Blogalisering (2)

Naast de eerdere concentratie van content rondom zogenaamde A-list Blogs, eerder beschreven in deze post , blijkt uit onderzoek van PostRank dat de traffic naar websites en blogs door een beperkt aantal social media hubs wordt gegenereerd .

Sinds 2007 heeft PostRank een groei in een bepaalde vorm van participatie geconstateerd, namelijk ‘off-site engagement’. De ‘sharing’ en rating functies van sites zoals Facebook, Twitter, Digg worden steeds vaker gebruikt.

Belangrijke gevolgen hiervan voor blogs zijn dat artikelen een groter bereik en langere levensduur hebben gekregen.

Blogs zijn dus verworden tot “content management interfaces”  met het social web.  Hier kan de blogger (als je die term nog wilt gebruiken) zijn artikelen schrijven, publiceren. De syndicatie en distributie loopt vervolgens via het social web door rating, votings, bookmarks etc.

Hier is dus je succes (bekendheid) te halen.

Advertenties

Australië heeft de primeur…

De primeur om als eerste Westerse land een internetfilter in te stellen om de inwoners (officiële lezing: kinderen) te Photo of Senator Stephen Conroybeschermen tegen internet content dat niet geschikt wordt bevonden voor hen. Australië heeft tenslotte een ‘internet-minister’, Senator Stephen Conroy, Minister for Broadband, Communications and the Digital Economy. En zoals dat dan gaat, moet een minister natuurlijk wel verschil maken (lees: macht hebben). Welke websites en trefwoorden geblokkeerd moeten worden, bepaalt de Australian Communications and Media Authority (ACMA).
Bron: NRC Handelsblad

Een wereldwijde tendens is merkbaar van toenemende overheidsinvloed in het bedrijfsleven en dagelijks leven van de burger. Het begon me al op te vallen tijdens de ver-Balkenendisering van Nederland, ook wel vertrutting of betutteling genoemd, en is natuurlijk de laatste tijd uitermate goed zichtbaar door de overheidsinmenging in de vrije marktwerking die als gevolg van de financiële crisis stukloopt.

Natuurlijk is het een taak van de overheid om burgers te beschermen, en dan met name kinderen, maar laat mensen hier vooral eigen verantwoordelijkheid in nemen. Voor kinderen zullen ouders en andere volwassenen hier een belangrijke taak in hebben. Internet is ondertussen deel van het dagelijks leven, en maakt deel uit van de wereld. Zeker voor onze kinderen. Leren hoe internet te gebruiken, wat de gevaren zijn en hoe hiermee om te gaan is een taak voor de opvoeders. Dom houden door de overheid is niet de oplossing. Een groot haaiennet spannen om je land om ‘gevaarlijke invloeden’ buiten te houden werkt gewoon niet wat het internet betreft. Ik merk het al te vaak op mijn werk, waar een filtersysteem de simpelste en ongevaarlijkste sites weet te blokkeren. Als ik bijvoorbeeld op een site van een Nederlandse omroep contactgegevens op wil zoeken, wordt ik al tegengehouden. Een grote persoonlijke frustratie, die ik niet graag op nationale schaal zou willen zien ontstaan. Daarnaast zijn er altijd manieren om dergelijke systemen te omzeilen (zie ook: https://mediapsychologie.nl/2007/10/17/internet-censuur/), en het wordt juist een uitdaging om dat dan ook te gaan doen.

Een taak voor de overheid kan zeker wel liggen in onderwijzen en ondersteunen van goed internet gebruik. In Nederland hebben we hier een goed initiatief voor, “Mediawijsheid“. Zo maken we de verboden vruchten minder aantrekkelijk – door ze niet te verbieden…

Beurzen omlaag, kijkcijfers omhoog?

Gisteravond weer een ‘extra nieuwsuitzending’ over de financiële crisis, aangekondigd tijdens het kijken naar de reguliere tv programmering. Een opmerking van mijn vrouw zette me aan het denken: “Alweer? Wat is er nu weer aan de hand? Het lijkt wel of ze dit doen om extra kijkers te trekken…” Tsja, het zou zo maar kunnen…

De media spint garen bij de situatie die zich momenteel ontvouwt op de financiële markten. Op de radio hoorde ik presentatoren zich al uitspreken over wat de dag van morgen nu weer zou brengen… Het lijkt een soort ramptoerisme, waarbij mensen reikhalzend uitkijken naar de volgende schokgolf die de financiële crisis met zich mee brengt.

