig is, en dat we er dan ook steeds meer tijd mee doorbrengen. De stelling die ze naar voren brengen is dat het toenemende gebruik van digitale media ervoor zorgt dat mensen sneller aan hun informatie komen. De consumptie-behoefte is dus eerder bevredigd. Wat hier niet duidelijk is, is de kwaliteit of effectiviteit van de informatie-opname. Is deze gelijk aan de variant waarin men, gebruik makend van traditionele media, meer tijd besteed aan het informatieverwerkingsproces?

Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat gebruik van media op het werk juist is toegenomen met 3,2%. Wat mij niet duidelijk is, is of dit nu bij het totaalgebruik wordt geteld of niet.

Hoewel dit natuurlijk slechts beperkte informatie rond dit onderzoek is, is het wel leuke ‘food-for-thought’.

Oh ja, en Veronis Suhler Stevenson (VSS.com) is een investeringsmaatschappij in de mediabranche. En ik heb niet het volledige rapport à 2495 USD gelezen, maar snel mijn behoefte bevredigd door gebruik te maken van digitale media…

bron: http://www.tvweek.com/news/2007/08/study_says_consumers_spending.php

Internet is eerder vriend dan vijand van televisie

Veel marktanalisten voorspellen het medium televisie weinig goeds. Het zou overvleugeld worden door elektronische en mobiele media en niet vernieuwend genoeg zijn. Volgens Tess Alps van het Britse Thinkbox is hier echter weinig reden toe. Televisie is nog altijd een zeer effectief medium, dat bovendien zelfs voordeel kan hebben van de opkomst van nieuwe media. In 2006 bleef het kijkgedrag in het Verenigd Koninkrijk op hetzelfde peil als een jaar eerder. Er werden gemiddeld per dag 2,2 miljard tv-commercials bekeken. De penetratie van digitale tv steeg naar ruim 77%. Ook de verkoop van widescreen, flatscreen en HDTV vertoonde gezonde groeicijfers. Bijna 90% van de Britse huishoudens heeft inmiddels een breedbandverbinding, zodat internet steeds vaker wordt gebruikt als distributiemedium.
Internet- en mobiele televisie bieden kijkers de mogelijkheid overal en altijd te kijken, zoals onderweg van en naar het werk en op het werk. Dit biedt televisie nieuw groeipotentieel. Met hulp van het internet kan televisie consumenten bijvoorbeeld de mogelijkheid bieden meer te weten te komen over producten in tv-commercials. Verder communiceren vooral jongeren online over tv-programma`s. Zo wordt televisie een soort sociaal bindmiddel van gedeelde ervaringen. Ook het effect van PVR`s blijkt mee te vallen. Bezitters kijken nog altijd 85% van de tijd live.

Bron(nen): Admap (juli/augustus 2007; nr. 485, p. 22; 4 p.)

Voornaamste bedreiging: User-Generated Content

We wisten het eigenlijk wel, maar het is nu ook onderzocht door middel van interviews met top executives uit Noord-Amerika en Europa (Nederland zit hier helaas niet bij). De voornaamste bedreiging voor de business modellen van de traditionele mediabedrijven ziet men zelf in User Generated Content. Een samenvatting is te vinden op de site van Accenture.

Zoals uit onderstaand tabelletje blijkt, verwacht men de komende tijd het meest van korte video’s.

Media Content Growth Potential (Q1 2007, % of respondents)
Content % Media and Entertainment Executives Expecting Growth
Short form videos

53%

Video games

13

Full length feature films

11

Music

11

Consumer publishing

9

Business publishing

4

Source: Accenture, April 2007

Een bedreiging is natuurlijk tegelijkertijd een kans, wanneer je hier goed mee om weet te gaan. In vergelijking met een onderzoek vorig jaar, is men meer optimistisch ten aanzien van mogelijkheden toch geld te blijven verdienen met content. Vorig jaar was dit 21 %, nu ziet 32 % content als revenue driver. De onderzoeksresultaten op een rijtje:

  • 68% van de respondenten gelooft dat hun onderneming binnen 3 jaar geld kan verdienen aan user-generated content
  • 62% verwacht dit te kunnen doen door advertenties en sponsoring van social media
  • 21% verwacht hogere winsten uit abonnementen
  • 18% verwacht winst uit pay-per-play proposities
  • en 24% van de respondenten zegt nog niet te weten hoe ze zullen gaan profiteren van user-generated content.

Een interessant onderzoek van Synovate wijst uit dat niet iedereen (niet alle consumenten) overtuigd zijn van de waarde of aantrekkelijkheid van niet-professioneel geproduceerde video’s: “respondents disliked having to wade through user-generated content to get to the good stuff.”

Aspects of Online Video that US Adult Internet Users Like Least
% of Respondents
Too many video ads

31.8%

Hard to find quality production

20.7

Difficult to find interests

19.3

Too many videos available

16.4

Too much user-generated content

11.8

Source: Synovate/Clipblast!, February 2007

Lijkt me dat hier ook nog ergens een kans moet liggen…

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.