Google + & -

Google lijkt eindelijk te een winner te hebben op social networking gebied. Na een indrukwekkend track record van mislukte sociale netwerk initiatieven, te beginnen met Orkut en meest recent Buzz, is de lancering van Google + een groot succes. Na een paar weken zoemen rond het sociale web, heeft + nu meer dan 20 miljoen gebruikers, die meer google-plus-logodan 10 miljard berichten per dag delen. Zal + een blijvertje zijn?

Laten we even kijken of wat er anders is deze keer…

De timing en de wijze van lancering.
Google’s timing lijkt deze keer erg goed te zijn geweest. Hetzij door toeval, of de Google jongens en meisjes zien dingen gebeuren en zijn in staat om er goed naar te handelen. Wat ik zelf heb gemerkt de laatste tijd, en ook wel besproken heb met anderen, is iets wat ik social media fatigue (vermoeidheid) zou willen noemen. Mensen beginnen te minder belangstelling en participatie laten zien, en misschien zelfs een ‘been there, done that’ houding ten toon te spreiden. Ook, met privacy als een hot topic in hedendaagse westerse samenleving zijn mensen beter steeds op hun hoede van de ‘Facebook-manier’ van werken.

En + is nieuw en daarom dus interessant. Een twitter-’power-user’ als Robert Scoble plaatste zelfs op + dat hij nu is uitgekeken op Twitter (en veroorzaakte daarmee gelijk een grote discussie). En natuurlijk, de typische manier waarop Google de invoering van + deed, alleen op uitnodiging, maakt dat mensen het willen. Well played by Google.

Functies
Vele reviews van het +-platform en de interface zijn gepubliceerd de afgelopen weken. Ik zal niet de moeite nemen dat te herhalen, of proberen nog iets nuttigs daaraan toe te voegen. Zoals we kunnen verwachten van Google, is de interface ‘clean’, heeft het Drag-and-drop functionaliteit, maar het heeft ook een aantal leuke verrassingen. Het is intuïtief en overal toegankelijk (op al je apparaten). Check bijvoorbeeld Mashable of Read Write Web voor goede reviews.

Van ‘Social Graph’ naar ‘Interest Graph’; van het tekenen van lijnen tot het maken van cirkels
Online sociale netwerken hebben de zogenaamde social graph als basis. + Gebruikt dit ook natuurlijk, maar erkent het feit dat er meer aan relaties dan alleen maar wie je kent. Meer dan slechts lijntjes tussen mensen, en Google heeft hiervoor cirkels in het leven geroepen. De juiste vertaling hiervoor zou dan ook ‘kringen’ zijn. In het echte leven zal je over het algemeen met collega’s over andere dingen praten dan je zou doen tijdens een familie dinertje. En waarschijnlijk ook op een andere manier. + Geeft u uw kringen, en een manier om je echte leven onder te verdelen in je online levens (ja, meerdere).
Natuurlijk, Google gebruikt je social graph, bijvoorbeeld om suggesties voor vrienden te doen. Hoewel ik denk dat ik kan zeggen dat ik vrij diep in deze materie zit ben ik toch weer verbaasd over wat Google weet. Ik gebruik Google-services (zoals Gmail) al jaren, en dit is duidelijk terug te zien in +. En nu heb ik Google zelfs nog meer gegeven door het koppelen van mijn andere social networking profielen van Facebook en Twitter. Google heeft me trouwens zelf geïdentificeerd op Twitter… Oh ja, en mijn vrouw zag gisteren op haar Android (Google’s mobiele besturingssysteem) telefoon ineens een fotootje bij mijn naam komen!

Mijn conclusie is dat waar Facebook dit alles over je weet, zij het voornamelijk voor zichzelf houden en aan derden doorverkopen. In tegenstelling tot Facebook geeft Google een groot deel van de toegevoegde waarde van je social graph terug door middel van +. Daarnaast gebruiken ze bij Google de info natuurlijk ook voor hun eigen marketing-mechanismen (ze zijn ook niet dom).

