Smile! You’re On Facebook…

Facebook maakt Mensen Jaloers en Ontevreden [Onderzoek]

Uit onderzoek gedaan in een samenwerking tussen twee Duitse universiteiten blijkt dat meer dan een derde van de mensen na op Facebook bezig te zijn geweest rapporteert negatieve gevoelens te hebben. De belangrijkste reden voor deze negatieve gevoelens is volgens de onderzoekers te wijten aan jaloers zijn op de ‘Facebook-vrienden’.
Lees verder

Schermtijd Gaat Sneller – Hoe komt dat en hoe win je tijd terug?

De zomer van 2012 was weer een natte zomer. Maar ook een van vele records, op sportgebied en als gevolg daarvan sneuvelden ook natuurlijk weer media-records, vooral op social media gebied.
In tegenstelling tot wat je zou verwachten op basis van het weer deze zomer is er nog een opvallend record gebroken. Het aantal kinderen dat vermist raakt op de stranden en bij recreatiewater schiet dit jaar alle records voorbij, zo zei directeur Raymond van Mourik van Reddingsbrigade Nederland vorige week.De teller staat inmiddels op meer dan 1100, terwijl normaal gesproken gemiddeld in een jaar ongeveer 700 kinderen kwijtraken. Volgens hem gebeurt het tegenwoordig steeds vaker dat ouders zijn afgeleid door mobiele gadgets als smartphones en tablets.
Wat is hier aan de hand? Of in de hand eigenlijk? 
 

Technologie kan veel aandacht opeisen

De meesten onder ons zullen wel herkennen dat wanneer je verdiept bent in je mail of facebook, er wel eens wat langs je heen gaat. En dat je partner vervolgens ‘ineens’ een beetje geïrriteerd vraagt: “Luister je eigenlijk wel?” Het fenomeen dat zich hier voordoet wordt cognitieve absorptie genoemd. Onderzoek op dit vlak is vooral gedaan in situaties waarin sprake is van gebruik van informatietechnologie, en een diepe betrokkenheid van een individu met de software (Agarwal et al. 1997; Agarwal & Karahanna 2000). Cognitieve absorptie wordt beschreven aan de hand van vijf dimensies:
  • dissociatie van tijd, waarbij je een verminderd reëel besef hebt van de ‘echte’ tijd die verstrijkt tijdens je activiteit;
  • opgaan in de activiteit, de mate waarin je aandacht wordt opgeslokt door de activiteit;
  • het plezier in de activiteit;
  • de controle die je kunt uitoefen;
  • en nieuwsgierigheid.
Wanneer we naar een scherm turen, iets doen dat onze nieuwsgierigheid prikkelt, we er controle over hebben (dus zelf actief zijn, in tegenstelling tot een passieve activiteit als tv kijken), er plezier aan beleven en het een activiteit is waar we volledig in opgaan, dan is er ook sprake van dissocatie van tijd. Sociale media in combinatie met een smartphone is hier een uitstekend voorbeeld van.
Hieruit valt dus te verklaren dat wanneer we met onze smartphone of tablet op een strandbedje liggen, onze kinderen inderdaad wel eens aan onze aandacht kunnen ontsnappen. Ook omdat – vanwege de dissociatie van tijd – je het idee hebt dat je de kleine net nog op twintig meter van je vandaan lekker bezig zag met zijn zandkasteel.