Het woord ‘crisis’ heeft in de dagelijkse spraak een negatieve lading. Van oorsprong is de term echter neutraal. Etymologisch komt het voort uit het (oud)Griekse werkwoord κρινομαι (‘krinomai’) met de betekenissen (1) scheiden; schiften (2) onderscheiden (3) beslissen; beslechten (4) richten; oordelen. Zo bezien, is een crisis een ‘moment van de waarheid‘, waarop een beslissing moet worden genomen die van grote invloed is op de toekomst. (bron: Wikipedia)

Het is een spannende en interessante tijd waarin we leven, zeker de laatste maanden. Waar we voor moeten waken is dat onze behoefte aan sensatie, gevoed door de media, niet uitmondt in massahysterie. Hopelijk kan de wereld de huidige crisis accepteren als een wellicht onprettige, maar wel noodzakelijke reality check. En geeft dit ons de nodige drijfveren geeft om nieuwe, inventieve manieren te vinden om optimaal te leven, werken en te ondernemen!

Pessisme is niet nodig, realisme wel.

Google als ‘Global Brain’

Tien jaar. Zolang bestaat Google nu. In deze tien jaar is de zoekmachine uitgegroeid tot één van de grootste bedrijven ter wereld. En voor velen ook één van de grootste bedreigingen.

Alle bedrijven zien ondertussen Google als één van de grootste concurrenten, nu al of in de nabije toekomst. Google (‘Gobble’) pakt gewoon van alles op, kijkt hoe iets zich ontwikkelt en ze zien wel hoe ze in de toekomst er geld aan zullen verdienen. Het bijzondere aan deze methode is dat het vaak nog lukt ook.

In die tien jaar heeft Google zich ook ontwikkeld als centraal referentiepunt in ons leven. Wanneer we iets willen weten, is de eerste stap tegenwoordig meestal de internetbrowser opstarten, waar vaak Google als startpagina is ingesteld. Het werkwoord ‘googlen’ is dan ook opgenomen in het woordenboek.

Een recent artikel in het NRC beschreef hoe de middelbare schooljeugd normale woorden (zoals ‘immers’, ‘onlangs’, etc.) niet meer kent. De jeugd leest dan ook geen boeken meer, waarin dit soort woorden over het algemeen wel voorkomen.

De schrijver Nicolas Carr heeft onlangs een artikel geschreven met de titel: “Is Google making us stupid?” Hierin stapt hij even op de rem, om te reflecteren op de invloed van Google op zijn denkproces. Iedereen kan tegenwoordig een veelheid aan informatie vinden met enige zoekmachine-vaardigheden. En deze informatie vervolgens weer toepassen. Maar juist om het toepassen gaat het. Slechts reproduceren van de google-hits gaat je niet ver brengen. Menselijke intelligentie zal een rol moeten blijven spelen, en als we niet af en toe op de rem trappen, zoals Nicolas Carr, vergeten we dit misschien wel eens.

Volgens mij is het tijd voor de volgende fase in onze evolutie; hoe kunnen we internet, met Google als exponent daarvan, effectief inzetten. En effectief is dan niet ‘zoeken en overladen’, maar het proces moet zijn: vinden, combineren, selecteren en interpreteren.

De entree van een volgende fase, wordt vaak vooraf gegaan door een economische recessie. Dit aangezien de oude technologie en gevestigde orde moet wijken voor de nieuwe. Dit wordt beschreven in het volgende artikel op Frankwatching: http://www.frankwatching.com/archive/2008/09/17/de-googlisering-van-business-intelligence/.

De voortekenen van een recessie zijn aanwezig. Dit zien we dan maar als een noodzakelijke overgangsfase, die hopelijk zo kort mogelijk duurt. Laten we hopen dat het ‘human brain’ zich blijft ontwikkelen ten opzichte van het ‘Global Brain’. En ik hoop vooral ook dat ik mijn hogere hypotheekrente in de volgende economische golf ruimschoots goedgemaakt zie…

Blogalisering… de wereld wordt kleiner

“Wie heeft er hier een weblog?” Deze vraag werd drie edities geleden op eday tijdens een keynote presentatie van Mark Fletcher van bloglines aan het publiek gesteld. Verrassend weinig mensen staken hun hand op.