Vrijheid en transparantie
Google neemt duidelijk een standpunt in dat je zelf eigenaar bent van je gegevens. Zo, die discussie is dus ook gedaan. Mijn social graph is van mij, punt uit. Beheren van je profiel en privacy-instellingen is gemakkelijk te vinden (in tegenstelling tot bij Facebook), je kunt je + account gemakkelijk verwijderen, maar voordat je zou besluiten om dat te doen, kunt zelfs je gegevens exporteren.

De waarde voor organisaties
Hoewel het officieel nog niet ‘mag’ van Google, zijn er een aantal bedrijven die profielen in + hebben aangemaakt. Een goed voorbeeld was Mashable Nieuws, hoewel ze recent geplaatst op + dat na gesproken te hebben met de “jongens bij Google” dat zij zich zullen gedragen en net als de rest wachten (!?). Waarom staat Google het nu niet toe? Wat is hun strategie met + in de richting van organisaties? Recent is bekend geworden dat ergens in Q3 bedrijfsprofielen mogelijk zullen zijn, met analyse functionaliteiten zoals in andere Google omgevingen (link).
Wanneer we kijken naar extern gerichte waarde, zou het voor de hand liggen voor organisaties om + profiel pagina’s, net als de Facebook fanpages, te krijgen. Op deze manier zullen organisaties een andere manier van interactie met hun klanten hebben. Wat + belooft in mijn ogen is meer functionaliteit, integratie met andere applicaties en – opnieuw – de overdraagbaarheid (portabiliteit) van gegevens. Wow, zullen bedrijven zelf deze gegevens bezitten? In staat zijn om in te lezen in hun marketing-en business intelligence-systemen?

En voor de integratie met de business processen, is het eenvoudig om toepassingen op gebied van customer support of product management te voorzien. Verder kijkend naar de intern gerichte waarde van +, ligt integratie met Google Docs en Apps voor de hand.
Er is al een zeer leuke nieuwe functie op + de naam Hangouts. Via deze webapplicatie kan men videobellen, chatten en samen kijken naar filmclips. Er is zelfs al een nieuw fenomeen ontstaan: hangout parties. In een meer zakelijke omgeving kan het ook worden gebruikt voor videoconferenties, waar de persoon die aan het woord is (of liever: het hardste praat) wordt weergegeven in het grote scherm.

Dus, het platform biedt veel aan individuen en belooft veel voor organisaties.

En hoe zit het met de -?
De gedachte achter + is goed, de implementatie is uitstekend, met ongetwijfeld nog meer goede dingen te komen. Tsja, zijn er dan ook - ‘s om op te noemen? Mijn enige echte bedenking zit ‘m in de beheersbaarheid van het + platform. Mensen maken meer en meer cirkels, voegen meer mensen toe, en hebben daarnaast nog de zorg voor hun vrienden en kennissen op Twitter, LinkedIn en Facebook. De zorg die ik heb ligt in wat Clay Shirky zogenaamde ‘filter failure’ noemt. Hoe zullen mensen hiermee omgaan? Of zal Google de priority inbox functionaliteit op een bepaald moment in + toevoegen?

En wat denk je? Zal dit Google’s social network succes worden?

Mediapsychologie: Slecht nieuws is lekker

Waarom vinden we slecht nieuws interessanter om te horen dan goed nieuws?

Mensen klagen wel dat de nieuwsvoorziening alleen slechte berichten bevat. Zeker de laatste tijd met de turbulentie in het Midden-Oosten en de recente ramp in Japan .
Maar als we eerlijk zijn: wat willen we dan horen? Nu en dan zijn er initiatieven voor ‘goed-nieuws’-media, maar deze zijn vaak geen lang leven beschoren. Ook staan er wel eens mensen op, die een poging wagen deze neiging van de media tot brengen van slecht nieuws aan de kaak te stellen. Een mooi voorbeeld hiervan was in 1993, toen BBC nieuwslezer Martyn Lewis tijdens een conferentie zei dat 95 procent van de BBC nieuwsberichten negatief van aard was. Hij zei:

“The media report the war but lose interest in the peace, report the problem but not the attempts to find solutions, pander to that base human instinct which gives some people a vicarious pleasure in being voyeurs of disaster. News values are driven by the principle that the only news, the only manly news, is bad news”

Hij is overigens niet echt succesvol geweest in zijn campagne.