Schermtijd gaat sneller

Wanneer je tijd doorbrengt achter een scherm verstrijkt de tijd voor je gevoel veel sneller. Zeker wanneer je in een staat van flow raakt, wanneer je ‘net zo lekker bezig bent’.
Nu kun je dit jammer vinden, maar accepteren, of proberen hier bewuster mee om te gaan. In het laatste geval zijn hier wat tips om tijd terug te winnen – al is het maar voor je gevoel:
  • Een actief klokje in je computerscherm, zoals Focusbooster. Dit is een time-management appje gebaseerd op de Pomodoro-techniek, waarmee je een timertje hebt meelopen in je scherm dat aftelt van 25 minuten naar nul. En dan een ‘five minutes’ break. Ik merk zelf dat dit me inderdaad helpt focussen, en aan het einde van de dag heb ik het gevoel heel veel te hebben gedaan. In dezelfde tijd;
  • Wanneer je geen klokje in je scherm kunt hebben, zoals bijvoorbeeld bij een spelcomputer, zet er dan een naast je scherm. Liefst eentje die ook actief kan aftellen. Ik zet bijvoorbeeld een iPad onder het scherm met daarop een app met een zandloper. Dat kan je helpen in de ‘echte’ tijd te blijven;
  • Je kunt ook natuurlijk je gadgets uitzetten, of wegleggen. Dit is een keuze om bewuster om te gaan met deze technologische hulpmiddelen. Realiseer je dat deze een functie dienen, en ja: dat kan en mag ook vermaak zijn. Maar kies bewust je momenten waarop je ze gebruikt. Voor je weet is het een automatisme geworden om ‘even te checken’, en zoals je weet: dat even rekt zich vaak uit.
Er is een beweging onder de noemer ‘SlowTech’, zoals hier beschreven in een artikel op Frankwatching.com die als voornaamste boodschap heeft aan de mens: technologie moet niet het doel zijn, maar een middel. Daar kan ik me helemaal in vinden. Technologie brengt ons geweldige dingen en nieuwe mogelijkheden. We kunnen op vele manieren met elkaar communiceren en aan alle informatie komen. Maar technologie brengt ook vele verlokkingen met zich mee, en we kunnen ons wel eens onvoldoende bewust zijn van de effecten daarvan. 
 
“It’s about finding the OFF switch”. En dan kunnen we onze aandacht richten op de juiste dingen op de momenten dat het nodig is.
Je weet waarschijnlijk wel wat ik bedoel.

Kijkers kijken nog steeds liever live TV

Volgens onderzoek gedaan door Digital Spy kijkt 75% van de kijkers nog bij voorkeur naar live televisie.

Tijdens een bijeenkomst van Atos afgelopen week over media-ontwikkelingen werd duidelijk – gesteld onder andere door mijzelf – dat het second screen en andere ontwikkelingen de kijkers weglokken van live televisie.
En het werd ook duidelijk dat deze ontwikkelingen en waar ze toe zullen leiden de mensen werkzaam in media danig bezig houden.

Het Engelse onderzoek wijst uit dat hoewel mensen bij voorkeur live TV kijken, bijna tweederde (59%) bezig is met een ‘tweede scherm’ terwijl ze televisie kijken. Internetten, email checken, spelletjes en natuurlijk Twitter en Facebook. Facebook is met een score van 44,6% in Engeland het populairste social media platform om tijdens televisiekijken te ‘kletsen’ uitzendingen, met een percentage van 39,8 die aangeeft (ook) Twitter daarvoor te gebruiken. Een zelfde aantal (38,6) geeft aan geen social media te gebruiken om conversaties te voeren rondom televisie-programma’s.

Toevallig is in Nederland door de Stichting Kijk Onderzoek (SKO) ook net een onderzoek gedaan naar het gebruik van een tweede scherm. Gelukkig realiseren zij zich blijkbaar ook dat de ouderwetse manier van kijkcijfers meten – via kastjes bij de TV – niet meer past in deze tijd. Zoals ook blijkt uit het recente persbericht dat de SKO samen met Ziggo en UPC een testproject gaan doen voor meenemen van andere manieren van TV kijken (via het web, met name de ‘gemist’-sites) in hun metingen.

Uit het onderzoek van de SKO blijkt, net als in het onderzoek van Digital Spy, dat het second screen vooral wordt gebruikt om te ‘multi-tasken’ (als dat de lading dekt). Second screens zijn dus geen vervanging voor televisiekijken, maar worden in parallel gebruikt voor andere dingen. Bijvoorbeeld om deel te nemen aan de totale conversatie over de uitzending, terwijl activiteiten die direct aan het programma gerelateerd zijn (de programma-app gebruiken bijvoorbeeld) slechts in kleine mate worden gedaan.

Wat een interessant verschil is tussen de beide onderzoeken is de mate van het gebruik van tweede schermen: 59% van de Engelse respondenten geeft aan regelmatig te kijken met een ‘second screen’, tegenover slechts 35% in het Nederlandse onderzoek. En ik maar denken dat Nederlanders altijd voorop lopen in adoptie van digitale ontwikkelingen.

