Smile! You’re On Facebook…

Facebook maakt Mensen Jaloers en Ontevreden [Onderzoek]

Uit onderzoek gedaan in een samenwerking tussen twee Duitse universiteiten blijkt dat meer dan een derde van de mensen na op Facebook bezig te zijn geweest rapporteert negatieve gevoelens te hebben. De belangrijkste reden voor deze negatieve gevoelens is volgens de onderzoekers te wijten aan jaloers zijn op de ‘Facebook-vrienden’.
Lees verder

“Social Media” piekt in 2011 en is over in 2013

De social media hype is momenteel op zijn hoogtepunt. Steeds meer bedrijven en mensen houden zich ermee bezig, bijvoorbeeld als ‘social media consultant’ of door ‘social media marketing’. Een andere indicatie is dat traditionele media ook steeds meer gebruik van maken van social media, zowel als kanaal als ook als populair onderwerp om te belichten in een uitzending of artikel. Voor mij tekenen dat ‘de massa’ is aangehaakt. In innovatietermen zal vervolgens de ‘late majority’ gaan aanhaken (zie Rogers), en zal de interesse vanaf dat punt gaan afnemen. In andere woorden: de hype-curve zal afzwakken.

Sinds enige tijd ben ik me gaan afvragen waar de social media hype nu staat, en wanneer deze ongeveer afgelopen zal zijn. Om mijn ideeën hierover te toetsen heb ik weer een van mijn favoriete tooltjes erbij gepakt:Google Insights for Search, en een vergelijk gemaakt met de internet hype voorafgaand aan de huidige rond social media: Web 2.0.

Social Media versus Web 2.0

Wanneer ik vandaag zoek op “social media” komen er op Google ongeveer 188.000.000 resultaten terug. Wanneer ik zoek op Web 2.0 komen er 39.500.000 terug. Hmmm… dat is onverwacht.
Ik had toch zeker gedacht dat Web 2.0, met een leven van ruim 5 webjaren, aanzienlijk meer hits zou hebben. Zeker als we de longtail meerekenen. Als ik me waag aan een interpretatie hier, is dit voor mij een indicatie dat de social media hype sneller tot een hogere piek is gekomen dan Web 2.0. Naast het gegeven dat het absolute zoekvolume hoger ligt dan vijf jaar geleden, heeft dit waarschijnlijk te maken met drie factoren:

  • Meer mensen zijn online,
  • Mensen zijn meer bezig met ‘online zijn’,
  • Web 2.0 was toch nog grotendeels technisch, terwijl social media echt voor Jan en alleman is. Toch?

Via Google Insights kun je goed verschillende zoektermen vergelijken, uiteenzetten in tijd, en zo trends afleiden. Gemeten wordt het relatieve zoekvolume, dus dit is een goede graadmeter van de populariteit van een onderwerp doior de tijd heen.  De twee zoektermen “Web 2.0” en “social media” heb ik naast elkaar in de tijd gezet, vanaf het begin gemeten. De term Web 2.0 raakte vanaf 2005 in zwang, dus vanaf dat punt is goed een trend te plotten. In onderstaande grafiek zien we de twee trendlijnen voor Web 2.0 en Social Media.

image

    Wat in deze grafiek opvalt is: 

  • de curve van Web 2.0 start begin 2005, was in 2007 op z’n hoogtepunt, en houdt in afnemende mate aan tot heden. Ik kom inderdaad nog steeds ‘laggards’ tegen die over Web 2.0 beginnen…,
  • begin 2010 is er een ‘cross-over’ geweest in populariteit, waarbij de social media als relatieve zoekterm – een indicator voor populariteit – Web 2.0 oversteeg, en dat in toenemende mate is gebleven
  • er is een trendbreuk geweest begin dit jaar met betrekking tot social media. We zien een kleine afname eind vorig jaar (de donkere dagen voor kerst) en vervolgens een steilere curve omhoog ten opzichte van de eerdere trendlijn. Dit is een indicatie dat mijn vermoeden juist is, en de social media hype sinds dit jaar is ‘overgeslagen’ naar de massa.
  • Wat betekent dit voor de social media trend? Mijn ideeën hierover zijn:

  • De social media trend piekt eerder en steiler dan de Web 2.0 trend deed. De time-to-mass is dus korter voor social media, en de adoptie zal uiteindelijker nog omvangrijker zijn,
  • de echte massa is nog niet bereikt, maar dat zal snel gaan komen,
  • de social media curve die nu steil oploopt, zal waarschijnlijk ook in tegenstelling tot de Web 2.0 curve steiler aflopen.