Zijn de media inderdaad zo negatief, en dan met opzet zo? Media-onderzoek wijst uit dat negatief nieuws in berichtgeving zo’n 17 keer vaker voorkomt dan een positief nieuwsbericht (Williams, 2009). Meerdere onderzoeken Negatieve berichten krijgen in media inderdaad prioriteit.

Een verklaring hiervoor is te vinden in de surveillance functie van nieuws (Shoemaker 1996). Mensen gebruiken media als een manier om bedreigingen in onze directe omgeving te monitoren. Iets wat hier op inspeelt is het noemen van het aantal Nederlanders dat bij een buitenlandse ramp vermist is. Dat brengt een bericht over nieuws op afstand dichter bij huis.

Aan de andere kant is er een theorie van Winnicot over de geruststellende kracht van media. De ‘comfort blanket’ waaraan we onszelf vastklampen om te bevestigen dat de wereld gewoon door draait. Dit toont aan hoezeer media een referentiekader voor ons dagelijks leven is geworden. Ook al stort de wereld in elkaar, zoals nu bijvoorbeeld in Japan echt het geval lijkt te zijn, wanneer in het bericht erna wordt gemeld dat de IPad 3 morgen gepresenteerd wordt, is de kijker gerustgesteld. Als er ruimte is voor dat soort berichten, kan het tenslotte allemaal niet zo erg zijn.

Zoals Sacha de Boer vanavond in het acht uur journaal zei: “Hoe wild de wereld ook is, vanavond is gewoon de aftrap van de Boekenweek in Amsterdam”.

Voor mij is het duidelijk: Mensen vinden slecht nieuws gewoon interessanter om te horen.
En in de strijd om oplage- en kijkcijfers spelen media hier graag op in.

Echte Mensen met een ‘Social Layer’

Via een vraag van een student werd ik gewezen op een nieuwe telefoon app die momenteel in ontwikkeling is: Recognizr. Dit is een augmented ID app waarmee je met je telefoon mensen kunt ‘scannen’ waarna je te zien krijgt welke sociale netwerken er aan deze persoon hangen (en eventueel ook adresgegevens).
Op het eerste oog lijkt dit een schokkende ontwikkeling, het Big Brother complex dat veel mensen hebben wordt hierdoor natuurlijk sterk geprikkeld. Als losstaand fenomeen is deze app niet wereldschokkend, maar wat betekent dit in een bredere context?

Deze ontwikkeling is onderdeel van een grotere trend, en deze heeft wellicht wel verstrekkende gevolgen. Die trend die ik hier zie is namelijk de verdere personalisering en mobilisering van informatie. Op elk moment en elke plaats kunnen mensen in toenemende mate beschikken over context-afhankelijke en relevante informatie.

Wat de impact hiervan is op de mens en de psyche is gissen, aangezien de ontwikkeling in de kinderschoenen staat. Op gebied van augmented reality is er nog weinig onderzocht. Misschien kunnen we wel een vergelijk trekken met virtual reality (VR), iets dat in de jaren ’90 nogal populair was.

De functie van een app als Recognizr is, naast fun, in eerste instantie gebruiksgemak. Je kunt langs deze weg makkelijk contact maken, en informatie uitwisselen met mensen die je tegenkomt. Bijvoorbeeld handig op beurzen of andere netwerkbijeenkomsten.

Door dit soort technologie wordt een extra laag – een extra dimensie – gegeven aan de fysieke werkelijkheid. Het is waarschijnlijk dat mensen in hun interactie met deze fysieke werkelijkheid beïnvloed worden, en dat dit naarmate de technologie verder vordert steeds meer onderdeel wordt van de mens en zijn waarneming van de werkelijkheid. Keuzes en beslissingen, en contact tussen mensen, zullen in het echte leven beïnvloed worden door een zichtbare sociale context.

