Kijkers kijken nog steeds liever live TV

Volgens onderzoek gedaan door Digital Spy kijkt 75% van de kijkers nog bij voorkeur naar live televisie.

Tijdens een bijeenkomst van Atos afgelopen week over media-ontwikkelingen werd duidelijk – gesteld onder andere door mijzelf – dat het second screen en andere ontwikkelingen de kijkers weglokken van live televisie.
En het werd ook duidelijk dat deze ontwikkelingen en waar ze toe zullen leiden de mensen werkzaam in media danig bezig houden.

Het Engelse onderzoek wijst uit dat hoewel mensen bij voorkeur live TV kijken, bijna tweederde (59%) bezig is met een ‘tweede scherm’ terwijl ze televisie kijken. Internetten, email checken, spelletjes en natuurlijk Twitter en Facebook. Facebook is met een score van 44,6% in Engeland het populairste social media platform om tijdens televisiekijken te ‘kletsen’ uitzendingen, met een percentage van 39,8 die aangeeft (ook) Twitter daarvoor te gebruiken. Een zelfde aantal (38,6) geeft aan geen social media te gebruiken om conversaties te voeren rondom televisie-programma’s.

Toevallig is in Nederland door de Stichting Kijk Onderzoek (SKO) ook net een onderzoek gedaan naar het gebruik van een tweede scherm. Gelukkig realiseren zij zich blijkbaar ook dat de ouderwetse manier van kijkcijfers meten – via kastjes bij de TV – niet meer past in deze tijd. Zoals ook blijkt uit het recente persbericht dat de SKO samen met Ziggo en UPC een testproject gaan doen voor meenemen van andere manieren van TV kijken (via het web, met name de ‘gemist’-sites) in hun metingen.

Uit het onderzoek van de SKO blijkt, net als in het onderzoek van Digital Spy, dat het second screen vooral wordt gebruikt om te ‘multi-tasken’ (als dat de lading dekt). Second screens zijn dus geen vervanging voor televisiekijken, maar worden in parallel gebruikt voor andere dingen. Bijvoorbeeld om deel te nemen aan de totale conversatie over de uitzending, terwijl activiteiten die direct aan het programma gerelateerd zijn (de programma-app gebruiken bijvoorbeeld) slechts in kleine mate worden gedaan.

Wat een interessant verschil is tussen de beide onderzoeken is de mate van het gebruik van tweede schermen: 59% van de Engelse respondenten geeft aan regelmatig te kijken met een ‘second screen’, tegenover slechts 35% in het Nederlandse onderzoek. En ik maar denken dat Nederlanders altijd voorop lopen in adoptie van digitale ontwikkelingen.

Of zou het verschil te verklaren zijn door dat het net gepubliceerde onderzoek van de SKO al is uitgevoerd in september 2011, en dus bijvoorbeeld het het nieuwe seizoen van The Voice of Holland heeft gemist? In dit tweede seizoen van #TVOH is social media uitstekend ingezet om het programma meer diepte te geven en betrokkenheid te creëren, zoals ook te zien is in de metingen en analyses.

En The Voice is dan maar één voorbeeld. Het zou dus zomaar kunnen dat de de ontwikkelingen zo snel gaan dat een onderzoek van een half jaar oud naar deze materie in deze tijd niet veel meer waard is.

Advertenties

Social Media is ook Parasociaal

Free twitter badge

Op 1 januari 2009 besloot ik echt iets met twitter te gaan doen. Om te kijken of het wat voor mij zou zijn om actief hiermee te zijn. Het ’experiment’ is nu dus een jaar aan de gang. Al ben ik niet helemaal verslaafd geraakt, ik ben toch voldoende van de waarde overtuigd geraakt om er mee door te gaan.

De laatste weken van 2010 ben ik aan het opruimen geweest … unfollow-en op Twitter wel te verstaan.

En dit heeft me iets geleerd: social media is ook parasociaal.

Mijn unfollow-proces ontstond min of meer toevallig toen ik een paar mensen zat werd. Te veel pushen van reclame-boodschappen bijvoorbeeld. Veel mensen bleven op het lijstje, bekenden maar ook onbekenden die ondertussen min of meer bekenden zijn geworden. Mensen uit Nederland, maar ook Amerika en Azië die ik nooit ontmoet heb, maar waarmee ik min of meer toevallig een follow/follower relatie gekregen heb. Hierdoor heb ik wel een idee van hun leven achter hun twitter profiel plaatje gekregen. Vakinhoudelijke tweets mixen deze mensen met persoonlijke opmerkingen en updates, over kinderen en kerstbomen, sneeuw en oliebollen. In een goede balans –om Pareto er maar weer eens erbij te pakken mag het voor mij max 20% persoonlijk zijn, maar misschien eerder nog 10%.

Twitter als sociaal medium laat mij dus een parasociale interactie ontwikkelen met gewone mensen. Mensen die ik ogenschijnlijk leer kennen via dit medium.

De binnen mediapsychologie ondertussen klassiek geworden term “Parasociale Interactie’ werd voor het eerst geïntroduceerd in 1956 door Donald Horton en Richard Wohl in een publicatie getiteld: “Mass Communication and Para-social Interaction: Observations on Intimacy at a Distance".

Hier is de definitie die zij gaven:
“The most remote and illustrious men are met as if they were in the circle of one’s peers; the same is true of a character in a story who comes to life in these media in an especially vivid and arresting way. We propose to call this seeming face-to-face relationship between spectator and performer a para-social relationship.”

Door de toenemende medialisering van de samenleving zijn parasociale relaties en parasociale interactie een ondertussen veel voorkomend fenomeen. Alhoewel Horton en Wohl vooral spraken over het aangaan van parasociale relaties met beroemde mensen, waarbij de parasociale interactie plaatsvond via massamedia, is het het parasociale aspect ook waar voor social media. Zoals ik heb ontdekt voor mezelf: bepaalde mensen die ik volg op twitter zijn deel uit gaan maken van ‘the circle of my peers’. Ook al heb ik ze nooit ontmoet, en zitten ze aan de andere kant van de wereld.

Onze social media circles, zijn vooral op Twitter gevuld met een mix van bekenden (sociale relaties in het echte leven), publiek bekende figuren (beroemdheden) en onbekenden. Met name deze onbekenden zijn interessant. Over parasociale interactie met beroemdheden is al veel onderzocht en beschreven. Over parasociale interactie met onbekenden nog niet zo veel.

Een overduidelijk verschil tussen de klassieke parasociale interactiepatronen via massamedia en die via social media is dat de laatste een twee-wegs kanaal is. Op Twitter, Facebook of Hyves zijn we niet slechts passief publiek, maar hebben we de mogelijkheid actief te worden en deel te nemen.

Belangrijk is te realiseren dat dit soort ‘vriendschappen’, net als in de klassieke theorie, voor het grootste deel zijn gebaseerd op de illusie van interactie. Er ontstaat een bepaalde intimiteitsband, vooral door de tweets van meer persoonlijke aard, waardoor men het gevoel krijgt de ander echt te kennen. De enige manier om hierachter te komen, of om een echte band op te bouwen is om minder aan social snacking te doen, en de echte interactie op te zoeken.

Gerelateerde artikelen

Enhanced by Zemanta