Voorspellen van de winnaar: #TVOH

Vandaag heeft Hyves een persbericht naar buiten gebracht, waarin ze op basis van een enquete onder 40.000 mensen én op basis van het aantal social media connecties voorspellen wie vanavond de winnaar van het populaire programma The Voice of Holland zal zijn (#TVOH). Volgens Hyves, en trouwens vele anderen, zal vanavond Ben Saunders als winnaar uit de bus komen.

hyves-voice-4

Nu denk ik niet dat het aantal volgers de doorslaggevende factor voor de uitkomst is, al is het natuurlijk wel een goede indicator voor de populariteit van de deelnemer.

Er zijn onderzoeken gedaan naar de voorspellende kracht van social media, waarbij wetenschappelijk wordt aangetoond dat social media bronnen inderdaad kunnen worden geanalyseerd om voorspellingen te doen. Een onderzoek van Asur en Huberman, Predicting the Future With Social Media, toont aan hoe social media content (niet zozeer connecties) kan worden gebruikt om voorspellingen te doen over gebeurtenissen in de ‘echte’ wereld. Ze gebruikten hiervoor Twitter om box-office revenue voorspellingen te doen voor films die in premiere gingen. Ze ontdekten dat bijvoorbeeld de snelheid waarmee tweets over bepaalde onderwerpen werden geplaatst een betere indicator is dan reguliere indicatoren.

Als we hiermee rekening houden, dan is de voorspelling van Hyves misschien wat voorbarig. De echte ‘chatter’ op Twitter barst pas vanavond los, tijdens de uitzending. Vanavond zal Nederland wel weer op de kaart staan als #TVOH worlwide trending is…

Om een beetje een beeld te geven van de uitkomsten van sentiment analyse, heb ik even snel de vier kandidaten ingevoerd in de gratis online tool social mention. Hoewel ook dit *disclaimer* niet wetenschappelijk is, is het een leuke illustratie om op een andere manier te kijken naar hoe er over de kandidaten wordt gesproken. In plaats van hoeveel mensen een follower & friend relatie met een (of meerdere) kandidaten hebben.

Hier zijn de printscreens van de resultaten op basis van Twitter (timestamp: 10:20)

image

En wat zegt dit dan? Ja, als we kijken naar Passie, Sentiment en Reach is Ben Saunders inderdaad de gedoodverfde winnaar.

Maar als ik eerlijk ben bewijst dit natuurlijk weinig. Het echte werk moet vanavond gebeuren, zowel op het podium als op twitter, als uiteindelijk via de SMS.

De Psychologie van een Epidemie

Na de mediagolf van 2009 weer terug in het nieuws – de Mexicaanse griep:

In Nederland zijn in de eerste week van het jaar vier mensen overleden aan de Mexicaanse griep. Inmiddels zijn er 148 mensen opgenomen in een ziekenhuis met de ziekte, van wie het merendeel de afgelopen week. (bron: RIVM, 13 januari 2011).

Naast de Mexicaanse griep, wordt er ook breed aangekondigd dat ‘de Griepepidemie eraan komt’.

De griepepidemie staat voor de deur. In de eerste week van 2011 werden 87 griepgevallen op de 100.000 mensen gemeten, meldt het RIVM.

Google Flu trends is een project van Google.org (niet .com dus) dat aan de hand van zoektermen wereldwijd kan voorspellen of ergens sprake zal gaan zijn van een griepepidemie, en deze gegevens vervolgens vergelijkt met de daadwerkelijke situatie. De nauwkeurigheid van de voorspellingen lijkt  aardig groot te zijn.
Als we kijken naar Google Flu trends voor Nederland zien we dat de griepactivitieit in inderdaad hoog is (oranje kleur). Aan de donkerblauwe lijn kunnen we zien dat de huidige trend de piek van vorig jaar lijkt te volgen.

image

Wanneer we Google Insights for Search gebruiken om de trend in zoekgedrag te zien, kunnen we zien dat het ongeveer heel 2010 stil is geweest rond de Mexicaanse griep.

image

Nou, leuk allemaal, maar wat hebben we nu aan al deze informatie en media-aandacht? Gaan we door dit soort berichten binnenblijven?