Er zijn natuurlijk ook aspecten aan die om aandacht vragen van bijvoorbeeld wetgevers. Te denken valt aan zaken op gebied van privacy. Het gebruik van biometrische technologie is altijd een beladen onderwerp, omdat mensen natuurlijk niet zo makkelijk van gezicht veranderen als van email adres, om maar iets te noemen. En hierdoor is er al gauw een gevoel van ongemak of zelfs angst bij dit soort toepassingen. Er zal goed gekeken moeten worden wat alle implicaties zijn alvorens dit op de markt gebracht wordt. Volgens mij duurt het daarom ook lang voor we dit massaal in gebruik zien. Waarschijnlijk zijn de juridische en ethische aspecten nog lastiger dan de technologische.

Een interessant punt om verder over na te denken zou zijn: hoe zou deze technologie jezelf kunnen helpen in het dagelijks leven? En weegt dit voor jou dan op tegen de eventuele nadelen (zoals privacy).
Net als bij alles wat we doen, vooral gebruik makend van  mensen zijn altijd zelf verantwoordelijk voor het maken van de keuze om iets te gebruiken of niet. Gelukkig hebben we in onze maatschappij deze vrijheid. Het enige dat mensen bewust moeten doen is een afweging te maken wat voor henzelf de prijs is die ze willen betalen voor het gebruiken van functionaliteit. En hoe ze zelf controle houden. Want ook dat is iets van onze maatschappij: voor niets gaat de zon op.

De Wereld regeren via Sociale Netwerken

De Nederlandse regering valt, in het Verenigd Koninkrijk lijken de verkiezingen uit te lopen op een impasse, en in de VS lopen de democraten het risico hun meerderheid in de Senaat te verliezen. En dit allemaal in de loop van een week …

Zien we hier een patroon zich ontwikkelen? Zijn we misschien na de financiële crisis op weg naar de volgende: een wereldwijde politieke crisis?

Hoe dan ook, het is tijd dat de politiek opnieuw uitgevonden wordt. Dit gebeurt nu al van binnenuit. Tijdens de debatten in het Nederlandse parlement en ook tijdens de loop van de val van het Nederlandse parlement, zijn wij als burgers in staat tegenwoordig een live play-by-play commentaar te krijgen vanuit de achterkamers van de politiek. Vanuit verschillende perspectieven, omdat veel kamerleden zich een slag in de rondte tweeten over wat er gaande is.

Andersom gebeurt ook, zoals u zich wellicht herinnert uit de Twitter-hype rond de Iran verkiezingen in 2009, toen de Iraanse mensen massaal Twitter gebruikten om Iraanse internet censuur te omzeilen en de rest van de wereld te informeren over wat er werkelijk gaande was. En natuurlijk hebben we Obama zien stijgen en gekozen worden als president van de VS, veel en goed gebruik makend van social networking platforms. Punt is, hij is blijkbaar niet in staat zijn om dit te handhaven. Misschien heeft hij nu te druk met zijn baan ;-)

Met de groei van online sociale netwerken zoals Facebook, Twitter en dergelijke, lijkt het slechts een kwestie van minuten totdat de hele wereld is aangesloten via deze netwerken. De burgerij van de wereld is straks te bereiken via online sociale networken.

Politiek is een proces waarbij groepen van mensen collectieve beslissingen maken. Nu gebeurt dat in democratieën door gekozen vertegenwoordigers van het volk. Online sociale netwerken bieden veel manieren om snel en effectief informatie te verspreiden en hebben grote invloed op de menselijke besluitvorming. Individueel of collectief. Informatie in online sociale netwerken stroomt niet alleen éérichting op, maar kan stromen in elke gewenste richting (veel-op-veel, een-op-veel, een-op-een, veel-op-een). Overheden moeten hun communicatie en processen opnieuw uitvinden, en hebben dan ook behoefte aan nieuwe, eigentijdse gereedschappen om dit te ondersteunen. Er is behoefte aan “Nieuwe Politiek” en bijbehorende middelen.

