Echte Mensen met een ‘Social Layer’

Via een vraag van een student werd ik gewezen op een nieuwe telefoon app die momenteel in ontwikkeling is: Recognizr. Dit is een augmented ID app waarmee je met je telefoon mensen kunt ‘scannen’ waarna je te zien krijgt welke sociale netwerken er aan deze persoon hangen (en eventueel ook adresgegevens).
Op het eerste oog lijkt dit een schokkende ontwikkeling, het Big Brother complex dat veel mensen hebben wordt hierdoor natuurlijk sterk geprikkeld. Als losstaand fenomeen is deze app niet wereldschokkend, maar wat betekent dit in een bredere context?

Deze ontwikkeling is onderdeel van een grotere trend, en deze heeft wellicht wel verstrekkende gevolgen. Die trend die ik hier zie is namelijk de verdere personalisering en mobilisering van informatie. Op elk moment en elke plaats kunnen mensen in toenemende mate beschikken over context-afhankelijke en relevante informatie.

Wat de impact hiervan is op de mens en de psyche is gissen, aangezien de ontwikkeling in de kinderschoenen staat. Op gebied van augmented reality is er nog weinig onderzocht. Misschien kunnen we wel een vergelijk trekken met virtual reality (VR), iets dat in de jaren ’90 nogal populair was.

De functie van een app als Recognizr is, naast fun, in eerste instantie gebruiksgemak. Je kunt langs deze weg makkelijk contact maken, en informatie uitwisselen met mensen die je tegenkomt. Bijvoorbeeld handig op beurzen of andere netwerkbijeenkomsten.

Door dit soort technologie wordt een extra laag – een extra dimensie – gegeven aan de fysieke werkelijkheid. Het is waarschijnlijk dat mensen in hun interactie met deze fysieke werkelijkheid beïnvloed worden, en dat dit naarmate de technologie verder vordert steeds meer onderdeel wordt van de mens en zijn waarneming van de werkelijkheid. Keuzes en beslissingen, en contact tussen mensen, zullen in het echte leven beïnvloed worden door een zichtbare sociale context.

Er zijn natuurlijk ook aspecten aan die om aandacht vragen van bijvoorbeeld wetgevers. Te denken valt aan zaken op gebied van privacy. Het gebruik van biometrische technologie is altijd een beladen onderwerp, omdat mensen natuurlijk niet zo makkelijk van gezicht veranderen als van email adres, om maar iets te noemen. En hierdoor is er al gauw een gevoel van ongemak of zelfs angst bij dit soort toepassingen. Er zal goed gekeken moeten worden wat alle implicaties zijn alvorens dit op de markt gebracht wordt. Volgens mij duurt het daarom ook lang voor we dit massaal in gebruik zien. Waarschijnlijk zijn de juridische en ethische aspecten nog lastiger dan de technologische.

Een interessant punt om verder over na te denken zou zijn: hoe zou deze technologie jezelf kunnen helpen in het dagelijks leven? En weegt dit voor jou dan op tegen de eventuele nadelen (zoals privacy).
Net als bij alles wat we doen, vooral gebruik makend van  mensen zijn altijd zelf verantwoordelijk voor het maken van de keuze om iets te gebruiken of niet. Gelukkig hebben we in onze maatschappij deze vrijheid. Het enige dat mensen bewust moeten doen is een afweging te maken wat voor henzelf de prijs is die ze willen betalen voor het gebruiken van functionaliteit. En hoe ze zelf controle houden. Want ook dat is iets van onze maatschappij: voor niets gaat de zon op.
Advertenties

“Social Media” piekt in 2011 en is over in 2013

De social media hype is momenteel op zijn hoogtepunt. Steeds meer bedrijven en mensen houden zich ermee bezig, bijvoorbeeld als ‘social media consultant’ of door ‘social media marketing’. Een andere indicatie is dat traditionele media ook steeds meer gebruik van maken van social media, zowel als kanaal als ook als populair onderwerp om te belichten in een uitzending of artikel. Voor mij tekenen dat ‘de massa’ is aangehaakt. In innovatietermen zal vervolgens de ‘late majority’ gaan aanhaken (zie Rogers), en zal de interesse vanaf dat punt gaan afnemen. In andere woorden: de hype-curve zal afzwakken.