Conclusie:

Mijn verwachting is dat de social media trend in 2011 zal pieken, op de top komen en in 2012 de curve naar beneden zal inzetten.
Rekening houdend met een na-ijl-effect en de ‘laggards’ zal de trend in 2013 uitvlakken.

    En wat betekent dit voor alle ‘social media consultants’ (op Google 1.220.000 resultaten, op Linkedin een kleine 40.000)? In eerste instantie dus goed nieuws: het echte werk gaat nu beginnen, de vraag vanuit ‘de massa’ gaat nu loskomen. Maar, houd Google Trends in de gaten zodat je op tijd bent met je rebranding naar de volgende hype cyclus. Mijn advies: begin nu vast vooruit te kijken, en niet later dan 2012 switchen, he!

image

Overige bevindingen

Er vielen nog wat andere dingetjes op, waarvan ik in ieder geval de onderstaande even moet noemen vanuit een stukje trots op Nederland. Als klein kikkerlandje roeren we ons ook weer goed in de trend die social media heet. In de top tien belangrijkste regio’s staat Nederland nu op plaats 9, en in de top tien belangrijkste plaatsen staat Amsterdam op een eervolle tiende plaats (Londen staat op 11).

Dus, Nederland zoekt veel op social media. Hopelijk betekent dit niet dat we er weinig vanaf weten…

Social Media is ook Parasociaal

Free twitter badge

Op 1 januari 2009 besloot ik echt iets met twitter te gaan doen. Om te kijken of het wat voor mij zou zijn om actief hiermee te zijn. Het ’experiment’ is nu dus een jaar aan de gang. Al ben ik niet helemaal verslaafd geraakt, ik ben toch voldoende van de waarde overtuigd geraakt om er mee door te gaan.

De laatste weken van 2010 ben ik aan het opruimen geweest … unfollow-en op Twitter wel te verstaan.

En dit heeft me iets geleerd: social media is ook parasociaal.

Mijn unfollow-proces ontstond min of meer toevallig toen ik een paar mensen zat werd. Te veel pushen van reclame-boodschappen bijvoorbeeld. Veel mensen bleven op het lijstje, bekenden maar ook onbekenden die ondertussen min of meer bekenden zijn geworden. Mensen uit Nederland, maar ook Amerika en Azië die ik nooit ontmoet heb, maar waarmee ik min of meer toevallig een follow/follower relatie gekregen heb. Hierdoor heb ik wel een idee van hun leven achter hun twitter profiel plaatje gekregen. Vakinhoudelijke tweets mixen deze mensen met persoonlijke opmerkingen en updates, over kinderen en kerstbomen, sneeuw en oliebollen. In een goede balans –om Pareto er maar weer eens erbij te pakken mag het voor mij max 20% persoonlijk zijn, maar misschien eerder nog 10%.

Twitter als sociaal medium laat mij dus een parasociale interactie ontwikkelen met gewone mensen. Mensen die ik ogenschijnlijk leer kennen via dit medium.

De binnen mediapsychologie ondertussen klassiek geworden term “Parasociale Interactie’ werd voor het eerst geïntroduceerd in 1956 door Donald Horton en Richard Wohl in een publicatie getiteld: “Mass Communication and Para-social Interaction: Observations on Intimacy at a Distance".

Hier is de definitie die zij gaven:
“The most remote and illustrious men are met as if they were in the circle of one’s peers; the same is true of a character in a story who comes to life in these media in an especially vivid and arresting way. We propose to call this seeming face-to-face relationship between spectator and performer a para-social relationship.”

Door de toenemende medialisering van de samenleving zijn parasociale relaties en parasociale interactie een ondertussen veel voorkomend fenomeen. Alhoewel Horton en Wohl vooral spraken over het aangaan van parasociale relaties met beroemde mensen, waarbij de parasociale interactie plaatsvond via massamedia, is het het parasociale aspect ook waar voor social media. Zoals ik heb ontdekt voor mezelf: bepaalde mensen die ik volg op twitter zijn deel uit gaan maken van ‘the circle of my peers’. Ook al heb ik ze nooit ontmoet, en zitten ze aan de andere kant van de wereld.