Vandaag de dag is dat een ander verhaal. Niet iedereen heeft een eigen weblog natuurlijk, maar in tegenstelling tot 2005 zullen de meeste mensen van het fenomeen hebben gehoord. En in ieder geval staat buiten kijf dat er ook in Nederland momenteel wanneer in een willekeurige zaal waar de vraag “Wie heeft er hier een weblog?” wordt gesteld, het aantal handen dat de lucht in zal gaan aanzienlijk groter zal zijn dan in 2005.

Op Marketingfacts! wordt de vraag gesteld hoeveel weblogs er wereldwijd eigenlijk zijn. 70 miljoen? 200 miljoen? Met China meegerekend misschien 300 miljoen?

In ieder geval kunnen we stellen dat de blogosphere – de totale verzameling van weblogs – enorm is. Het is een netwerk dat is opgebouwd uit hyperlinks en trackbacks tussen blogs. Er wordt gekopieerd, verwezen, samengevoegd en ge-remixed.

In eerste instantie werden weblogs beschouwd als een revolutie. Iedereen had nu zijn eigen publishing-kanaal. Iedereen zou een journalist kunnen worden. Als we nu kijken wat blogs werkelijk zijn zien we diverse functies. Verreweg de meest gebruikte is die van persoonlijk dagboek, hoewel mijn idee is dat dit minder wordt. Er bestaan dus wel heel veel blogs, maar merendeel in de marge – of de ‘long tail’ zo je wilt. Deze, vaak persoons- of groepsgebonden blogs, blijven aanwezig maar voor een specifiek doel en een specifieke groep.

Maar weinigen onder de bloggers zijn echter “auteur” te noemen – in de zin van maker van oorspronkelijke content, die van goede kwaliteit is (voor online toepassing) en ook nog interessant genoeg is voor een redelijk groot publiek. En groot publiek is uiteindelijk waar het de commercie om gaat.

Indivueel bezien bevatten blogs over het algemeen niet altijd even waardevolle of oorspronkelijke informatie. Maar de blogosfeer in zijn totaliteit is een ander verhaal. Elke post, hoe klein ook, kan in potentie tot inspiratie dienen voor een ander, en zo de kiem vormen voor een hele ‘train of thought’. Dit gebeurt door, zoals boven al gezegd, met name door links en reacties. Blogs interacteren met elkaar, leggen verbindingen in een immens neuraal netwerk. Dit virale effect binnen de blogosfeer is onlangs nog gezien toon een journalist vroeg aan een amerikaanse collega of Hilary Clinton ooit wel de videoclip van “When the lady smiles” zou hebben gezien.

Zogenaamde ‘A-list’ blogs, zoals BoingBoing in het bovenstaande voorbeeld,  zijn centrale knooppunten punten in het netwerk. Waar we eerst dachten te maken hebben met micromedia (‘iedereen kan zijn eigen online krant uitgeven’) is de blogosfeer misschien wel het grootste massamedium ooit. Waar vroeger traditionele media als radio, tv en kranten voornamelijk bijdroegen aan het scheppen van onze gedeelde referentiekaders ontstaat er een nu nieuw gedeeld bewustzijn als gevolg van de aanhang en invloed van de grootste blogs.  Misschien een beetje hoogdravend verwoord, maar laten we het toch maar eens in dat licht bezien… Feit is namelijk wel dat een aantal van de A-list blogs (zo’n 4000 wereldwijd) al volledige professionele ondernemingen zijn geworden. Het zijn bronnen van informatie geworden -‘zenders’- met een hoge output frequentie en groot bereik. En zelfs door de traditionele media wordt de blogosfeer als bron nauwlettend in de gaten gehouden, zoals te zien was toen die het bovenstaande voorbeeld van een smiling Hilary Clinton massaal oppikten. Het is overal merkbaar dat de invloed van bloggers – met name de grote – aanzienlijk is. De Italiaanse regering zag dit ook, en probeerde hier zelfs maatregelen tegen te nemen (zie een eerdere post op deze site).