Sinds enige tijd ben ik me gaan afvragen waar de social media hype nu staat, en wanneer deze ongeveer afgelopen zal zijn. Om mijn ideeën hierover te toetsen heb ik weer een van mijn favoriete tooltjes erbij gepakt:Google Insights for Search, en een vergelijk gemaakt met de internet hype voorafgaand aan de huidige rond social media: Web 2.0.

Social Media versus Web 2.0

Wanneer ik vandaag zoek op “social media” komen er op Google ongeveer 188.000.000 resultaten terug. Wanneer ik zoek op Web 2.0 komen er 39.500.000 terug. Hmmm… dat is onverwacht.
Ik had toch zeker gedacht dat Web 2.0, met een leven van ruim 5 webjaren, aanzienlijk meer hits zou hebben. Zeker als we de longtail meerekenen. Als ik me waag aan een interpretatie hier, is dit voor mij een indicatie dat de social media hype sneller tot een hogere piek is gekomen dan Web 2.0. Naast het gegeven dat het absolute zoekvolume hoger ligt dan vijf jaar geleden, heeft dit waarschijnlijk te maken met drie factoren:

  • Meer mensen zijn online,
  • Mensen zijn meer bezig met ‘online zijn’,
  • Web 2.0 was toch nog grotendeels technisch, terwijl social media echt voor Jan en alleman is. Toch?

Via Google Insights kun je goed verschillende zoektermen vergelijken, uiteenzetten in tijd, en zo trends afleiden. Gemeten wordt het relatieve zoekvolume, dus dit is een goede graadmeter van de populariteit van een onderwerp doior de tijd heen.  De twee zoektermen “Web 2.0” en “social media” heb ik naast elkaar in de tijd gezet, vanaf het begin gemeten. De term Web 2.0 raakte vanaf 2005 in zwang, dus vanaf dat punt is goed een trend te plotten. In onderstaande grafiek zien we de twee trendlijnen voor Web 2.0 en Social Media.

image

    Wat in deze grafiek opvalt is: 

  • de curve van Web 2.0 start begin 2005, was in 2007 op z’n hoogtepunt, en houdt in afnemende mate aan tot heden. Ik kom inderdaad nog steeds ‘laggards’ tegen die over Web 2.0 beginnen…,
  • begin 2010 is er een ‘cross-over’ geweest in populariteit, waarbij de social media als relatieve zoekterm – een indicator voor populariteit – Web 2.0 oversteeg, en dat in toenemende mate is gebleven
  • er is een trendbreuk geweest begin dit jaar met betrekking tot social media. We zien een kleine afname eind vorig jaar (de donkere dagen voor kerst) en vervolgens een steilere curve omhoog ten opzichte van de eerdere trendlijn. Dit is een indicatie dat mijn vermoeden juist is, en de social media hype sinds dit jaar is ‘overgeslagen’ naar de massa.
  • Wat betekent dit voor de social media trend? Mijn ideeën hierover zijn:

  • De social media trend piekt eerder en steiler dan de Web 2.0 trend deed. De time-to-mass is dus korter voor social media, en de adoptie zal uiteindelijker nog omvangrijker zijn,
  • de echte massa is nog niet bereikt, maar dat zal snel gaan komen,
  • de social media curve die nu steil oploopt, zal waarschijnlijk ook in tegenstelling tot de Web 2.0 curve steiler aflopen.

Conclusie:

Mijn verwachting is dat de social media trend in 2011 zal pieken, op de top komen en in 2012 de curve naar beneden zal inzetten.
Rekening houdend met een na-ijl-effect en de ‘laggards’ zal de trend in 2013 uitvlakken.