Onze social media circles, zijn vooral op Twitter gevuld met een mix van bekenden (sociale relaties in het echte leven), publiek bekende figuren (beroemdheden) en onbekenden. Met name deze onbekenden zijn interessant. Over parasociale interactie met beroemdheden is al veel onderzocht en beschreven. Over parasociale interactie met onbekenden nog niet zo veel.

Een overduidelijk verschil tussen de klassieke parasociale interactiepatronen via massamedia en die via social media is dat de laatste een twee-wegs kanaal is. Op Twitter, Facebook of Hyves zijn we niet slechts passief publiek, maar hebben we de mogelijkheid actief te worden en deel te nemen.

Belangrijk is te realiseren dat dit soort ‘vriendschappen’, net als in de klassieke theorie, voor het grootste deel zijn gebaseerd op de illusie van interactie. Er ontstaat een bepaalde intimiteitsband, vooral door de tweets van meer persoonlijke aard, waardoor men het gevoel krijgt de ander echt te kennen. De enige manier om hierachter te komen, of om een echte band op te bouwen is om minder aan social snacking te doen, en de echte interactie op te zoeken.

Gerelateerde artikelen

Enhanced by Zemanta

Wat doe je zonder Google?

Gisteren werd het Verenigd Koninkrijk getroffen door een ‘ramp’… een groot deel van het land kwam zonder Google te zitten. De effecten van afwezigheid van Google diensten, door ons allemaal niet meer als mogelijk gezien, zijn enorm. Effecten zijn technisch van aard, aangezien Google diensten door het hele web en in ons eigen gedrag verweven zijn. Denk maar bijvoorbeeld aan Gmail, en is je homepage ook niet toevallig de Google zoekpagina? Door afwezigheid van Google komt er zand in de machine die het web is, en worden veel directe en indirecte diensten getroffen. Zoals advertenties, en dit heeft natuurlijk naast technisch ook weer een directe financiële impact.

Dit is allemaal interessant om te constateren, en aangezien de storing relatief van korte duur was waait het wellicht allemaal voorbij. Maar, het zet wel te denken hoe afhankelijk de wereld is geworden van één bedrijf. Naast de technische en financiële effect, is er nog een belangrijk ander effect: een van psychologische aard. Wanneer mensen iets voor vanzelfsprekend nemen, en dat iets wordt plotseling weggenomen, treedt er een reactie op. Eerst een schok en ongeloof, en vervolgens verontwaardiging. Stel je eens voor wanneer Google voor langere tijd uit je leven zou verdwijnen, wat doe je dan? Hoe vind je je informatie op internet, om maar een ding te noemen? Van verontwaardiging zou je gemoedstoestand wellicht kunnen omslaan naar stress. Of paniek? Een geval van Google Anxiety? We kunnen in ieder geval wel aannemen dat Google als geheel niet alleen een essentieel onderdeel is van de web machine, maar ondertussen ook een essentiële levensbehoefte aan het worden is.

Zie voor meer achtergrond discussie de volgende pagina’s (directe links, zodat we Google niet nodig hebben): http://uk.answers.yahoo.com/question/index?qid=20100915090101AAxOkk2
http://econsultancy.com/uk/blog/6584-what-s-the-risk-if-google-fails-a-real-world-example#blog_comment_39494

P.S. sorry voor weer een Google post, kon deze niet laten liggen…

De Wereld regeren via Sociale Netwerken

De Nederlandse regering valt, in het Verenigd Koninkrijk lijken de verkiezingen uit te lopen op een impasse, en in de VS lopen de democraten het risico hun meerderheid in de Senaat te verliezen. En dit allemaal in de loop van een week …

Zien we hier een patroon zich ontwikkelen? Zijn we misschien na de financiële crisis op weg naar de volgende: een wereldwijde politieke crisis?

Hoe dan ook, het is tijd dat de politiek opnieuw uitgevonden wordt. Dit gebeurt nu al van binnenuit. Tijdens de debatten in het Nederlandse parlement en ook tijdens de loop van de val van het Nederlandse parlement, zijn wij als burgers in staat tegenwoordig een live play-by-play commentaar te krijgen vanuit de achterkamers van de politiek. Vanuit verschillende perspectieven, omdat veel kamerleden zich een slag in de rondte tweeten over wat er gaande is.