Of zou het verschil te verklaren zijn door dat het net gepubliceerde onderzoek van de SKO al is uitgevoerd in september 2011, en dus bijvoorbeeld het het nieuwe seizoen van The Voice of Holland heeft gemist? In dit tweede seizoen van #TVOH is social media uitstekend ingezet om het programma meer diepte te geven en betrokkenheid te creëren, zoals ook te zien is in de metingen en analyses.

En The Voice is dan maar één voorbeeld. Het zou dus zomaar kunnen dat de de ontwikkelingen zo snel gaan dat een onderzoek van een half jaar oud naar deze materie in deze tijd niet veel meer waard is.

Google + & –

Google lijkt eindelijk te een winner te hebben op social networking gebied. Na een indrukwekkend track record van mislukte sociale netwerk initiatieven, te beginnen met Orkut en meest recent Buzz, is de lancering van Google + een groot succes. Na een paar weken zoemen rond het sociale web, heeft + nu meer dan 20 miljoen gebruikers, die meer google-plus-logodan 10 miljard berichten per dag delen. Zal + een blijvertje zijn?

Laten we even kijken of wat er anders is deze keer…

De timing en de wijze van lancering.
Google’s timing lijkt deze keer erg goed te zijn geweest. Hetzij door toeval, of de Google jongens en meisjes zien dingen gebeuren en zijn in staat om er goed naar te handelen. Wat ik zelf heb gemerkt de laatste tijd, en ook wel besproken heb met anderen, is iets wat ik social media fatigue (vermoeidheid) zou willen noemen. Mensen beginnen te minder belangstelling en participatie laten zien, en misschien zelfs een ‘been there, done that’ houding ten toon te spreiden. Ook, met privacy als een hot topic in hedendaagse westerse samenleving zijn mensen beter steeds op hun hoede van de ‘Facebook-manier’ van werken.

En + is nieuw en daarom dus interessant. Een twitter-‘power-user’ als Robert Scoble plaatste zelfs op + dat hij nu is uitgekeken op Twitter (en veroorzaakte daarmee gelijk een grote discussie). En natuurlijk, de typische manier waarop Google de invoering van + deed, alleen op uitnodiging, maakt dat mensen het willen. Well played by Google.

Functies
Vele reviews van het +-platform en de interface zijn gepubliceerd de afgelopen weken. Ik zal niet de moeite nemen dat te herhalen, of proberen nog iets nuttigs daaraan toe te voegen. Zoals we kunnen verwachten van Google, is de interface ‘clean’, heeft het Drag-and-drop functionaliteit, maar het heeft ook een aantal leuke verrassingen. Het is intuïtief en overal toegankelijk (op al je apparaten). Check bijvoorbeeld Mashable of Read Write Web voor goede reviews.

Van ‘Social Graph’ naar ‘Interest Graph’; van het tekenen van lijnen tot het maken van cirkels
Online sociale netwerken hebben de zogenaamde social graph als basis. + Gebruikt dit ook natuurlijk, maar erkent het feit dat er meer aan relaties dan alleen maar wie je kent. Meer dan slechts lijntjes tussen mensen, en Google heeft hiervoor cirkels in het leven geroepen. De juiste vertaling hiervoor zou dan ook ‘kringen’ zijn. In het echte leven zal je over het algemeen met collega’s over andere dingen praten dan je zou doen tijdens een familie dinertje. En waarschijnlijk ook op een andere manier. + Geeft u uw kringen, en een manier om je echte leven onder te verdelen in je online levens (ja, meerdere).
Natuurlijk, Google gebruikt je social graph, bijvoorbeeld om suggesties voor vrienden te doen. Hoewel ik denk dat ik kan zeggen dat ik vrij diep in deze materie zit ben ik toch weer verbaasd over wat Google weet. Ik gebruik Google-services (zoals Gmail) al jaren, en dit is duidelijk terug te zien in +. En nu heb ik Google zelfs nog meer gegeven door het koppelen van mijn andere social networking profielen van Facebook en Twitter. Google heeft me trouwens zelf geïdentificeerd op Twitter… Oh ja, en mijn vrouw zag gisteren op haar Android (Google’s mobiele besturingssysteem) telefoon ineens een fotootje bij mijn naam komen!

Mijn conclusie is dat waar Facebook dit alles over je weet, zij het voornamelijk voor zichzelf houden en aan derden doorverkopen. In tegenstelling tot Facebook geeft Google een groot deel van de toegevoegde waarde van je social graph terug door middel van +. Daarnaast gebruiken ze bij Google de info natuurlijk ook voor hun eigen marketing-mechanismen (ze zijn ook niet dom).