    En wat betekent dit voor alle ‘social media consultants’ (op Google 1.220.000 resultaten, op Linkedin een kleine 40.000)? In eerste instantie dus goed nieuws: het echte werk gaat nu beginnen, de vraag vanuit ‘de massa’ gaat nu loskomen. Maar, houd Google Trends in de gaten zodat je op tijd bent met je rebranding naar de volgende hype cyclus. Mijn advies: begin nu vast vooruit te kijken, en niet later dan 2012 switchen, he!

image

Overige bevindingen

Er vielen nog wat andere dingetjes op, waarvan ik in ieder geval de onderstaande even moet noemen vanuit een stukje trots op Nederland. Als klein kikkerlandje roeren we ons ook weer goed in de trend die social media heet. In de top tien belangrijkste regio’s staat Nederland nu op plaats 9, en in de top tien belangrijkste plaatsen staat Amsterdam op een eervolle tiende plaats (Londen staat op 11).

Dus, Nederland zoekt veel op social media. Hopelijk betekent dit niet dat we er weinig vanaf weten…

Iedereen wil beroemd zijn – heb jij de X-Factor?

 

Morgenavond start het Nederlandse publiek na de enorme #TVOH rit gelijk door in een nieuwe serie van X-Factor. Is dat niet teveel van het goede? Of is er echt behoefte aan?

We leven in een tijdperk van celebrity culture, waar echt iedereen zijn 15 minutes of fame lijkt te krijgen. En waar mensen zelf niet de ster worden, lijkt het aanbidden van de ‘Idols’ de nieuwe religie.

Dus enerzijds streven mensen de beroemdheid na, anderzijds worden gewone mensen (‘someone like me’) binnen hele korte tijd gekatapulteerd tot grote sterren. En maar al te vaak doven die sterren met eenzelfde tempo. Omdat er weer een volgende zich heeft aangediend. Het huidige tijdperk van celebrity culture wordt gekenmerkt door ‘wegwerpsterren’.

Dat The Voice of Holland en X-Factor direct aansluiten in de programmering lijkt niemand heel raar te vinden. Maar aan de andere kant wordt het wel bemerkt, en worden de mensen die erbij betrokken zijn er wel over bevraagd. Zelfs RTL zelf vind het blijkbaar nodig, en acceptabel om het volgende op hun website te zetten:

Vergeet Ben Saunders en The Voice of Holland, vanaf vrijdag begint X Factor en wordt er gezocht naar nieuw zangtalent.

Maar is dit echt zo, zoeken naar nieuw zangtalent? Een redelijk bekende blogger/schrijver die ik volg op Twitter, Mitch Joel, tweette onlangs:

“I don’t think American Idol is about singing. It is about stories of hopes and dreams… and it’s nice.”

Volgens mij de spijker op zijn kop. Het gaat bij het programma Idols of X-Factor niet om zingen. Dat is in ieder geval niet het belangrijkste. Het gebrek aan zelfkennis en zelfbescherming zorgt in de eerste uitzendingen van de reeks voor amuserende televisie. De discrepantie tussen de mening van degene die auditie doet en de jury is soms schrijnend. En de persoon die wordt afgewezen moet af en toe afgeserveerd worden voordat hij of zij bereid is de auditieruimte te verlaten. Met publieke vernedering als onverwachte uitkomst van hun auditie.

Wat beweegt deze, voornamelijk jonge mensen om zich zo op nationale televisie bloot te geven? Maakt het ze niets uit? Nee, het lijkt erop dat ze vaak een beeld van eigen kunnen hebben ontwikkeld dat niet helemaal strookt met de gangbare normen van wat goed gevonden wordt. Een onderzoek van Pew Research Center (2007), toonde aan dat 81 procent van de 18-tot-25-jarigen (‘Generation Next’) aangaven dat hun top-doel is om ‘beroemd te worden’. Pew refereert aan deze leeftijdsgroep ook wel als de  “Look at Me” generatie.