Andersom gebeurt ook, zoals u zich wellicht herinnert uit de Twitter-hype rond de Iran verkiezingen in 2009, toen de Iraanse mensen massaal Twitter gebruikten om Iraanse internet censuur te omzeilen en de rest van de wereld te informeren over wat er werkelijk gaande was. En natuurlijk hebben we Obama zien stijgen en gekozen worden als president van de VS, veel en goed gebruik makend van social networking platforms. Punt is, hij is blijkbaar niet in staat zijn om dit te handhaven. Misschien heeft hij nu te druk met zijn baan 😉

Met de groei van online sociale netwerken zoals Facebook, Twitter en dergelijke, lijkt het slechts een kwestie van minuten totdat de hele wereld is aangesloten via deze netwerken. De burgerij van de wereld is straks te bereiken via online sociale networken.

Politiek is een proces waarbij groepen van mensen collectieve beslissingen maken. Nu gebeurt dat in democratieën door gekozen vertegenwoordigers van het volk. Online sociale netwerken bieden veel manieren om snel en effectief informatie te verspreiden en hebben grote invloed op de menselijke besluitvorming. Individueel of collectief. Informatie in online sociale netwerken stroomt niet alleen éérichting op, maar kan stromen in elke gewenste richting (veel-op-veel, een-op-veel, een-op-een, veel-op-een). Overheden moeten hun communicatie en processen opnieuw uitvinden, en hebben dan ook behoefte aan nieuwe, eigentijdse gereedschappen om dit te ondersteunen. Er is behoefte aan “Nieuwe Politiek” en bijbehorende middelen.

Regeringen maken de overgang naar deze wereld van “Nieuwe Politiek”. Maar waar politici zich nu voornamelijk richten op campagne voeren, het creëren van zoveel mogelijk ‘buzz’ en krijgen van zoveel mogelijk volgers of fans, is het nu tijd ook te kijken naar de werkelijke politieke processen. Denk aan: real-time stemmingen, burger-initiatieven (voorstellen voor wetgeving), referenda, burger input ingebracht in kamerdebatten, enzovoort.

Ik ben benieuwd wanneer we echte democratieën zullen gaan zien onstaan.

Blogalisering (2)

Naast de eerdere concentratie van content rondom zogenaamde A-list Blogs, eerder beschreven in deze post , blijkt uit onderzoek van PostRank dat de traffic naar websites en blogs door een beperkt aantal social media hubs wordt gegenereerd .

Sinds 2007 heeft PostRank een groei in een bepaalde vorm van participatie geconstateerd, namelijk ‘off-site engagement’. De ‘sharing’ en rating functies van sites zoals Facebook, Twitter, Digg worden steeds vaker gebruikt.

Belangrijke gevolgen hiervan voor blogs zijn dat artikelen een groter bereik en langere levensduur hebben gekregen.

Blogs zijn dus verworden tot “content management interfaces”  met het social web.  Hier kan de blogger (als je die term nog wilt gebruiken) zijn artikelen schrijven, publiceren. De syndicatie en distributie loopt vervolgens via het social web door rating, votings, bookmarks etc.

Hier is dus je succes (bekendheid) te halen.

Extra Nieuwsuitzending!

Spannend he? Zitten jullie er ook al helemaal klaar voor? Een extra nieuwsuitzending om 22.25…

Gisteravond op RTL aangekondigd via een balkje bovenin beeld tijdens de reguliere programmering. Mogelijke terreuraanslag voorkomen in Amsterdam.  Natuurlijk is dit nieuws. En ik ga kijken.

Tijdens de ‘extra nieuwsuitzending’ begint de ergernis al snel op te komen; er is weinig feitelijk nieuws te melden. Wel is een familie-band ontdekt tussen een van de aangehouden personen en een betrokkene bij de aanslagen in Madrid.  Dat is op zich een interessant feit, ook omdat de aanslag in Madrid op de dag van de melding 5 jaar geleden is.

Vervolgens treedt het RTL nieuws op als ‘versterker’ van terreurdreiging. Hoe? Door minutenlang heftige beelden te tonen van de aanslag in Madrid 5 jaar terug. De argeloze kijker zal denken: “Goh, toch wel heftig wat er aan de hand is.” De kijker die net inschakelt zal denken: “Wat is er in godsnaam gebeurt in Amsterdam?”.