Vrijheid en transparantie
Google neemt duidelijk een standpunt in dat je zelf eigenaar bent van je gegevens. Zo, die discussie is dus ook gedaan. Mijn social graph is van mij, punt uit. Beheren van je profiel en privacy-instellingen is gemakkelijk te vinden (in tegenstelling tot bij Facebook), je kunt je + account gemakkelijk verwijderen, maar voordat je zou besluiten om dat te doen, kunt zelfs je gegevens exporteren.

De waarde voor organisaties
Hoewel het officieel nog niet ‘mag’ van Google, zijn er een aantal bedrijven die profielen in + hebben aangemaakt. Een goed voorbeeld was Mashable Nieuws, hoewel ze recent geplaatst op + dat na gesproken te hebben met de “jongens bij Google” dat zij zich zullen gedragen en net als de rest wachten (!?). Waarom staat Google het nu niet toe? Wat is hun strategie met + in de richting van organisaties? Recent is bekend geworden dat ergens in Q3 bedrijfsprofielen mogelijk zullen zijn, met analyse functionaliteiten zoals in andere Google omgevingen (link).
Wanneer we kijken naar extern gerichte waarde, zou het voor de hand liggen voor organisaties om + profiel pagina’s, net als de Facebook fanpages, te krijgen. Op deze manier zullen organisaties een andere manier van interactie met hun klanten hebben. Wat + belooft in mijn ogen is meer functionaliteit, integratie met andere applicaties en – opnieuw – de overdraagbaarheid (portabiliteit) van gegevens. Wow, zullen bedrijven zelf deze gegevens bezitten? In staat zijn om in te lezen in hun marketing-en business intelligence-systemen?

En voor de integratie met de business processen, is het eenvoudig om toepassingen op gebied van customer support of product management te voorzien. Verder kijkend naar de intern gerichte waarde van +, ligt integratie met Google Docs en Apps voor de hand.
Er is al een zeer leuke nieuwe functie op + de naam Hangouts. Via deze webapplicatie kan men videobellen, chatten en samen kijken naar filmclips. Er is zelfs al een nieuw fenomeen ontstaan: hangout parties. In een meer zakelijke omgeving kan het ook worden gebruikt voor videoconferenties, waar de persoon die aan het woord is (of liever: het hardste praat) wordt weergegeven in het grote scherm.

Dus, het platform biedt veel aan individuen en belooft veel voor organisaties.

En hoe zit het met de -?
De gedachte achter + is goed, de implementatie is uitstekend, met ongetwijfeld nog meer goede dingen te komen. Tsja, zijn er dan ook ’s om op te noemen? Mijn enige echte bedenking zit ‘m in de beheersbaarheid van het + platform. Mensen maken meer en meer cirkels, voegen meer mensen toe, en hebben daarnaast nog de zorg voor hun vrienden en kennissen op Twitter, LinkedIn en Facebook. De zorg die ik heb ligt in wat Clay Shirky zogenaamde ‘filter failure’ noemt. Hoe zullen mensen hiermee omgaan? Of zal Google de priority inbox functionaliteit op een bepaald moment in + toevoegen?

En wat denk je? Zal dit Google’s social network succes worden?

Mediapsychologie: Slecht nieuws is lekker

Waarom vinden we slecht nieuws interessanter om te horen dan goed nieuws?

Mensen klagen wel dat de nieuwsvoorziening alleen slechte berichten bevat. Zeker de laatste tijd met de turbulentie in het Midden-Oosten en de recente ramp in Japan .
Maar als we eerlijk zijn: wat willen we dan horen? Nu en dan zijn er initiatieven voor ‘goed-nieuws’-media, maar deze zijn vaak geen lang leven beschoren. Ook staan er wel eens mensen op, die een poging wagen deze neiging van de media tot brengen van slecht nieuws aan de kaak te stellen. Een mooi voorbeeld hiervan was in 1993, toen BBC nieuwslezer Martyn Lewis tijdens een conferentie zei dat 95 procent van de BBC nieuwsberichten negatief van aard was. Hij zei:

“The media report the war but lose interest in the peace, report the problem but not the attempts to find solutions, pander to that base human instinct which gives some people a vicarious pleasure in being voyeurs of disaster. News values are driven by the principle that the only news, the only manly news, is bad news”

Hij is overigens niet echt succesvol geweest in zijn campagne.