Waar TVOH een kwalitatieve voorselectie deed, en vooral (semi-) professionele muzikanten en conservatorium studenten verder kwamen, en daarnaast een blinde auditie voor de jury had (de gimmick met de omdraaiende stoelen), laat X-Factor vooral iedereen toe die een shot to fame wil doen. Hoe afwijkend hun realiteitszin ook, misschien in de auditierondes zelfs wel: hoe afwijkender, hoe beter. Een van de meest in het oog springende voorbeelden van ”Look at Me” is wel de auditie van “Bikini Girl” bij American Idol. Inderdaad, ze heeft de bijnaam voor een reden gekregen. Wil je het zien, dan is hier een link naar het filmpje. Ze zegt zelfs: ”Look at Me”…

Later, wanneer de spoeling dunner wordt, wordt het talent (wat dat dan ook is) steeds belangrijker. Het allerbelangrijkste is echter, zoals we ook zagen bij The Voice of Holland, de populariteit van een kandidaat. Uiteindelijk komt het neer op de meeste stemmen, en is het meer een popularity-contest dan een talent show. Deze populariteit heeft vooral te maken met de gezochte ‘X-Factor’.

Wat is nu de X-Factor waarnaar vanaf morgen gezocht gaat worden? Is dit echt een ‘X’, of toch enigzins  te definiëren? De onderzoekers Rena Subotnik en Linda Jarvin hebben in hun onderzoek “Beyond Expertise – Conceptions of Giftedness as Great Performance” 80 respondenten ondervraagt over hun muzikale carrière. Drie belangrijke persoonskenmerken komen naar voren als voorwaardelijk voor het bereiken van de top: intrinsieke motivatie, charisma en muzikaliteit. De X-Factor bestaat uit deze drie basiskenmerken, aangevuld met andere factoren. Een logische complementaire kwaliteit is bijvoorbeeld fysieke aantrekkelijkheid. Wat ik hierin interessant vind, is het punt van intrinsieke motivatie. De mensen met authenticiteit en een oprechte wil muzikant te worden, zijn in tegenstelling tot de ‘look at me’s’ de kanshebbers voor de eindzege.

Het zou in ieder geval een mooi psychologisch veldonderzoek zijn om tijdens de auditierondes de deelnemers te ondervragen, te ‘profilen’ en degenen die doorgaan verder te volgen.

Misschien kunnen we niet allemaal beroemd worden, maar we kunnen er vast veel van leren.

Voorspellen van de winnaar: #TVOH

Vandaag heeft Hyves een persbericht naar buiten gebracht, waarin ze op basis van een enquete onder 40.000 mensen én op basis van het aantal social media connecties voorspellen wie vanavond de winnaar van het populaire programma The Voice of Holland zal zijn (#TVOH). Volgens Hyves, en trouwens vele anderen, zal vanavond Ben Saunders als winnaar uit de bus komen.

hyves-voice-4

Nu denk ik niet dat het aantal volgers de doorslaggevende factor voor de uitkomst is, al is het natuurlijk wel een goede indicator voor de populariteit van de deelnemer.

Er zijn onderzoeken gedaan naar de voorspellende kracht van social media, waarbij wetenschappelijk wordt aangetoond dat social media bronnen inderdaad kunnen worden geanalyseerd om voorspellingen te doen. Een onderzoek van Asur en Huberman, Predicting the Future With Social Media, toont aan hoe social media content (niet zozeer connecties) kan worden gebruikt om voorspellingen te doen over gebeurtenissen in de ‘echte’ wereld. Ze gebruikten hiervoor Twitter om box-office revenue voorspellingen te doen voor films die in premiere gingen. Ze ontdekten dat bijvoorbeeld de snelheid waarmee tweets over bepaalde onderwerpen werden geplaatst een betere indicator is dan reguliere indicatoren.

Als we hiermee rekening houden, dan is de voorspelling van Hyves misschien wat voorbarig. De echte ‘chatter’ op Twitter barst pas vanavond los, tijdens de uitzending. Vanavond zal Nederland wel weer op de kaart staan als #TVOH worlwide trending is…

Om een beetje een beeld te geven van de uitkomsten van sentiment analyse, heb ik even snel de vier kandidaten ingevoerd in de gratis online tool social mention. Hoewel ook dit *disclaimer* niet wetenschappelijk is, is het een leuke illustratie om op een andere manier te kijken naar hoe er over de kandidaten wordt gesproken. In plaats van hoeveel mensen een follower & friend relatie met een (of meerdere) kandidaten hebben.