Regeringen maken de overgang naar deze wereld van “Nieuwe Politiek”. Maar waar politici zich nu voornamelijk richten op campagne voeren, het creëren van zoveel mogelijk ‘buzz’ en krijgen van zoveel mogelijk volgers of fans, is het nu tijd ook te kijken naar de werkelijke politieke processen. Denk aan: real-time stemmingen, burger-initiatieven (voorstellen voor wetgeving), referenda, burger input ingebracht in kamerdebatten, enzovoort.

Ik ben benieuwd wanneer we echte democratieën zullen gaan zien onstaan.

Blogalisering (2)

Naast de eerdere concentratie van content rondom zogenaamde A-list Blogs, eerder beschreven in deze post , blijkt uit onderzoek van PostRank dat de traffic naar websites en blogs door een beperkt aantal social media hubs wordt gegenereerd .

Sinds 2007 heeft PostRank een groei in een bepaalde vorm van participatie geconstateerd, namelijk ‘off-site engagement’. De ‘sharing’ en rating functies van sites zoals Facebook, Twitter, Digg worden steeds vaker gebruikt.

Belangrijke gevolgen hiervan voor blogs zijn dat artikelen een groter bereik en langere levensduur hebben gekregen.

Blogs zijn dus verworden tot “content management interfaces”  met het social web.  Hier kan de blogger (als je die term nog wilt gebruiken) zijn artikelen schrijven, publiceren. De syndicatie en distributie loopt vervolgens via het social web door rating, votings, bookmarks etc.

Hier is dus je succes (bekendheid) te halen.

Australië heeft de primeur…

De primeur om als eerste Westerse land een internetfilter in te stellen om de inwoners (officiële lezing: kinderen) te Photo of Senator Stephen Conroybeschermen tegen internet content dat niet geschikt wordt bevonden voor hen. Australië heeft tenslotte een ‘internet-minister’, Senator Stephen Conroy, Minister for Broadband, Communications and the Digital Economy. En zoals dat dan gaat, moet een minister natuurlijk wel verschil maken (lees: macht hebben). Welke websites en trefwoorden geblokkeerd moeten worden, bepaalt de Australian Communications and Media Authority (ACMA).
Bron: NRC Handelsblad

Een wereldwijde tendens is merkbaar van toenemende overheidsinvloed in het bedrijfsleven en dagelijks leven van de burger. Het begon me al op te vallen tijdens de ver-Balkenendisering van Nederland, ook wel vertrutting of betutteling genoemd, en is natuurlijk de laatste tijd uitermate goed zichtbaar door de overheidsinmenging in de vrije marktwerking die als gevolg van de financiële crisis stukloopt.

Natuurlijk is het een taak van de overheid om burgers te beschermen, en dan met name kinderen, maar laat mensen hier vooral eigen verantwoordelijkheid in nemen. Voor kinderen zullen ouders en andere volwassenen hier een belangrijke taak in hebben. Internet is ondertussen deel van het dagelijks leven, en maakt deel uit van de wereld. Zeker voor onze kinderen. Leren hoe internet te gebruiken, wat de gevaren zijn en hoe hiermee om te gaan is een taak voor de opvoeders. Dom houden door de overheid is niet de oplossing. Een groot haaiennet spannen om je land om ‘gevaarlijke invloeden’ buiten te houden werkt gewoon niet wat het internet betreft. Ik merk het al te vaak op mijn werk, waar een filtersysteem de simpelste en ongevaarlijkste sites weet te blokkeren. Als ik bijvoorbeeld op een site van een Nederlandse omroep contactgegevens op wil zoeken, wordt ik al tegengehouden. Een grote persoonlijke frustratie, die ik niet graag op nationale schaal zou willen zien ontstaan. Daarnaast zijn er altijd manieren om dergelijke systemen te omzeilen (zie ook: http://mediapsychologie.nl/2007/10/17/internet-censuur/), en het wordt juist een uitdaging om dat dan ook te gaan doen.