Zijn de media inderdaad zo negatief, en dan met opzet zo? Media-onderzoek wijst uit dat negatief nieuws in berichtgeving zo’n 17 keer vaker voorkomt dan een positief nieuwsbericht (Williams, 2009). Meerdere onderzoeken Negatieve berichten krijgen in media inderdaad prioriteit.

Een verklaring hiervoor is te vinden in de surveillance functie van nieuws (Shoemaker 1996). Mensen gebruiken media als een manier om bedreigingen in onze directe omgeving te monitoren. Iets wat hier op inspeelt is het noemen van het aantal Nederlanders dat bij een buitenlandse ramp vermist is. Dat brengt een bericht over nieuws op afstand dichter bij huis.

Aan de andere kant is er een theorie van Winnicot over de geruststellende kracht van media. De ‘comfort blanket’ waaraan we onszelf vastklampen om te bevestigen dat de wereld gewoon door draait. Dit toont aan hoezeer media een referentiekader voor ons dagelijks leven is geworden. Ook al stort de wereld in elkaar, zoals nu bijvoorbeeld in Japan echt het geval lijkt te zijn, wanneer in het bericht erna wordt gemeld dat de IPad 3 morgen gepresenteerd wordt, is de kijker gerustgesteld. Als er ruimte is voor dat soort berichten, kan het tenslotte allemaal niet zo erg zijn.

Zoals Sacha de Boer vanavond in het acht uur journaal zei: “Hoe wild de wereld ook is, vanavond is gewoon de aftrap van de Boekenweek in Amsterdam”.

Voor mij is het duidelijk: Mensen vinden slecht nieuws gewoon interessanter om te horen.
En in de strijd om oplage- en kijkcijfers spelen media hier graag op in.

Echte Mensen met een ‘Social Layer’

Via een vraag van een student werd ik gewezen op een nieuwe telefoon app die momenteel in ontwikkeling is: Recognizr. Dit is een augmented ID app waarmee je met je telefoon mensen kunt ‘scannen’ waarna je te zien krijgt welke sociale netwerken er aan deze persoon hangen (en eventueel ook adresgegevens).
Op het eerste oog lijkt dit een schokkende ontwikkeling, het Big Brother complex dat veel mensen hebben wordt hierdoor natuurlijk sterk geprikkeld. Als losstaand fenomeen is deze app niet wereldschokkend, maar wat betekent dit in een bredere context?

Deze ontwikkeling is onderdeel van een grotere trend, en deze heeft wellicht wel verstrekkende gevolgen. Die trend die ik hier zie is namelijk de verdere personalisering en mobilisering van informatie. Op elk moment en elke plaats kunnen mensen in toenemende mate beschikken over context-afhankelijke en relevante informatie.

Wat de impact hiervan is op de mens en de psyche is gissen, aangezien de ontwikkeling in de kinderschoenen staat. Op gebied van augmented reality is er nog weinig onderzocht. Misschien kunnen we wel een vergelijk trekken met virtual reality (VR), iets dat in de jaren ’90 nogal populair was.

De functie van een app als Recognizr is, naast fun, in eerste instantie gebruiksgemak. Je kunt langs deze weg makkelijk contact maken, en informatie uitwisselen met mensen die je tegenkomt. Bijvoorbeeld handig op beurzen of andere netwerkbijeenkomsten.

Door dit soort technologie wordt een extra laag – een extra dimensie – gegeven aan de fysieke werkelijkheid. Het is waarschijnlijk dat mensen in hun interactie met deze fysieke werkelijkheid beïnvloed worden, en dat dit naarmate de technologie verder vordert steeds meer onderdeel wordt van de mens en zijn waarneming van de werkelijkheid. Keuzes en beslissingen, en contact tussen mensen, zullen in het echte leven beïnvloed worden door een zichtbare sociale context.