Het doel van terreur is om breed angst te zaaien. RTL heeft hier gisteravond een goede bijdrage aan geleverd.

Google als ‘Global Brain’

Tien jaar. Zolang bestaat Google nu. In deze tien jaar is de zoekmachine uitgegroeid tot één van de grootste bedrijven ter wereld. En voor velen ook één van de grootste bedreigingen.

Alle bedrijven zien ondertussen Google als één van de grootste concurrenten, nu al of in de nabije toekomst. Google (‘Gobble’) pakt gewoon van alles op, kijkt hoe iets zich ontwikkelt en ze zien wel hoe ze in de toekomst er geld aan zullen verdienen. Het bijzondere aan deze methode is dat het vaak nog lukt ook.

In die tien jaar heeft Google zich ook ontwikkeld als centraal referentiepunt in ons leven. Wanneer we iets willen weten, is de eerste stap tegenwoordig meestal de internetbrowser opstarten, waar vaak Google als startpagina is ingesteld. Het werkwoord ‘googlen’ is dan ook opgenomen in het woordenboek.

Een recent artikel in het NRC beschreef hoe de middelbare schooljeugd normale woorden (zoals ‘immers’, ‘onlangs’, etc.) niet meer kent. De jeugd leest dan ook geen boeken meer, waarin dit soort woorden over het algemeen wel voorkomen.

De schrijver Nicolas Carr heeft onlangs een artikel geschreven met de titel: “Is Google making us stupid?” Hierin stapt hij even op de rem, om te reflecteren op de invloed van Google op zijn denkproces. Iedereen kan tegenwoordig een veelheid aan informatie vinden met enige zoekmachine-vaardigheden. En deze informatie vervolgens weer toepassen. Maar juist om het toepassen gaat het. Slechts reproduceren van de google-hits gaat je niet ver brengen. Menselijke intelligentie zal een rol moeten blijven spelen, en als we niet af en toe op de rem trappen, zoals Nicolas Carr, vergeten we dit misschien wel eens.

Volgens mij is het tijd voor de volgende fase in onze evolutie; hoe kunnen we internet, met Google als exponent daarvan, effectief inzetten. En effectief is dan niet ‘zoeken en overladen’, maar het proces moet zijn: vinden, combineren, selecteren en interpreteren.

De entree van een volgende fase, wordt vaak vooraf gegaan door een economische recessie. Dit aangezien de oude technologie en gevestigde orde moet wijken voor de nieuwe. Dit wordt beschreven in het volgende artikel op Frankwatching: http://www.frankwatching.com/archive/2008/09/17/de-googlisering-van-business-intelligence/.

De voortekenen van een recessie zijn aanwezig. Dit zien we dan maar als een noodzakelijke overgangsfase, die hopelijk zo kort mogelijk duurt. Laten we hopen dat het ‘human brain’ zich blijft ontwikkelen ten opzichte van het ‘Global Brain’. En ik hoop vooral ook dat ik mijn hogere hypotheekrente in de volgende economische golf ruimschoots goedgemaakt zie…

Blogalisering… de wereld wordt kleiner

“Wie heeft er hier een weblog?” Deze vraag werd drie edities geleden op eday tijdens een keynote presentatie van Mark Fletcher van bloglines aan het publiek gesteld. Verrassend weinig mensen staken hun hand op.

Vandaag de dag is dat een ander verhaal. Niet iedereen heeft een eigen weblog natuurlijk, maar in tegenstelling tot 2005 zullen de meeste mensen van het fenomeen hebben gehoord. En in ieder geval staat buiten kijf dat er ook in Nederland momenteel wanneer in een willekeurige zaal waar de vraag “Wie heeft er hier een weblog?” wordt gesteld, het aantal handen dat de lucht in zal gaan aanzienlijk groter zal zijn dan in 2005.

Op Marketingfacts! wordt de vraag gesteld hoeveel weblogs er wereldwijd eigenlijk zijn. 70 miljoen? 200 miljoen? Met China meegerekend misschien 300 miljoen?

In ieder geval kunnen we stellen dat de blogosphere – de totale verzameling van weblogs – enorm is. Het is een netwerk dat is opgebouwd uit hyperlinks en trackbacks tussen blogs. Er wordt gekopieerd, verwezen, samengevoegd en ge-remixed.