Het verrassende antwoord lijkt te zijn: ‘ja’. Onderzoek naar aanleiding van de pandemie vorig jaar toont aan dat mensen daadwerkelijk hun gedrag aanpasten als gevolg van de berichtgeving (Goodwin et al., 2009), hoewel hier sterke regionale (cultureel-maatschappelijke) verschillen in bestonden. Zo was ruim een kwart van de respondenten ‘very concerned’ over de mogelijkheid zelf slachtoffer te worden, meer dan een derde verminderde het gebruik van het openbaar vervoer en bijna 40% zag af van geplande vliegreizen.

Maar hoe zit het met de vaccinaties tegen de Mexicaanse griep? In Nederland is er veel ophef over geweest, en aardig wat weerstand met name onder de groepen die min of meer verplicht werden een vaccinatie te halen (zoals mensen in de zorg). Blijkbaar was dit ook in Frankrijk het geval, zoals dit onderzoek aangeeft:

We found that alarming public health messages aiming at increasing the perception of risk severity were counteracted by daily personal experience which did not confirm the threat, while vaccine safety was a major issue. This dissonance may have been amplified by having not involved primary care physicians in the mass vaccination campaign.

De conclusie was dat de dagelijkse praktijk van mensen niet aansloot bij wat de overheid communiceerde. Diverse onderzoeken wijzen uit dat de perceived risk van de Mexicaanse griep vergelijkbaar was met de gewone griep, terwijl de perceived risk van het vaccin veel groter was. Omdat er veel vraagtekens waren bij de veiligheid van de vaccins, aangezien deze onvoldoende waren getest, was uiteindelijk de bereidheid tot vaccinatie laag. `

We moeten nog zien hoe deze nieuwe golf uitrolt, maar als we kijken naar de vorige keer kunnen we concluderen dat er veel maatschappelijke onrust is onstaan, maar het overgrote deel van de mensen na wat spierpijn, keelpijn en koorts gewoon weer de oude was. En in 2010 nooit meer omgekeken heeft.

Wat we verder moeten onthouden is dat elk jaar de ‘gewone’ seizoensgriep in de VS zo’n 30.000 sterfgevallen veroorzaakt. Vooral ouderen met klachten aan longen, hart of nieren. Het verschil met de Mexicaanse griep, volgens de berichtgeving in de media, is dat met name jonge mensen gevoelig blijken te zijn. Maar ook dan vaak in combinatie met andere klachten. Maar de beeldvorming in de media – nieuw virus, sterfgevallen jonge kinderen, etc. draagt zeker bij aan de angst die bij het grote publiek ontstaat.

Zelf ben ik trouwens ook niet ongevoelig voor media-beelden. Onderstaande foto in de krant was voor mij de doorslaggevende factor vorig jaar om te besluiten niet te gaan inenten…

Tot slot, wat doe je tegen de griep (ook volgens Google):
Griep (influenza) verspreidt zich door hoesten en niezen. Drie eenvoudige maatregelen beperken dit risico:

  1. Gebruik een papieren zakdoekje of dek neus en mond af met uw arm wanneer u hoest en/of niest.
  2. Was uw handen vaak.
  3. Blijf thuis wanneer u ziek bent. Raadpleeg zonodig uw arts en volg zijn/haar advies.
  4. Daaraan wil ik nog toevoegen: maak je vooral niet onnodig en voortijdig druk als gevolg van alle media-berichtgeving. Wat zou je doen als je al deze – vaak onduidelijke en onnodig sensationele – informatie niet had? Wat als je nu niet gaat googlen, twitteren, krabbelen… Juist.