Een taak voor de overheid kan zeker wel liggen in onderwijzen en ondersteunen van goed internet gebruik. In Nederland hebben we hier een goed initiatief voor, “Mediawijsheid“. Zo maken we de verboden vruchten minder aantrekkelijk – door ze niet te verbieden…

Beurzen omlaag, kijkcijfers omhoog?

Gisteravond weer een ‘extra nieuwsuitzending’ over de financiële crisis, aangekondigd tijdens het kijken naar de reguliere tv programmering. Een opmerking van mijn vrouw zette me aan het denken: “Alweer? Wat is er nu weer aan de hand? Het lijkt wel of ze dit doen om extra kijkers te trekken…” Tsja, het zou zo maar kunnen…

De media spint garen bij de situatie die zich momenteel ontvouwt op de financiële markten. Op de radio hoorde ik presentatoren zich al uitspreken over wat de dag van morgen nu weer zou brengen… Het lijkt een soort ramptoerisme, waarbij mensen reikhalzend uitkijken naar de volgende schokgolf die de financiële crisis met zich mee brengt.

Het woord ‘crisis’ heeft in de dagelijkse spraak een negatieve lading. Van oorsprong is de term echter neutraal. Etymologisch komt het voort uit het (oud)Griekse werkwoord κρινομαι (‘krinomai’) met de betekenissen (1) scheiden; schiften (2) onderscheiden (3) beslissen; beslechten (4) richten; oordelen. Zo bezien, is een crisis een ‘moment van de waarheid‘, waarop een beslissing moet worden genomen die van grote invloed is op de toekomst. (bron: Wikipedia)

Het is een spannende en interessante tijd waarin we leven, zeker de laatste maanden. Waar we voor moeten waken is dat onze behoefte aan sensatie, gevoed door de media, niet uitmondt in massahysterie. Hopelijk kan de wereld de huidige crisis accepteren als een wellicht onprettige, maar wel noodzakelijke reality check. En geeft dit ons de nodige drijfveren geeft om nieuwe, inventieve manieren te vinden om optimaal te leven, werken en te ondernemen!

Pessisme is niet nodig, realisme wel.

Google als ‘Global Brain’

Tien jaar. Zolang bestaat Google nu. In deze tien jaar is de zoekmachine uitgegroeid tot één van de grootste bedrijven ter wereld. En voor velen ook één van de grootste bedreigingen.

Alle bedrijven zien ondertussen Google als één van de grootste concurrenten, nu al of in de nabije toekomst. Google (‘Gobble’) pakt gewoon van alles op, kijkt hoe iets zich ontwikkelt en ze zien wel hoe ze in de toekomst er geld aan zullen verdienen. Het bijzondere aan deze methode is dat het vaak nog lukt ook.

In die tien jaar heeft Google zich ook ontwikkeld als centraal referentiepunt in ons leven. Wanneer we iets willen weten, is de eerste stap tegenwoordig meestal de internetbrowser opstarten, waar vaak Google als startpagina is ingesteld. Het werkwoord ‘googlen’ is dan ook opgenomen in het woordenboek.

Een recent artikel in het NRC beschreef hoe de middelbare schooljeugd normale woorden (zoals ‘immers’, ‘onlangs’, etc.) niet meer kent. De jeugd leest dan ook geen boeken meer, waarin dit soort woorden over het algemeen wel voorkomen.

De schrijver Nicolas Carr heeft onlangs een artikel geschreven met de titel: “Is Google making us stupid?” Hierin stapt hij even op de rem, om te reflecteren op de invloed van Google op zijn denkproces. Iedereen kan tegenwoordig een veelheid aan informatie vinden met enige zoekmachine-vaardigheden. En deze informatie vervolgens weer toepassen. Maar juist om het toepassen gaat het. Slechts reproduceren van de google-hits gaat je niet ver brengen. Menselijke intelligentie zal een rol moeten blijven spelen, en als we niet af en toe op de rem trappen, zoals Nicolas Carr, vergeten we dit misschien wel eens.

Volgens mij is het tijd voor de volgende fase in onze evolutie; hoe kunnen we internet, met Google als exponent daarvan, effectief inzetten. En effectief is dan niet ‘zoeken en overladen’, maar het proces moet zijn: vinden, combineren, selecteren en interpreteren.