In eerste instantie werden weblogs beschouwd als een revolutie. Iedereen had nu zijn eigen publishing-kanaal. Iedereen zou een journalist kunnen worden. Als we nu kijken wat blogs werkelijk zijn zien we diverse functies. Verreweg de meest gebruikte is die van persoonlijk dagboek, hoewel mijn idee is dat dit minder wordt. Er bestaan dus wel heel veel blogs, maar merendeel in de marge – of de ‘long tail’ zo je wilt. Deze, vaak persoons- of groepsgebonden blogs, blijven aanwezig maar voor een specifiek doel en een specifieke groep.

Maar weinigen onder de bloggers zijn echter “auteur” te noemen – in de zin van maker van oorspronkelijke content, die van goede kwaliteit is (voor online toepassing) en ook nog interessant genoeg is voor een redelijk groot publiek. En groot publiek is uiteindelijk waar het de commercie om gaat.

Indivueel bezien bevatten blogs over het algemeen niet altijd even waardevolle of oorspronkelijke informatie. Maar de blogosfeer in zijn totaliteit is een ander verhaal. Elke post, hoe klein ook, kan in potentie tot inspiratie dienen voor een ander, en zo de kiem vormen voor een hele ‘train of thought’. Dit gebeurt door, zoals boven al gezegd, met name door links en reacties. Blogs interacteren met elkaar, leggen verbindingen in een immens neuraal netwerk. Dit virale effect binnen de blogosfeer is onlangs nog gezien toon een journalist vroeg aan een amerikaanse collega of Hilary Clinton ooit wel de videoclip van “When the lady smiles” zou hebben gezien.

Zogenaamde ‘A-list’ blogs, zoals BoingBoing in het bovenstaande voorbeeld,  zijn centrale knooppunten punten in het netwerk. Waar we eerst dachten te maken hebben met micromedia (‘iedereen kan zijn eigen online krant uitgeven’) is de blogosfeer misschien wel het grootste massamedium ooit. Waar vroeger traditionele media als radio, tv en kranten voornamelijk bijdroegen aan het scheppen van onze gedeelde referentiekaders ontstaat er een nu nieuw gedeeld bewustzijn als gevolg van de aanhang en invloed van de grootste blogs.  Misschien een beetje hoogdravend verwoord, maar laten we het toch maar eens in dat licht bezien… Feit is namelijk wel dat een aantal van de A-list blogs (zo’n 4000 wereldwijd) al volledige professionele ondernemingen zijn geworden. Het zijn bronnen van informatie geworden -‘zenders’- met een hoge output frequentie en groot bereik. En zelfs door de traditionele media wordt de blogosfeer als bron nauwlettend in de gaten gehouden, zoals te zien was toen die het bovenstaande voorbeeld van een smiling Hilary Clinton massaal oppikten. Het is overal merkbaar dat de invloed van bloggers – met name de grote – aanzienlijk is. De Italiaanse regering zag dit ook, en probeerde hier zelfs maatregelen tegen te nemen (zie een eerdere post op deze site).

De rest van de blog volgen, verwijzen en becommentariëren hooguit. Uit onderzoek (Herring et al., 2005) blijkt ook dat een-derde van de blogs überhaupt geen hyperlinks heeft. Het onderzoek is al wat ouder, maar dit zal niet veel veranderd zijn.

Omdat A-list blogs de blogs zijn waarnaar de meeste links terugleiden, krijgen deze de meeste traffic, en hierdoor ook weer meer links die naar deze blogs verwijzen enzovoorts… Een stukje verwijzing naar deze netwerk-theorie is hier te lezen.

Blogosphere - Matthew Hurst

Bovenstaande plaatje is een erg mooie visualisatie van de blogosphere – gemaakt door Matthew Hurst en interactief te zien op zijn website

Een ander, meer grafisch plaatje, beeldt goed uit hoezeer een concentratie van links eruit ziet in de blogosfeer.

De echte grote blogs worden groter, worden online uitgeverijen en daarmee de nieuwe massamedia. Ik zie ook een beweging dat steeds meer mensen stoppen met hun eigen blog(je) en gaan voor een groter bereik door zich aan te sluiten bij een ‘blogging network’.  Zodoende worden ze auteurs die zich hebben aangesloten bij een uitgeverij.  