Hier zijn de printscreens van de resultaten op basis van Twitter (timestamp: 10:20)

image

En wat zegt dit dan? Ja, als we kijken naar Passie, Sentiment en Reach is Ben Saunders inderdaad de gedoodverfde winnaar.

Maar als ik eerlijk ben bewijst dit natuurlijk weinig. Het echte werk moet vanavond gebeuren, zowel op het podium als op twitter, als uiteindelijk via de SMS.

De Psychologie van een Epidemie

Na de mediagolf van 2009 weer terug in het nieuws – de Mexicaanse griep:

In Nederland zijn in de eerste week van het jaar vier mensen overleden aan de Mexicaanse griep. Inmiddels zijn er 148 mensen opgenomen in een ziekenhuis met de ziekte, van wie het merendeel de afgelopen week. (bron: RIVM, 13 januari 2011).

Naast de Mexicaanse griep, wordt er ook breed aangekondigd dat ‘de Griepepidemie eraan komt’.

De griepepidemie staat voor de deur. In de eerste week van 2011 werden 87 griepgevallen op de 100.000 mensen gemeten, meldt het RIVM.

Google Flu trends is een project van Google.org (niet .com dus) dat aan de hand van zoektermen wereldwijd kan voorspellen of ergens sprake zal gaan zijn van een griepepidemie, en deze gegevens vervolgens vergelijkt met de daadwerkelijke situatie. De nauwkeurigheid van de voorspellingen lijkt  aardig groot te zijn.
Als we kijken naar Google Flu trends voor Nederland zien we dat de griepactivitieit in inderdaad hoog is (oranje kleur). Aan de donkerblauwe lijn kunnen we zien dat de huidige trend de piek van vorig jaar lijkt te volgen.

image

Wanneer we Google Insights for Search gebruiken om de trend in zoekgedrag te zien, kunnen we zien dat het ongeveer heel 2010 stil is geweest rond de Mexicaanse griep.

image

Nou, leuk allemaal, maar wat hebben we nu aan al deze informatie en media-aandacht? Gaan we door dit soort berichten binnenblijven?

Het verrassende antwoord lijkt te zijn: ‘ja’. Onderzoek naar aanleiding van de pandemie vorig jaar toont aan dat mensen daadwerkelijk hun gedrag aanpasten als gevolg van de berichtgeving (Goodwin et al., 2009), hoewel hier sterke regionale (cultureel-maatschappelijke) verschillen in bestonden. Zo was ruim een kwart van de respondenten ‘very concerned’ over de mogelijkheid zelf slachtoffer te worden, meer dan een derde verminderde het gebruik van het openbaar vervoer en bijna 40% zag af van geplande vliegreizen.

Maar hoe zit het met de vaccinaties tegen de Mexicaanse griep? In Nederland is er veel ophef over geweest, en aardig wat weerstand met name onder de groepen die min of meer verplicht werden een vaccinatie te halen (zoals mensen in de zorg). Blijkbaar was dit ook in Frankrijk het geval, zoals dit onderzoek aangeeft:

We found that alarming public health messages aiming at increasing the perception of risk severity were counteracted by daily personal experience which did not confirm the threat, while vaccine safety was a major issue. This dissonance may have been amplified by having not involved primary care physicians in the mass vaccination campaign.