    Zo simpel kan het zijn.

Social Media is ook Parasociaal

Free twitter badge

Op 1 januari 2009 besloot ik echt iets met twitter te gaan doen. Om te kijken of het wat voor mij zou zijn om actief hiermee te zijn. Het ’experiment’ is nu dus een jaar aan de gang. Al ben ik niet helemaal verslaafd geraakt, ik ben toch voldoende van de waarde overtuigd geraakt om er mee door te gaan.

De laatste weken van 2010 ben ik aan het opruimen geweest … unfollow-en op Twitter wel te verstaan.

En dit heeft me iets geleerd: social media is ook parasociaal.

Mijn unfollow-proces ontstond min of meer toevallig toen ik een paar mensen zat werd. Te veel pushen van reclame-boodschappen bijvoorbeeld. Veel mensen bleven op het lijstje, bekenden maar ook onbekenden die ondertussen min of meer bekenden zijn geworden. Mensen uit Nederland, maar ook Amerika en Azië die ik nooit ontmoet heb, maar waarmee ik min of meer toevallig een follow/follower relatie gekregen heb. Hierdoor heb ik wel een idee van hun leven achter hun twitter profiel plaatje gekregen. Vakinhoudelijke tweets mixen deze mensen met persoonlijke opmerkingen en updates, over kinderen en kerstbomen, sneeuw en oliebollen. In een goede balans –om Pareto er maar weer eens erbij te pakken mag het voor mij max 20% persoonlijk zijn, maar misschien eerder nog 10%.

Twitter als sociaal medium laat mij dus een parasociale interactie ontwikkelen met gewone mensen. Mensen die ik ogenschijnlijk leer kennen via dit medium.

De binnen mediapsychologie ondertussen klassiek geworden term “Parasociale Interactie’ werd voor het eerst geïntroduceerd in 1956 door Donald Horton en Richard Wohl in een publicatie getiteld: “Mass Communication and Para-social Interaction: Observations on Intimacy at a Distance".

Hier is de definitie die zij gaven:
“The most remote and illustrious men are met as if they were in the circle of one’s peers; the same is true of a character in a story who comes to life in these media in an especially vivid and arresting way. We propose to call this seeming face-to-face relationship between spectator and performer a para-social relationship.”

Door de toenemende medialisering van de samenleving zijn parasociale relaties en parasociale interactie een ondertussen veel voorkomend fenomeen. Alhoewel Horton en Wohl vooral spraken over het aangaan van parasociale relaties met beroemde mensen, waarbij de parasociale interactie plaatsvond via massamedia, is het het parasociale aspect ook waar voor social media. Zoals ik heb ontdekt voor mezelf: bepaalde mensen die ik volg op twitter zijn deel uit gaan maken van ‘the circle of my peers’. Ook al heb ik ze nooit ontmoet, en zitten ze aan de andere kant van de wereld.

Onze social media circles, zijn vooral op Twitter gevuld met een mix van bekenden (sociale relaties in het echte leven), publiek bekende figuren (beroemdheden) en onbekenden. Met name deze onbekenden zijn interessant. Over parasociale interactie met beroemdheden is al veel onderzocht en beschreven. Over parasociale interactie met onbekenden nog niet zo veel.

Een overduidelijk verschil tussen de klassieke parasociale interactiepatronen via massamedia en die via social media is dat de laatste een twee-wegs kanaal is. Op Twitter, Facebook of Hyves zijn we niet slechts passief publiek, maar hebben we de mogelijkheid actief te worden en deel te nemen.

Belangrijk is te realiseren dat dit soort ‘vriendschappen’, net als in de klassieke theorie, voor het grootste deel zijn gebaseerd op de illusie van interactie. Er ontstaat een bepaalde intimiteitsband, vooral door de tweets van meer persoonlijke aard, waardoor men het gevoel krijgt de ander echt te kennen. De enige manier om hierachter te komen, of om een echte band op te bouwen is om minder aan social snacking te doen, en de echte interactie op te zoeken.