De entree van een volgende fase, wordt vaak vooraf gegaan door een economische recessie. Dit aangezien de oude technologie en gevestigde orde moet wijken voor de nieuwe. Dit wordt beschreven in het volgende artikel op Frankwatching: http://www.frankwatching.com/archive/2008/09/17/de-googlisering-van-business-intelligence/.

De voortekenen van een recessie zijn aanwezig. Dit zien we dan maar als een noodzakelijke overgangsfase, die hopelijk zo kort mogelijk duurt. Laten we hopen dat het ‘human brain’ zich blijft ontwikkelen ten opzichte van het ‘Global Brain’. En ik hoop vooral ook dat ik mijn hogere hypotheekrente in de volgende economische golf ruimschoots goedgemaakt zie…

Blogalisering… de wereld wordt kleiner

“Wie heeft er hier een weblog?” Deze vraag werd drie edities geleden op eday tijdens een keynote presentatie van Mark Fletcher van bloglines aan het publiek gesteld. Verrassend weinig mensen staken hun hand op.

Vandaag de dag is dat een ander verhaal. Niet iedereen heeft een eigen weblog natuurlijk, maar in tegenstelling tot 2005 zullen de meeste mensen van het fenomeen hebben gehoord. En in ieder geval staat buiten kijf dat er ook in Nederland momenteel wanneer in een willekeurige zaal waar de vraag “Wie heeft er hier een weblog?” wordt gesteld, het aantal handen dat de lucht in zal gaan aanzienlijk groter zal zijn dan in 2005.

Op Marketingfacts! wordt de vraag gesteld hoeveel weblogs er wereldwijd eigenlijk zijn. 70 miljoen? 200 miljoen? Met China meegerekend misschien 300 miljoen?

In ieder geval kunnen we stellen dat de blogosphere – de totale verzameling van weblogs – enorm is. Het is een netwerk dat is opgebouwd uit hyperlinks en trackbacks tussen blogs. Er wordt gekopieerd, verwezen, samengevoegd en ge-remixed.

In eerste instantie werden weblogs beschouwd als een revolutie. Iedereen had nu zijn eigen publishing-kanaal. Iedereen zou een journalist kunnen worden. Als we nu kijken wat blogs werkelijk zijn zien we diverse functies. Verreweg de meest gebruikte is die van persoonlijk dagboek, hoewel mijn idee is dat dit minder wordt. Er bestaan dus wel heel veel blogs, maar merendeel in de marge – of de ‘long tail’ zo je wilt. Deze, vaak persoons- of groepsgebonden blogs, blijven aanwezig maar voor een specifiek doel en een specifieke groep.

Maar weinigen onder de bloggers zijn echter “auteur” te noemen – in de zin van maker van oorspronkelijke content, die van goede kwaliteit is (voor online toepassing) en ook nog interessant genoeg is voor een redelijk groot publiek. En groot publiek is uiteindelijk waar het de commercie om gaat.

Indivueel bezien bevatten blogs over het algemeen niet altijd even waardevolle of oorspronkelijke informatie. Maar de blogosfeer in zijn totaliteit is een ander verhaal. Elke post, hoe klein ook, kan in potentie tot inspiratie dienen voor een ander, en zo de kiem vormen voor een hele ‘train of thought’. Dit gebeurt door, zoals boven al gezegd, met name door links en reacties. Blogs interacteren met elkaar, leggen verbindingen in een immens neuraal netwerk. Dit virale effect binnen de blogosfeer is onlangs nog gezien toon een journalist vroeg aan een amerikaanse collega of Hilary Clinton ooit wel de videoclip van “When the lady smiles” zou hebben gezien.