De conclusie was dat de dagelijkse praktijk van mensen niet aansloot bij wat de overheid communiceerde. Diverse onderzoeken wijzen uit dat de perceived risk van de Mexicaanse griep vergelijkbaar was met de gewone griep, terwijl de perceived risk van het vaccin veel groter was. Omdat er veel vraagtekens waren bij de veiligheid van de vaccins, aangezien deze onvoldoende waren getest, was uiteindelijk de bereidheid tot vaccinatie laag. `

We moeten nog zien hoe deze nieuwe golf uitrolt, maar als we kijken naar de vorige keer kunnen we concluderen dat er veel maatschappelijke onrust is onstaan, maar het overgrote deel van de mensen na wat spierpijn, keelpijn en koorts gewoon weer de oude was. En in 2010 nooit meer omgekeken heeft.

Wat we verder moeten onthouden is dat elk jaar de ‘gewone’ seizoensgriep in de VS zo’n 30.000 sterfgevallen veroorzaakt. Vooral ouderen met klachten aan longen, hart of nieren. Het verschil met de Mexicaanse griep, volgens de berichtgeving in de media, is dat met name jonge mensen gevoelig blijken te zijn. Maar ook dan vaak in combinatie met andere klachten. Maar de beeldvorming in de media – nieuw virus, sterfgevallen jonge kinderen, etc. draagt zeker bij aan de angst die bij het grote publiek ontstaat.

Zelf ben ik trouwens ook niet ongevoelig voor media-beelden. Onderstaande foto in de krant was voor mij de doorslaggevende factor vorig jaar om te besluiten niet te gaan inenten…

Tot slot, wat doe je tegen de griep (ook volgens Google):
Griep (influenza) verspreidt zich door hoesten en niezen. Drie eenvoudige maatregelen beperken dit risico:

  1. Gebruik een papieren zakdoekje of dek neus en mond af met uw arm wanneer u hoest en/of niest.
  2. Was uw handen vaak.
  3. Blijf thuis wanneer u ziek bent. Raadpleeg zonodig uw arts en volg zijn/haar advies.
  4. Daaraan wil ik nog toevoegen: maak je vooral niet onnodig en voortijdig druk als gevolg van alle media-berichtgeving. Wat zou je doen als je al deze – vaak onduidelijke en onnodig sensationele – informatie niet had? Wat als je nu niet gaat googlen, twitteren, krabbelen… Juist.

    Zo simpel kan het zijn.

Social Media is ook Parasociaal

Free twitter badge

Op 1 januari 2009 besloot ik echt iets met twitter te gaan doen. Om te kijken of het wat voor mij zou zijn om actief hiermee te zijn. Het ’experiment’ is nu dus een jaar aan de gang. Al ben ik niet helemaal verslaafd geraakt, ik ben toch voldoende van de waarde overtuigd geraakt om er mee door te gaan.

De laatste weken van 2010 ben ik aan het opruimen geweest … unfollow-en op Twitter wel te verstaan.

En dit heeft me iets geleerd: social media is ook parasociaal.

Mijn unfollow-proces ontstond min of meer toevallig toen ik een paar mensen zat werd. Te veel pushen van reclame-boodschappen bijvoorbeeld. Veel mensen bleven op het lijstje, bekenden maar ook onbekenden die ondertussen min of meer bekenden zijn geworden. Mensen uit Nederland, maar ook Amerika en Azië die ik nooit ontmoet heb, maar waarmee ik min of meer toevallig een follow/follower relatie gekregen heb. Hierdoor heb ik wel een idee van hun leven achter hun twitter profiel plaatje gekregen. Vakinhoudelijke tweets mixen deze mensen met persoonlijke opmerkingen en updates, over kinderen en kerstbomen, sneeuw en oliebollen. In een goede balans –om Pareto er maar weer eens erbij te pakken mag het voor mij max 20% persoonlijk zijn, maar misschien eerder nog 10%.

Twitter als sociaal medium laat mij dus een parasociale interactie ontwikkelen met gewone mensen. Mensen die ik ogenschijnlijk leer kennen via dit medium.

De binnen mediapsychologie ondertussen klassiek geworden term “Parasociale Interactie’ werd voor het eerst geïntroduceerd in 1956 door Donald Horton en Richard Wohl in een publicatie getiteld: “Mass Communication and Para-social Interaction: Observations on Intimacy at a Distance".