Gerelateerde artikelen

Enhanced by Zemanta

Goed voornemen voor 2011: minder "social snacking"

Het nummer 1 goede voornemen voor 2011 is ‘afvallen‘. Een goede manier om dit te doen zou minder snacken kunnen zijn. Dit deed me denken aan een mooie term bedacht door de Amerikaanse psychologe Gardner: ‘ social snacking’. Social snacking is in haar definitie een strategie die mensen hanteren als tijdelijk alternatief voor (ontbrekende) direct sociale interactie.

“When hungry, we want a meal. However, when we don’t have the proper time or resources to create a meal, we’re often willing to settle for a snack. Similarly, we propose that there may be “social snacks” that provide temporary stopgaps for social hunger when a “social meal” (e.g., interaction with an accepting other) is unavailable. (Gardner)”

Volgens de Maslow piramide hebben alle mensen een basisbehoefte om zich verbonden te voelen met anderen – sociale verbondenheid staat in zijn piramide op de derde plaats. Onderzoek wijst uit dat mensen die hoog scoren op de behoefte zich verbonden te voelen, vaker zich tegoed doen aan ‘social snacks.’ Waarschijnlijk om een subjectief gevoel geaccepteerd te zijn in stand te houden.

Email wordt door Gardner aangehaald als een goed voorbeeld van social snacking. Mensen herlezen dan berichten om zo een verbondenheid te hervoelen met de afzender van het bericht. Eerlijk gezegd herken ik dat niet. Email is voor mij steeds functioneler geworden, en minder een sociaal medium. Nieuwere Social Media zijn echter bij uitstek geschikt voor social snacking – denk maar aan Facebook en Twitter updates en krabbels op Hyves. Vooral het bekijken van foto-updates zal een zeer goed sociaal tussendoortje zijn.

Het lijkt me een goed voornemen voor 2011 om de tussendoortjes wat vaker te laten staan, en meer echte, directe verbondenheid te hebben via Social Media. Dat kan heel goed, stilt de trek en leert je ook nieuwe smaken waarderen.

Artikel in Metro: Waarom is asocialiteit zo succesvol?

Onlangs ben ik door Elles Verheijen van Metro geinterviewd over asociaal gedrag in de media, naar aanleiding van de release van de New Kids film

 Waarom is asocialiteit zo succesvol?

  Asociale figuren doen het goed op televisie en het witte doek. In 1986 waren er al de Flodders die iedereen   shockeerden met hun gro­ve taalgebruik en ordinaire uiterlijk. Daarna volgden onder an­dere de Tokkies, Oh Oh Cherso en momenteel natuurlijk New Kids. De film New Kids Turbo heeft in het openingsweekend al bijna anderhalf miljoen euro op­gebracht.

De Brabantse mannen vechten, schelden en zuipen erop los, maar waarom is dat nou zo grappig?

Hier de link: http://www.metronieuws.nl/entertainment/waarom-is-asocialiteit-zo-succesvol/SrZjln!AA9h85PwTSAh/

En vast een paar soundbites:
” Volgens mediapsycholoog William Rice is die tegenstrijdigheid [tussen echte leven en gemedieerd] te verklaren doordat televisie als medium een veilige afstand creëert. “Er zijn geen gevolgen voor de kijker, maar die is wel nieuwsgierig naar andere subculturen”

“Worden we dan zelf ook asociaal door het kijken naar dergelijke programma’s? Rice denkt van niet. “We zullen het gedrag niet direct kopiëren, maar er kan wel verharding optreden.” We worden dus steeds minder gevoelig voor asociaal gedrag.”

“Wat als asociaal wordt be­stempeld, verandert mee met de heersende normen in de maatschappij en is daarom telkens weer anders.”