De rest van de blog volgen, verwijzen en becommentariëren hooguit. Uit onderzoek (Herring et al., 2005) blijkt ook dat een-derde van de blogs überhaupt geen hyperlinks heeft. Het onderzoek is al wat ouder, maar dit zal niet veel veranderd zijn.

Omdat A-list blogs de blogs zijn waarnaar de meeste links terugleiden, krijgen deze de meeste traffic, en hierdoor ook weer meer links die naar deze blogs verwijzen enzovoorts… Een stukje verwijzing naar deze netwerk-theorie is hier te lezen.

Blogosphere - Matthew Hurst

Bovenstaande plaatje is een erg mooie visualisatie van de blogosphere – gemaakt door Matthew Hurst en interactief te zien op zijn website

Een ander, meer grafisch plaatje, beeldt goed uit hoezeer een concentratie van links eruit ziet in de blogosfeer.

De echte grote blogs worden groter, worden online uitgeverijen en daarmee de nieuwe massamedia. Ik zie ook een beweging dat steeds meer mensen stoppen met hun eigen blog(je) en gaan voor een groter bereik door zich aan te sluiten bij een ‘blogging network’.  Zodoende worden ze auteurs die zich hebben aangesloten bij een uitgeverij.  

Wat we dachten dat een revolutie bleek te zijn, is dus een ‘shift’ geweest. We hebben te maken gehad met een technologische revolutie, waarvan andere personen dan de gevestigde orde gebruik hebben gemaakt. Nu het organisme dat de blogosfeer is volwassen begint te worden, zijn er dus weer patronen te ontdekken die wijzen op het onstaan van nieuwe massamedia.

Er is dus geen sprake van globalisering van meningen, maar van blogalisering. Het eerste geval is bottom-up, de utopische gedachte dat elke blogger zijn stem een wereldwijd podium kon geven. Blogalisering is dus de ontluistering van de blogging-ideologie door de constatering dat de mening van de mensheid toch weer afhankelijk is geworden van een klein aantal massamedia.

Vertrouwen we elkaar nog?

Via de site Brickmeetsbyte.com ontdekt dat de Telegraaf een artikel heeft gepubliceerd over het groeiende wantrouwen van consumenten ten aanzien van online reviews van andere consumenten. Alleen mensen met erg positieve dan wel negatieve ervaringen nemen blijkbaar de moeite een review te schrijven of rating te geven.

De website vergelijk.nl gaat dit aanpakken door de meningen van experts een meer prominente plaats te geven. Ook andere websites met review en rating functionaliteit werken aan beter te controleren systemen.

Het is waarschijnlijk zo dat alleen wanneer de wet van de grote getallen toepasbaar is, een ‘open’ review en rating systeem waarheid oplevert. Wanneer er sprake is van minder input, zal er meer regie op moeten zijn. Vergelijkbaar met een kwantatitief respectievelijk kwalitatief onderzoek. Logisch eigenlijk…

Italië wil blogging aan banden

Ricardo Franco Levi heeft in Italië een wetsvoostel ingediend voor regelgeving ten aanzien van blogs en bloggers. Het wetsvoorstel houdt onder andere in dat bloggers zich dienen te registreren, certificaten dienen af te geven en belasting moeten betalen, en verder: “the Levi-Prodi law obliges anyone who has a website or a blog to get a publishing company and to have a journalist who is on the register of professionals as the responsible director.”

Dit is te lezen in de post op het weblog van Beppe Grillo, de horzel op de huid van het Italiaanse politieke bestel. Mijn idee is dat zijn blog en populisme van een groot deel hebben bijgedragen aan de totstandkoming van dit wetsvoorstel. Grotere eer kun je een blogger toch bijna niet bewijzen? Het is natuurlijk kansloos dat er echt zo’n wet komt. Dat mag ik hopen in ieder geval. En als die er komt, verhuist de italiaanse blogger toch gewoon zijn spullenboel naar een staat die wél democratisch is (om Grillo te parafraseren).

En voor degenen die italiaans kunnen lezen, hier is de link naar het document: http://www.beppegrillo.it/immagini/DDL_editoria_030807.pdf