Hier is de definitie die zij gaven:
“The most remote and illustrious men are met as if they were in the circle of one’s peers; the same is true of a character in a story who comes to life in these media in an especially vivid and arresting way. We propose to call this seeming face-to-face relationship between spectator and performer a para-social relationship.”

Door de toenemende medialisering van de samenleving zijn parasociale relaties en parasociale interactie een ondertussen veel voorkomend fenomeen. Alhoewel Horton en Wohl vooral spraken over het aangaan van parasociale relaties met beroemde mensen, waarbij de parasociale interactie plaatsvond via massamedia, is het het parasociale aspect ook waar voor social media. Zoals ik heb ontdekt voor mezelf: bepaalde mensen die ik volg op twitter zijn deel uit gaan maken van ‘the circle of my peers’. Ook al heb ik ze nooit ontmoet, en zitten ze aan de andere kant van de wereld.

Onze social media circles, zijn vooral op Twitter gevuld met een mix van bekenden (sociale relaties in het echte leven), publiek bekende figuren (beroemdheden) en onbekenden. Met name deze onbekenden zijn interessant. Over parasociale interactie met beroemdheden is al veel onderzocht en beschreven. Over parasociale interactie met onbekenden nog niet zo veel.

Een overduidelijk verschil tussen de klassieke parasociale interactiepatronen via massamedia en die via social media is dat de laatste een twee-wegs kanaal is. Op Twitter, Facebook of Hyves zijn we niet slechts passief publiek, maar hebben we de mogelijkheid actief te worden en deel te nemen.

Belangrijk is te realiseren dat dit soort ‘vriendschappen’, net als in de klassieke theorie, voor het grootste deel zijn gebaseerd op de illusie van interactie. Er ontstaat een bepaalde intimiteitsband, vooral door de tweets van meer persoonlijke aard, waardoor men het gevoel krijgt de ander echt te kennen. De enige manier om hierachter te komen, of om een echte band op te bouwen is om minder aan social snacking te doen, en de echte interactie op te zoeken.

Gerelateerde artikelen

Enhanced by Zemanta

Goed voornemen voor 2011: minder "social snacking"

Het nummer 1 goede voornemen voor 2011 is ‘afvallen‘. Een goede manier om dit te doen zou minder snacken kunnen zijn. Dit deed me denken aan een mooie term bedacht door de Amerikaanse psychologe Gardner: ‘ social snacking’. Social snacking is in haar definitie een strategie die mensen hanteren als tijdelijk alternatief voor (ontbrekende) direct sociale interactie.

“When hungry, we want a meal. However, when we don’t have the proper time or resources to create a meal, we’re often willing to settle for a snack. Similarly, we propose that there may be “social snacks” that provide temporary stopgaps for social hunger when a “social meal” (e.g., interaction with an accepting other) is unavailable. (Gardner)”

Volgens de Maslow piramide hebben alle mensen een basisbehoefte om zich verbonden te voelen met anderen – sociale verbondenheid staat in zijn piramide op de derde plaats. Onderzoek wijst uit dat mensen die hoog scoren op de behoefte zich verbonden te voelen, vaker zich tegoed doen aan ‘social snacks.’ Waarschijnlijk om een subjectief gevoel geaccepteerd te zijn in stand te houden.

Email wordt door Gardner aangehaald als een goed voorbeeld van social snacking. Mensen herlezen dan berichten om zo een verbondenheid te hervoelen met de afzender van het bericht. Eerlijk gezegd herken ik dat niet. Email is voor mij steeds functioneler geworden, en minder een sociaal medium. Nieuwere Social Media zijn echter bij uitstek geschikt voor social snacking – denk maar aan Facebook en Twitter updates en krabbels op Hyves. Vooral het bekijken van foto-updates zal een zeer goed sociaal tussendoortje zijn.

Het lijkt me een goed voornemen voor 2011 om de tussendoortjes wat vaker te laten staan, en meer echte, directe verbondenheid te hebben via Social Media. Dat kan heel goed, stilt de trek en leert je ook nieuwe smaken waarderen.