En nu maar wachten wat de opvolger van Big Brother (Endemol/SBS) ons zal gaan brengen…
 Zie ook: www.jaikwilmeedoen.nl

Artikel in NRC: Op Internet maak je sneller vrienden en sneller ruzie

Een tijdje geleden ben ik door Peter Treffer van het NRC Handelsblad geinterviewd over de ‘digitale generatie’ . Een onderwerp dat close to my heart is.

Klik hier voor het NRC artikel, gepubliceerd afgelopen 7 december.
Hier vast een kleine quote: “Mediapsycholoog Rice vindt dat het internet niet als boeman moet worden neergezet om de internet-generatie af te schrijven. „Er wordt veel geklaagd dat de jeugd analfabeet wordt, te dom om succesrijk te zijn in de maatschappij. Maar die maatschappij wordt heel anders en vraagt juist om digitale vaardigheden.”

Mediahype: Oh Oh Cherso

Er is weer een hit uit de reality TV hoek: Oh Oh Cherso. Het programma is erg populair, iedereen praat erover en de potentiële spin-off is groot. Het clubje treedt zelfs op in den lande…

Maar wat is het programma nu eigenlijk, waarom is het een hype en waarom vinden we het leuk?

Laten we eerst beginnen met een korte beschrijving: 8 jongeren uit Den Haag mogen op kosten van Eyeworks (de producent) drie weken samen in een huis op Chersonisos vakantie vieren. Dit is een goed recept voor wat ‘leuke TV’ heet.

Wat we zien is een sociaal experiment dat zich aan ons ontvouwt. Het programma bouwt voort op de beproefde reality TV principes zoals we die kennen sinds Big Brother , maar gezet in deze tijdsgeest, en met wat andere regels. Of zijn er helemaal geen regels?

Het concept van deze programma’s drijft op het laten ontstaan van sociale druk. De formule:
– Men neme een aantal – ietwat onaangepaste – mensen en stopt ze samen in een huis (Big Brother).

– Stimuleer of creëer conflict situaties (De Gouden Kooi)

– Maak een mooie mix van jonge jongens en meisjes en zorg dat sociale remmingen zo weinig optreden door ze uit hun normale omgeving te halen (Jersey Shore), en door grote hoeveelheden alcohol door ze te laten spoelen. Nu moet gezegd worden dat ze niet gedwongen worden te drinken, maar ja…

Maar waarom is het een hit?

Ten eerste was er, geheel in lijn met deze tijd, al publiek geworven door crossmediale campagnes. Via tv trailers en social networks (facebook, hyves, youtube) werd het programma aangekondigd, en zoals dat vandaag de dag gaat met goed gesocialmarketede producten werd Oh Oh Cherso viral nog voordat het programma op televisie was geweest.

Na de eerste uitzending werd het nieuwe fenomeen opgepikt door reguliere media, met een mass exposure via een optreden van de jongeren in De Wereld Draait Door. Meer hierover is te lezen in dit artikel.

Het programma werd dus ‘gehyped’, via social media (viral) en traditionele media (massacommunicatie), en wordt hierdoor massaal bekeken en besproken.

Maar er is nog iets. Iets waardoor dit programma extra spraakmakend en populair lijkt te zijn. Het is een cocktail van jeugd, losbandigheid, zorgeloosheid, en humor (grappig doen, grappig praten, grappige uitdrukkingen, grappen maken). We hebben te maken met personen uit een bepaalde subcultuur die al in het verleden het goed blijkt te doen op TV : het Haagse (uitgaanscircuit), en deze personen zijn ook leuke persoonlijkheden. Ze hebben allemaal bijnamen (behalve één) en het is een  goede mix van ‘persoonlijkheden’ (goed castingwerk).

Eigenlijk vinden we (wij zijn natuurlijk wel netjes, sociaal, welopgevoed, etc. – we kijken tenslotte de wereld draait door) dat we uit principe niet naar dergelijke  ‘platte tv’ horen te kijken.