Wat we dachten dat een revolutie bleek te zijn, is dus een ‘shift’ geweest. We hebben te maken gehad met een technologische revolutie, waarvan andere personen dan de gevestigde orde gebruik hebben gemaakt. Nu het organisme dat de blogosfeer is volwassen begint te worden, zijn er dus weer patronen te ontdekken die wijzen op het onstaan van nieuwe massamedia.

Er is dus geen sprake van globalisering van meningen, maar van blogalisering. Het eerste geval is bottom-up, de utopische gedachte dat elke blogger zijn stem een wereldwijd podium kon geven. Blogalisering is dus de ontluistering van de blogging-ideologie door de constatering dat de mening van de mensheid toch weer afhankelijk is geworden van een klein aantal massamedia.

Krantenlezers ‘snorkelen’

Op de site van het NRC wordt een recent onderzoek aangehaald van het amerikaanse Poynter Instituut. Het onderzoek richt zich op de wijze waarop lezers omgaan met het tot zich nemen van informatie, en de verschillen hierin tussen print en online informatie.

De meest verrassende uitkomst: mensen lezen online meer ‘story text’ dan in print.

Een andere leuke vondst is dat ‘krantenlezers snorkelen’ (- vondst NRC).

Het onderzoek beantwoordt in acht hoofdstukken acht vragen over leesgedrag.

  1. Zijn mensen verleerd om ‘in de diepte’ te lezen?
    Nee, zeggen de onderzoekers van Poynter. De spanningsboog van lezers is niet dramatisch korter geworden. Ze kiezen wel zeer selectief wat ze willen lezen. Zeer verrassend vonden de onderzoekers dat mensen verder lezen in online stukken dan in de papieren krant.
  2. Zijn we een samenleving van louter ‘scanners’?
    Ja, uit Eyetrack 07 blijkt dat er in iedereen een scanner zit, die informatie vluchtig en oppervlakkig bekijkt. In iedereen schuilt echter ook een toegewijde en methodische lezer, die leest van kop tot staart, zodra hij een verhaal ziet dat hij wil lezen. Kranten lezen is als snorkelen.
  3. Snelt elke lezer eerst de koppen? Het oog van broadsheet lezers valt het eerst op koppen. Daarna kijken ze naar foto’s. Voor lezers van tabloids geldt het omgekeerde: zij zien eerst de foto’s. Sitebezoekers zien volgens Poynter eerst navigatie (menu’s) en dan koppen.
  4. Hoe belangrijk is de presentatie? Het Eyetrack-onderzoek bevestigt gangbare ideeën: de opening van een pagina krijgt veel aandacht. Hetzelfde geldt voor story packages, goed gepresenteerde verhalen in een mooie ‘verpakking’ (foto’s, graphics).
  5. Beeld overheerst in de huidige cultuur. Ook in de krant? Absoluut. Voor ‘papier’ liggen de resultaten voor de hand: grote foto’s worden meer gezien dan kleine, foto’s in kleur meer dan zwart/wit en actiefoto’s meer dan 1-koloms portretten. Online zijn foto’s lang niet zo dominant; dat ligt aan het ontwerp van veel nieuwssites.
  6. Zien lezers advertenties als een noodzakelijk kwaad? Integendeel, zij besteden volop aandacht aan advertenties. Lezers zagen advertenties in broadsheets beter dan in tabloids. Een broadsheet advertentie van een halve pagina of bijna een volledige pagina kregen even veel aandacht als een volledige pagina. Online advertenties met bewegend beeld trokken veel aandacht.
  7. Smachten lezers naar webspecifieke onderdelen als video, blogs en discussies? Dat valt wel mee. Lezers zagen deze elementen wel, maar klikten er slechts weinig op. Ze klikten het meest op advertenties, lijstjes met koppen en teasers van verhalen.
  8. Wat blijft er hangen van een verhaal? Alternatieve manieren om een verhaal te presenteren helpen lezers om de feiten die zij gepresenteerd krijgen te onthouden. ‘Papierlezers’ onthielden meer feiten dan online lezers als een verhaal werd gepresenteerd in een niet-verhalende vorm.

Zie voor het originele artikel de NRC site:  http://www.nrc.nl/media/article811194.ece/empty.html