Zogenaamde ‘A-list’ blogs, zoals BoingBoing in het bovenstaande voorbeeld,  zijn centrale knooppunten punten in het netwerk. Waar we eerst dachten te maken hebben met micromedia (‘iedereen kan zijn eigen online krant uitgeven’) is de blogosfeer misschien wel het grootste massamedium ooit. Waar vroeger traditionele media als radio, tv en kranten voornamelijk bijdroegen aan het scheppen van onze gedeelde referentiekaders ontstaat er een nu nieuw gedeeld bewustzijn als gevolg van de aanhang en invloed van de grootste blogs.  Misschien een beetje hoogdravend verwoord, maar laten we het toch maar eens in dat licht bezien… Feit is namelijk wel dat een aantal van de A-list blogs (zo’n 4000 wereldwijd) al volledige professionele ondernemingen zijn geworden. Het zijn bronnen van informatie geworden -’zenders’- met een hoge output frequentie en groot bereik. En zelfs door de traditionele media wordt de blogosfeer als bron nauwlettend in de gaten gehouden, zoals te zien was toen die het bovenstaande voorbeeld van een smiling Hilary Clinton massaal oppikten. Het is overal merkbaar dat de invloed van bloggers – met name de grote – aanzienlijk is. De Italiaanse regering zag dit ook, en probeerde hier zelfs maatregelen tegen te nemen (zie een eerdere post op deze site).

De rest van de blog volgen, verwijzen en becommentariëren hooguit. Uit onderzoek (Herring et al., 2005) blijkt ook dat een-derde van de blogs überhaupt geen hyperlinks heeft. Het onderzoek is al wat ouder, maar dit zal niet veel veranderd zijn.

Omdat A-list blogs de blogs zijn waarnaar de meeste links terugleiden, krijgen deze de meeste traffic, en hierdoor ook weer meer links die naar deze blogs verwijzen enzovoorts… Een stukje verwijzing naar deze netwerk-theorie is hier te lezen.

Blogosphere - Matthew Hurst

Bovenstaande plaatje is een erg mooie visualisatie van de blogosphere – gemaakt door Matthew Hurst en interactief te zien op zijn website

Een ander, meer grafisch plaatje, beeldt goed uit hoezeer een concentratie van links eruit ziet in de blogosfeer.

De echte grote blogs worden groter, worden online uitgeverijen en daarmee de nieuwe massamedia. Ik zie ook een beweging dat steeds meer mensen stoppen met hun eigen blog(je) en gaan voor een groter bereik door zich aan te sluiten bij een ‘blogging network’.  Zodoende worden ze auteurs die zich hebben aangesloten bij een uitgeverij.  

Wat we dachten dat een revolutie bleek te zijn, is dus een ‘shift’ geweest. We hebben te maken gehad met een technologische revolutie, waarvan andere personen dan de gevestigde orde gebruik hebben gemaakt. Nu het organisme dat de blogosfeer is volwassen begint te worden, zijn er dus weer patronen te ontdekken die wijzen op het onstaan van nieuwe massamedia.

Er is dus geen sprake van globalisering van meningen, maar van blogalisering. Het eerste geval is bottom-up, de utopische gedachte dat elke blogger zijn stem een wereldwijd podium kon geven. Blogalisering is dus de ontluistering van de blogging-ideologie door de constatering dat de mening van de mensheid toch weer afhankelijk is geworden van een klein aantal massamedia.

Vertrouwen we elkaar nog?

Via de site Brickmeetsbyte.com ontdekt dat de Telegraaf een artikel heeft gepubliceerd over het groeiende wantrouwen van consumenten ten aanzien van online reviews van andere consumenten. Alleen mensen met erg positieve dan wel negatieve ervaringen nemen blijkbaar de moeite een review te schrijven of rating te geven.

De website vergelijk.nl gaat dit aanpakken door de meningen van experts een meer prominente plaats te geven. Ook andere websites met review en rating functionaliteit werken aan beter te controleren systemen.

Het is waarschijnlijk zo dat alleen wanneer de wet van de grote getallen toepasbaar is, een ‘open’ review en rating systeem waarheid oplevert. Wanneer er sprake is van minder input, zal er meer regie op moeten zijn. Vergelijkbaar met een kwantatitief respectievelijk kwalitatief onderzoek. Logisch eigenlijk…

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.