En toch intrigeert het, omdat het zo anders is dan onze eigen leefomgeving. Of voor een groot aantal jongeren misschien juist zo herkenbaar.

Vraag maar eens wat mensen voor redenen verzinnen om aan te geven dat ze ernaar kijken. Het antwoord is waarschijnlijk niet dat ze het gewoon leuk vinden. Eerder zullen ze vaak proberen het te intellectualiseren door te zeggen dat ze het een interessante blik vinden in de wereld van de jeugd, of iets dergelijks.

Maar naast al die dingen, is het gewoon ook grappig natuurlijk.

Wat doe je zonder Google?

Gisteren werd het Verenigd Koninkrijk getroffen door een ‘ramp’… een groot deel van het land kwam zonder Google te zitten. De effecten van afwezigheid van Google diensten, door ons allemaal niet meer als mogelijk gezien, zijn enorm. Effecten zijn technisch van aard, aangezien Google diensten door het hele web en in ons eigen gedrag verweven zijn. Denk maar bijvoorbeeld aan Gmail, en is je homepage ook niet toevallig de Google zoekpagina? Door afwezigheid van Google komt er zand in de machine die het web is, en worden veel directe en indirecte diensten getroffen. Zoals advertenties, en dit heeft natuurlijk naast technisch ook weer een directe financiële impact.

Dit is allemaal interessant om te constateren, en aangezien de storing relatief van korte duur was waait het wellicht allemaal voorbij. Maar, het zet wel te denken hoe afhankelijk de wereld is geworden van één bedrijf. Naast de technische en financiële effect, is er nog een belangrijk ander effect: een van psychologische aard. Wanneer mensen iets voor vanzelfsprekend nemen, en dat iets wordt plotseling weggenomen, treedt er een reactie op. Eerst een schok en ongeloof, en vervolgens verontwaardiging. Stel je eens voor wanneer Google voor langere tijd uit je leven zou verdwijnen, wat doe je dan? Hoe vind je je informatie op internet, om maar een ding te noemen? Van verontwaardiging zou je gemoedstoestand wellicht kunnen omslaan naar stress. Of paniek? Een geval van Google Anxiety? We kunnen in ieder geval wel aannemen dat Google als geheel niet alleen een essentieel onderdeel is van de web machine, maar ondertussen ook een essentiële levensbehoefte aan het worden is.

Zie voor meer achtergrond discussie de volgende pagina’s (directe links, zodat we Google niet nodig hebben): http://uk.answers.yahoo.com/question/index?qid=20100915090101AAxOkk2
http://econsultancy.com/uk/blog/6584-what-s-the-risk-if-google-fails-a-real-world-example#blog_comment_39494

P.S. sorry voor weer een Google post, kon deze niet laten liggen…

Google gaat voor ons denken

Eerder deze week werd door Google vriendelijk aangeboden dat ze mijn Gmail inbox wel wilden gaan managen. Met Priority inbox kan Google voor mij bepalen welke mails belangrijk zijn en welke ik misschien eens kan gaan lezen als ik me verveel. Het systeem achter priority inbox is zelf-lerend, en kan dus voorspellen aan de hand van je gebruik (je traint je inbox) welke van de nieuw binnenkomende mails belangrijk zijn voor je en welke niet.

Gisteren heeft Google tijdens een persconferentie aangekondigd een nieuwe manier van zoeken te introduceren: Google Instant. Tijdens het invoeren van je zoekopdracht worden in real-time resultaten aan je gepresenteerd. Dit begon natuurlijk al tijdens met de introductie van Google Suggestions, waarmee veelvoorkomende zoektermen werden aangeboden in de zoekbalk, terwijl je typt. Maar nu dus al de resultaten zelf. Google claimt met de introductie van Instant voor gebruikers per zoekopdracht 2-5 seconden te besparen. Maar wat betekent het voor het vinden van de juiste informatie? Waarschijnlijk zal je , net als met suggestions, naar bepaalde sites worden geleid omdat veel mensen je hier zijn voorgegaan. Dit is namelijk een van de variabelen waarop het zoekalgoritme van Google is gebaseerd. Het gevaar bestaat dat dit bijdraagt aan WILFen, en reden waarom je bepaalde informatie zocht steeds verder wegdrijft.