Er zijn natuurlijk ook aspecten aan die om aandacht vragen van bijvoorbeeld wetgevers. Te denken valt aan zaken op gebied van privacy. Het gebruik van biometrische technologie is altijd een beladen onderwerp, omdat mensen natuurlijk niet zo makkelijk van gezicht veranderen als van email adres, om maar iets te noemen. En hierdoor is er al gauw een gevoel van ongemak of zelfs angst bij dit soort toepassingen. Er zal goed gekeken moeten worden wat alle implicaties zijn alvorens dit op de markt gebracht wordt. Volgens mij duurt het daarom ook lang voor we dit massaal in gebruik zien. Waarschijnlijk zijn de juridische en ethische aspecten nog lastiger dan de technologische.

Een interessant punt om verder over na te denken zou zijn: hoe zou deze technologie jezelf kunnen helpen in het dagelijks leven? En weegt dit voor jou dan op tegen de eventuele nadelen (zoals privacy).
Net als bij alles wat we doen, vooral gebruik makend van  mensen zijn altijd zelf verantwoordelijk voor het maken van de keuze om iets te gebruiken of niet. Gelukkig hebben we in onze maatschappij deze vrijheid. Het enige dat mensen bewust moeten doen is een afweging te maken wat voor henzelf de prijs is die ze willen betalen voor het gebruiken van functionaliteit. En hoe ze zelf controle houden. Want ook dat is iets van onze maatschappij: voor niets gaat de zon op.

De Wereld regeren via Sociale Netwerken

De Nederlandse regering valt, in het Verenigd Koninkrijk lijken de verkiezingen uit te lopen op een impasse, en in de VS lopen de democraten het risico hun meerderheid in de Senaat te verliezen. En dit allemaal in de loop van een week …

Zien we hier een patroon zich ontwikkelen? Zijn we misschien na de financiële crisis op weg naar de volgende: een wereldwijde politieke crisis?

Hoe dan ook, het is tijd dat de politiek opnieuw uitgevonden wordt. Dit gebeurt nu al van binnenuit. Tijdens de debatten in het Nederlandse parlement en ook tijdens de loop van de val van het Nederlandse parlement, zijn wij als burgers in staat tegenwoordig een live play-by-play commentaar te krijgen vanuit de achterkamers van de politiek. Vanuit verschillende perspectieven, omdat veel kamerleden zich een slag in de rondte tweeten over wat er gaande is.

Andersom gebeurt ook, zoals u zich wellicht herinnert uit de Twitter-hype rond de Iran verkiezingen in 2009, toen de Iraanse mensen massaal Twitter gebruikten om Iraanse internet censuur te omzeilen en de rest van de wereld te informeren over wat er werkelijk gaande was. En natuurlijk hebben we Obama zien stijgen en gekozen worden als president van de VS, veel en goed gebruik makend van social networking platforms. Punt is, hij is blijkbaar niet in staat zijn om dit te handhaven. Misschien heeft hij nu te druk met zijn baan 😉

Met de groei van online sociale netwerken zoals Facebook, Twitter en dergelijke, lijkt het slechts een kwestie van minuten totdat de hele wereld is aangesloten via deze netwerken. De burgerij van de wereld is straks te bereiken via online sociale networken.

Politiek is een proces waarbij groepen van mensen collectieve beslissingen maken. Nu gebeurt dat in democratieën door gekozen vertegenwoordigers van het volk. Online sociale netwerken bieden veel manieren om snel en effectief informatie te verspreiden en hebben grote invloed op de menselijke besluitvorming. Individueel of collectief. Informatie in online sociale netwerken stroomt niet alleen éérichting op, maar kan stromen in elke gewenste richting (veel-op-veel, een-op-veel, een-op-een, veel-op-een). Overheden moeten hun communicatie en processen opnieuw uitvinden, en hebben dan ook behoefte aan nieuwe, eigentijdse gereedschappen om dit te ondersteunen. Er is behoefte aan “Nieuwe Politiek” en bijbehorende middelen.

Regeringen maken de overgang naar deze wereld van “Nieuwe Politiek”. Maar waar politici zich nu voornamelijk richten op campagne voeren, het creëren van zoveel mogelijk ‘buzz’ en krijgen van zoveel mogelijk volgers of fans, is het nu tijd ook te kijken naar de werkelijke politieke processen. Denk aan: real-time stemmingen, burger-initiatieven (voorstellen voor wetgeving), referenda, burger input ingebracht in kamerdebatten, enzovoort.

Ik ben benieuwd wanneer we echte democratieën zullen gaan zien onstaan.