Onmiskenbaar dat dit weer effect gaat hebben op de manier waarop wij mensen aan informatieverwerking doen. En het wachten is op de volgende stap, waarin Google dus niet meer voor je zal zoeken, maar de informatie alvast naar je brengt.

Oh nee, dat bestaat al, en dat noemen ze Google Adwords…

De Wereld regeren via Sociale Netwerken

De Nederlandse regering valt, in het Verenigd Koninkrijk lijken de verkiezingen uit te lopen op een impasse, en in de VS lopen de democraten het risico hun meerderheid in de Senaat te verliezen. En dit allemaal in de loop van een week …

Zien we hier een patroon zich ontwikkelen? Zijn we misschien na de financiële crisis op weg naar de volgende: een wereldwijde politieke crisis?

Hoe dan ook, het is tijd dat de politiek opnieuw uitgevonden wordt. Dit gebeurt nu al van binnenuit. Tijdens de debatten in het Nederlandse parlement en ook tijdens de loop van de val van het Nederlandse parlement, zijn wij als burgers in staat tegenwoordig een live play-by-play commentaar te krijgen vanuit de achterkamers van de politiek. Vanuit verschillende perspectieven, omdat veel kamerleden zich een slag in de rondte tweeten over wat er gaande is.

Andersom gebeurt ook, zoals u zich wellicht herinnert uit de Twitter-hype rond de Iran verkiezingen in 2009, toen de Iraanse mensen massaal Twitter gebruikten om Iraanse internet censuur te omzeilen en de rest van de wereld te informeren over wat er werkelijk gaande was. En natuurlijk hebben we Obama zien stijgen en gekozen worden als president van de VS, veel en goed gebruik makend van social networking platforms. Punt is, hij is blijkbaar niet in staat zijn om dit te handhaven. Misschien heeft hij nu te druk met zijn baan 😉

Met de groei van online sociale netwerken zoals Facebook, Twitter en dergelijke, lijkt het slechts een kwestie van minuten totdat de hele wereld is aangesloten via deze netwerken. De burgerij van de wereld is straks te bereiken via online sociale networken.

Politiek is een proces waarbij groepen van mensen collectieve beslissingen maken. Nu gebeurt dat in democratieën door gekozen vertegenwoordigers van het volk. Online sociale netwerken bieden veel manieren om snel en effectief informatie te verspreiden en hebben grote invloed op de menselijke besluitvorming. Individueel of collectief. Informatie in online sociale netwerken stroomt niet alleen éérichting op, maar kan stromen in elke gewenste richting (veel-op-veel, een-op-veel, een-op-een, veel-op-een). Overheden moeten hun communicatie en processen opnieuw uitvinden, en hebben dan ook behoefte aan nieuwe, eigentijdse gereedschappen om dit te ondersteunen. Er is behoefte aan “Nieuwe Politiek” en bijbehorende middelen.

Regeringen maken de overgang naar deze wereld van “Nieuwe Politiek”. Maar waar politici zich nu voornamelijk richten op campagne voeren, het creëren van zoveel mogelijk ‘buzz’ en krijgen van zoveel mogelijk volgers of fans, is het nu tijd ook te kijken naar de werkelijke politieke processen. Denk aan: real-time stemmingen, burger-initiatieven (voorstellen voor wetgeving), referenda, burger input ingebracht in kamerdebatten, enzovoort.

Ik ben benieuwd wanneer we echte democratieën zullen gaan zien onstaan.